Cliënten Sociale Zekerheid
 

 

Nieuwsbrief Sociale Zekerheid 

Nr  10/14 22 juli 2010
 



 

LVA 
Postbus 151
6430 AD Hoensbroek
T. 045. 56 91 994
Ma. t/m vr. 11.00 – 13.00 u.
E. info@lva-nederland.nl
W. 
www.lva-nederland.nl

LocSZ 
Secr. Ger Ramaekers
Stichting Clip
Postbus 133
3500 AC Utrecht
T.  06 420 920 30   
E. info@locsz.nl
W. 
www.locsz.nl

Colofon

 

De Nieuwsbrief Sociale Zekerheid is een uitgave van de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA) en het Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid (LocSZ).

 

Deze nieuwsbrief werd in opdracht van LVA en LocSZ samengesteld door

Catrinus Egas, bureau AanZ  www.aanz.org

 

 

Redactie nieuwsbrief e-mail: webredactie@lva-nederland.nl

In deze nieuwsbrief de volgende onderwerpen:

WWB:

Ouderen en AOW:

 
Sociale zekerheid algemeen:

Uit de praktijk:

Koopkracht en armoede:

Reïntegratie en arbeidsmarkt:

Participatie:

Wmo:

Zorg:

Diversen:



Voor de printversie van de nieuwsbrief klik hier
Om de nieuwsbrief te openen moet je wel beschikken over AcrobatReader van Adobe.
klik op het logo om dit programma gratis te downloaden


Relatiebemiddeling als reïntegratietraject

Cliëntenraad Dongeradeel reageert
De gemeenten Dantumadeel en Dongeradeel wilden in het kader van hun reïntegratiebeleid een aanbod doen voor relatiebemiddeling voor alleenstaande bijstandsgerechtigden. De redenering achter dit verassende aanbod was dat een relatie de reïntegratie stimuleert en dat zowel de persoon als de gemeente er financieel voordeel bij hebben. Er werd een passende woordspeling voor de naam van het project bedacht: ‘Up to date’.

Verontwaardigde reacties
Het plan werd voorgelegd aan de cliëntenraden Werk en Inkomen/WWB.
De Cliëntenraad Dongeradeel reageerde met een uiterst kritisch en scherp advies aan B&W.
De pers en media in Fryslan legden ondertussen beslag op het projectplan en publiceerden prominent over het voornemen (de Leeuwarder Courant vond het zelfs voorpaginanieuws). De vele publiciteit en verontwaardigde reacties waren aanleiding voor beide gemeentebesturen om het plan in te trekken! Opvallend daarbij was dat de verantwoordelijke collegeleden elkaar de Zwarte Piet toespeelden en argumenten hanteerden in de sfeer van ‘niet zo goed gelezen’.

Het advies
Hieronder het integraal overgenomen advies van de Cliëntenraad Dongeradeel. 

” De Cliëntenraad Dongeradeel (CRD) is fel tegenstander van  projecten als deze. Wij zijn van mening dat de gemeente zich hier op een terrein gaat begeven waar zij als gemeente niets mee te maken heeft. Uitkeringen zijn ooit bedacht om de privé-sfeer ( zorg, persoonlijke ontwikkeling, relaties, zingeving ) te scheiden van en te beschermen tegen publieke krachten. Een moderne maatschappij gaat uit van persoonlijke integriteit. Niemand moet gedwongen worden  of zich gedwongen voelen om deze integriteit te gelde te maken om in leven te blijven.

Persoonlijke integriteit
Principieel gezien vinden wij dat reïntegratiegelden bestemd dienen te worden voor activiteiten die gericht zijn op arbeidsinschakeling of sociale activering.  De CRD is voorstander van initiatieven om uitkeringsgerechtigden (en dan niet alleen alleenstaanden die een partner zoeken ) zich beter te laten voelen, maar zulks onder uitdrukkelijke voorwaarde dat dit gepaard gaat met respect voor de persoonlijke integriteit. Hierin past de aanschaf van kleding. Maar dan op een andere manier dan in het voorstel staat omschreven. De bijstandsgerechtigde is over het algemeen goed in staat leuke bij hem of haar passende kleding uit te zoeken. Het probleem zit doorgaans in de beschikbare financiën. Wij adviseren dan ook een kledingbon ( en een kappersbon ) ter beschikking te stellen, waarmee men zelf iets passends kan uitzoeken.

Stuitend
Het idee om een relatiebemiddelingsbureau in te schakelen vinden wij ronduit stuitend. Hier gaat u zich bemoeien met zaken waar u niets mee te maken heeft, waar u zich niet in behoort te mengen en waarbij u zich op een gevaarlijk hellend vlak gaat begeven. Een persoonlijk, intiem gegeven als relatiebemiddeling wordt binnen het gebied van reïntegratie op de arbeidsmarkt getrokken. Dit vinden wij volstrekt ontoelaatbaar.
De intentie die u met dit voorstel heeft is er niet een waarbij u het beste voor heeft met de uitkeringsgerechtigde. Het is maar zeer de vraag of de relatiebemiddeling succes heeft, of men gelukkig wordt met de partner en of de relatie stand houdt. Naar onze mening is de kans op een teleurstelling erg groot. De intentie die u hier wel mee heeft is een van bezuiniging. Wij hebben u eerder enkele bezuinigingsvoorstellen gedaan en zijn bereid om mee te denken over nieuwe ideeën, maar wij gaan niet mee in onethische voorstellen. Wij adviseren u bovendien een dergelijk voorstel eerst te laten toetsen door de Raad voor het Regeringsbeleid op ethische aanvaardbaarheid.

Negatief imago
Het Relatiebureau “Mens en Relatie” is enkele jaren geleden zeer negatief in het nieuws geweest bij het programma “Kassa”. In de meeste reviews komt het bureau nog steeds niet positief in beeld. Op hun website worden grote beloftes gedaan, die haast niet waargemaakt kunnen worden. Wij vinden het onverstandig om van de kant van de gemeente te bevorderen dat mensen zich in een dergelijk avontuur gaan storten.
Graag zien wij ons advies onverkort toegevoegd aan het beleidsstuk”.

index


Amsterdamse 'dwangarbeider' naar Europees hof
Een bijstandsgerechtigde stapt naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, omdat hij vindt dat de gemeente Amsterdam hem ten onrechte heeft gedwongen deel te nemen aan een reïntegratieproject. Dat maakte de Bijstandsbond vrijdag bekend.

De Amsterdammer vindt dat er sprake was van dwangarbeid. Eerder legde hij de zaak al voor aan de Centrale Raad van Beroep, maar daar ving hij bot. Volgens de raad was er geen fysieke of psychische dwang op de man uitgeoefend.

Toen de man in 2006 weigerde om aan het reïntegratietraject deel te nemen, kortte de gemeente hem op zijn uitkering. De Amsterdammer zat achttien jaar in de bijstand, terwijl hij lichamelijk en psychisch wel in staat was te werken.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hij op z'n minst een begin had kunnen maken met het traject. De Amsterdammer daarentegen zei op dat moment net een stageplek met uitzicht op betaald werk te hebben gevonden. De werkbemiddelaar zou echter niet naar zijn argumenten hebben geluisterd.

Bijstandsbond
De Bijstandsbond vindt de zaak van belang omdat nu op Europees niveau wordt bekeken of bijstandsgerechtigden mogen worden gedwongen om onder het wettelijk minimumloon te werken.

index


Laveren tussen belangen. Dilemma’s van klantmanagers
Het werk van de klantmanager wordt steeds complexer en dat stelt klantmanagers voor dilemma's. Want terwijl de organisatie maatwerk vraagt, eist de wet gelijke behandeling van alle burgers.
Een voorbeeldje uit de praktijk: twee cliënten van de sociale dienst hebben met veel moeite werk gevonden via een uitzendbureau maar melden dat pas op de maandverklaring, bijna een maand later. Vervolgens besluit de klantmanager de één geen sanctie op te leggen, omdat hij het initiatief van de klant wil belonen en het herwonnen zelfvertrouwen wil ondersteunen. De ander legt hij conform de lokale regelgeving een sanctie op. Is dat wel verstandig, vragen de collega's van de klantmanager zich af. Hoort hier niet het beginsel te gelden van 'gelijke monniken, gelijke kappen'? Of is het de kunst van ‘laveren tussen belangen’?

Klantmanagers opereren in een zeer complexe omgeving. Een klantmanager moet in zijn werk rekening houden met de juridische kaders, de regionale economische ontwikkeling, de politiek en natuurlijk de klanten zelf. Die vier werelden komen allemaal samen op het moment dat hij tegenover een klant zit. Hier goed mee omgaan vraagt om een nieuwe professie.

Meer eenduidigheid in het omgaan met dilemma's van klantmanagers, dat is het doel van het project 'Laveren tussen belangen'. Dit project van de Hanzehogeschool in Groningen is gestart in het najaar van 2009 in samenwerking met de sociale diensten van Assen, Groningen en Leeuwarden, Divosa, MKB-Noord en het Zorginnovatieplatform.
Professionals, directeuren en stafmedewerkers van Assen, Groningen en Leeuwarden bespreken in zeven bijeenkomsten allerlei praktijkgevallen en gemaakte keuzes. Uiteindelijk moet helder worden welke oplossingen er gekozen worden voor morele dilemma's bij arbeidsintegratie van bijstandsgerechtigden.

Veel managers van sociale diensten vinden dat hun medewerkers onvoldoende gebruik maken van de ruimte die zij krijgen. De omslag naar meer professioneel handelen gaat nu eenmaal ook met onzekerheid gepaard. Je krijgt niet alleen meer vrijheid, maar ook meer verantwoordelijkheid. En de meeste klantmanagers zijn nog aangenomen in de tijd dat de regeltjes bepaalden welke keuzes er gemaakt werden. Maar terug naar die tijd kan niet meer. Sociale diensten zullen moeten investeren in de ontwikkeling van hun personeel. En organisaties zelf zullen meer moeten sturen op het halen van de doelstellingen en niet zozeer op hoe de doelstellingen worden gehaald. Stel dat je 350.000 euro budget hebt om zeventig klanten aan het werk te helpen. Dan kun je van alles gaan bedenken. Maar je kunt ook naar een werkgever stappen en hem vragen mee te denken hoe dit geld het slimst is in te zetten. Kortom, professionele medewerkers zullen zelf de ruimte moeten krijgen en nemen om zelfstandig keuzes te maken, daar creatief mee om te gaan en daarover verantwoording af te leggen in relatie tot het gestelde doel.

Hoe ver is te ver? Een praktijkvoorbeeld van morele afwegingen
In het noorden kan de afstand tussen wonen en werk stevig oplopen. Welke eisen stel je aan werkloze jongen om voor werk te gaan reizen? Kun je hen verplichten dagelijks een urenlange reis te maken? Of te verhuizen voor een baan? Drie klantmanagers over hun keuzes.

'Een uur heen en een uur terug is acceptabel'
Anieke Bos, klantmanager Jongerenloket Werkplein Baan-zicht Assen: “Bij de inschrijving zeg ik meteen dat wij een uur reistijd - uur heen, uur terug - acceptabel vinden. Ik leg uit dat dit aansluit bij de WW, die bepaalt dat het eerste half jaar een uur reistijd aanvaardbaar is, daarna anderhalf uur en ten slotte zelfs onbeperkt. Eigenlijk heb ik nog nooit meegemaakt dat iemand een uur te ver vindt. Als jongeren een auto hebben, wordt het meteen een stuk gemakkelijker. Anders moeten zij met het openbaar vervoer. Richting Delfzijl en Eemshaven kan dat lastig zijn. In zo'n geval kijken we of er mogelijkheden zijn om mee te rijden. Bij ploegendiensten zetten bedrijven soms busjes in. Sommige jongeren willen best een uur in bus of trein, maar hebben geen geld voor de reiskosten. Dan proberen we een reiskostenvergoeding bij de werkgever te regelen. Lukt dat niet, dan betalen wij bijvoorbeeld het eerste half jaar. Natuurlijk beginnen we zo dichtbij mogelijk met zoeken naar werk. Maar in de zorg is het moeilijk. In de beveiliging is er zelfs helemaal geen werk in het noorden. Als een jongere de beveiliging in wil, vragen we of hij bereid is om iedere dag naar de Randstad te reizen of zelfs om te verhuizen. Zo nee, ook prima, dan gaan we op zoek in een andere sector. Ik probeer gerichte oplossingen te bedenken. Dit soort dingen mag geen belemmering zijn om aan het werk te gaan."

'Iemand verplichten om te verhuizen, gaat te ver'
Kor Swart, werkcoach lSD Noordoost: ” het Werkplein Eemsdelta hebben we vooral te maken met jongeren zonder startkwalificatie. We moeten dus vaak op zoek naar banen in andere, soms ver weg gelegen plaatsen. Het openbaar vervoer naar de stad Groningen is prima, maar richting Oost-Groningen en de Eemshaven is het minder eenvoudig. Het wordt lastig als iemand geen rijbewijs heeft of zijn treinkaartje niet kan betalen. Dan komt het aan op creativiteit. Soms betalen wij de eerste tijd de reiskosten. Een ander voorbeeld: we ontwikkelen nu een regionaal project waarbij jongeren een fiets of brommer kunnen lenen op de centraal stations. Iemand verplichten te verhuizen, gaat te ver. Onze directrice heeft gezegd: werkcoaches krijgen een budget van 10.000 euro om belemmeringen
bij het vinden van een baan weg te nemen. Daarmee kun je bijvoorbeeld een fiets of brommer kopen. Laatst heb ik het geld gebruikt om iemands auto te laten repareren. Heel soms vergoeden we de kosten van een rijbewijs. Dat heb ik pas gedaan voor een jongen die enorm zijn best deed in een leer-werkbaan in Scheemda. De eerste maanden reed hij met een collega mee, de volgende stap was zijn rijbewijs halen. Nu heeft hij met een lening van de werkgever een autootje gekocht."

“Als je echt gemotiveerd bent, is risafstand niet het belangrijkste”
Maaike Duiker, werkcoach Dienst Sociale Zaken en Werkgelegen-heid Noardwest Fryslân: “Wij werken in een vrij uitgestrekt gebied, waar ook Vlieland en Terschelling bij horen. Met iedere jongere ga ik eerst in gesprek om te kijken wat zijn of haar drijfveren zijn. Als iemand echt gemotiveerd is om aan de slag te gaan en in zichzelf te investeren, is reisafstand niet meer het belangrijkste. Dan kijken ze wel verder dan dat. Zo komt het voor dat jongeren graag aan de slag willen in de horeca of detailhandel op de Waddeneilanden. Ook als dat betekent dat ze daar dan een week aaneengesloten moeten blijven. In principe vinden wij anderhalf uur voor een enkele reis acceptabel.  Als een jongere een baan niet accepteert vanwege de reisafstand, zal ik uiteindelijk een maatregel moeten opleggen. Verhuizen om gemakkelijker een baan te vinden, is nog niet zo eenvoudig. Dat komt doordat jonge-
ren vaak aangewezen zijn op een huurwoning en daarvoor moeten ze eerst economisch gebonden zijn aan een regio. In onze omgeving is het openbaar vervoer niet best; treinen en bussen sluiten slecht op elkaar aan. Daarom biedt de sociale dienst jongeren een scooter aan. De eerste tijd van de opleiding of leer-werktraject hebben ze die in bruikleen. Krijgen zij een arbeidscontract voor langer dan negen maanden, kunnen ze de scooter gratis overnemen."

Bovenstaande is ontleend aan artikelen in Sprank, juni 2010, het ledenblad van Divosa

index


FNV stemt definitief in met AOW-akkoord
De FNV heeft definitief ingestemd met het nieuwe AOW- en pensioenakkoord.
De federatieraad van de vakcentrale stemde in meerderheid in met het akkoord dat de vakbonden en de werkgevers in mei sloten. Van de aangesloten bonden stemden alleen de ANBO (Ouderenbond) en Nautilus (Zeevarenden) tegen.

Al eerder stemden de leden van de FNV via een referendum in met het akkoord, waarin is afgesproken dat de pensioenleeftijd stapsgewijs omhooggaat. De federatieraad nam de uitslag van het referendum over.
FNV-voorzitter Agnes Jongerius is blij dat de bonden en de leden zich in meerderheid in de afspraken kunnen vinden. De FNV benadrukte wel dat een harde voorwaarde is dat het kabinet het akkoord in zijn geheel overneemt. Het is niet de bedoeling dat het ‘gaat shoppen op onderdelen van het akkoord’, zei Jongerius.

Eerder zei ook het CNV ‘ja’ tegen het akkoord. Tegenstand binnen de christelijke vakcentrale kwam vooral uit de hoek van politiebond ACP en de ACOM, de bond van militairen.

index


Divosa en Cedris pleiten bij informateurs voor één regeling WWB, WIJ, Wajong, WSW
In een gezamenlijke brief hebben Divosa en Cedris hun voorstel voor één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt voorgelegd aan de informateurs en de fractievoorzitters van de onderhandelende partijen. In de afgelopen maanden hebben vertegenwoordigers van beide organisaties hun eerste voorstel verder uitgewerkt en samengevat in een zgn. position paper. Brief en position paper zijn onlangs op het Binnenhof afgeleverd.

Divosa en Cedris dringen er bij de onderhandelaars op aan om tenminste de Wajong, Wet Wij, de Wsw en Wwb de komende regeerperiode te vervangen voor één regeling voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Uitgangspunt van de regeling is dat er vooral gekeken wordt naar wat mensen nog wél kunnen. Door actief hun arbeidspotentieel te benutten en de uitkering te gebruiken als aanvulling op het loon dat mensen voor een baas kunnen verdienen, verwachten Divosa en Cedris dat meer mensen aan het werk kunnen worden geholpen.

De Vries en Bakker
De organisaties volgen met hun voorstel de adviezen van de Commissie De Vries. De Vries stelde dat afstand tot de arbeidsmarkt het belangrijkste criterium zou moeten zijn en niet de aard van de belemmering zoals nu het geval is. Het voorstel is ook een antwoord op de conclusie van de Commissie Bakker die becijferde dat er de komende jaren door de vergrijzing een groeiende krapte op de arbeidsmarkt zal ontstaan. Door het niet-benutte arbeidspotentieel te ontwikkelen, willen de organisaties een deel van de krapte opvangen met mensen die nu langs de kant staan. Minder uitkeringsgerechtigden leiden uiteindelijk tot minder uitgaven aan uitkeringen en een lager overheidstekort.

Klik hier voor het gehele document

index


STAR-advies over gevolgen loondispensatie voor de pensioenopbouw WSW en Wajong
De Stichting van de Arbeid (STAR) heeft op verzoek van de minister van SZW onderzocht wat de mogelijkheden zijn bij pensioenopbouw voor Wsw’ers en Wajongers die voor een reguliere werkgever werken met loondispensatie.

Sociale partners willen graag een oplossing vinden voor de problematiek rondom de pensioenopbouw bij loondispensatie. Het is voor de betrokken werknemers van grote betekenis dat ook zij door het verrichten van arbeid een bijdrage kunnen leveren aan de economie.
Deel kunnen nemen aan een pensioenregeling en kunnen investeren in de eigen pensioenopbouw hoort daarbij. Dat geeft zelfvertrouwen in eigen kunnen en in resultaat van eigen arbeid.

Mogelijke oplossing
De STAR heeft in haar advies een mogelijke oplossing geformuleerd.
De STAR stelt voor om de vastgestelde verdiencapaciteit bij de groep Wajongers en de vastgestelde loonwaarde bij werknemers met een Wsw-indicatie te beschouwen als een deeltijdfactor. Deze kan naar analogie van de wijze waarop met een deeltijdfactor wordt omgegaan, op de pensioenfranchise worden toegepast. Hierdoor kan een zekere mate van pensioenopbouw worden gerealiseerd.

index


Ontheffing van arbeidsplicht
Bij het spreekuur voor uitkeringsgerechtigden kan iedereen gratis terecht met vragen over de sociale zekerheid, voorzieningen, werk en reïntegratie. Vrijwilligers staan mensen met raad en daad terzijde. Zij behartigen hun belangen en helpen duidelijkheid te scheppen en problemen aan te pakken. Zoals gebeurde in de onderstaande situatie.

Sonja is een alleenstaande moeder met de zorg voor drie kinderen van 2, 3 en 9 jaar. Een half jaar geleden is ze gescheiden. Sindsdien heeft ze een bijstandsuitkering. Sonja wil haar jonge kinderen goed verzorgen en veel aandacht geven, zeker omdat de scheiding met veel geruzie verlopen is en het contact met hun vader moeizaam verloopt. Ze wil graag wachten met een baan tot de twee jongste kinderen op de basisschool zitten. De sociale dienst heeft Sonja echter laten weten dat ze een arbeidsplicht heeft en dat ze fulltime werk moet zoeken en accepteren. Ze vraagt zich af hoe ze de opvang van de kinderen dan zou moeten regelen, helemaal als ze een volledige baan moet accepteren. Ze kan voor oppas geen beroep op haar ouders of andere familie doen: die wonen te ver weg. Sonja besluit om naar het Steunpunt Uitkeringsgerechtigden en Gehandicapten te gaan om te informeren of ze geen uitstel van die arbeidsplicht kan krijgen.

De spreekuurhouder vertelt haar het volgende:
Alleenstaande ouders met kinderen beneden 6 jaar hebben sinds de invoering van de Wet Werk en Bijstand ook een arbeidsplicht: je moet solliciteren en een baan moet je verplicht accepteren. De wetgever gaat er van uit dat de ouder opvang van de kinderen kan regelen door het inschakelen van familie of kennissen of betaalde kinderopvang. Een keuze om thuis de kleine kinderen volledige zorg te geven mag officieel geen reden voor de gemeente zijn om hier van af te wijken. Tenzij!!

Als kinderopvang beslist niet lukt, dan kan Sonja een verzoek tot ontheffing van sollicitatie- en arbeidsplicht indienen bij Burgemeester en Wethouders van de gemeente. De gemeente kan namelijk in uitzonderingssituaties - als er bijvoorbeeld onvoldoende kinderopvangmogelijkheden in de gemeente zijn - ontheffing geven. Bovendien kan B&W de persoonlijke omstandigheden en het belang van extra zorg voor de kleine kinderen meewegen. De contactpersoon van de sociale dienst kan hierover aan B&W adviseren. De ruimte die de wet aan de gemeente biedt kan in deze situatie benut worden: een gesprek met de sociale dienst is dus belangrijk.
Sonja is wel afhankelijk van het begrip en de medewerking van de contactpersoon en het college van B&W, ze kan zich niet baseren op een wettelijk recht. Maar de spreekuurhouder steunt haar en wil met haar mee gaan naar de sociale dienst om te pleiten voor tijdelijke ontheffing van de arbeids- en sollicitatieplicht!

index


In de Bijstand bijverdienen
Rutger de Vries heeft een bijstandsuitkering van € 852,58, het bedrag voor een alleenwonende. Via een kennis is hij in contact gekomen met een bedrijf, waar hij tijdelijk voor 16 uur kan werken. Eindelijk werk, en de bijverdiensten van € 500,- zijn natuurlijk uiterst welkom. Rutger krijgt meer armslag, na jaren op het minimum gezeten te hebben. Enthousiast wil hij deze nieuwe kans bij de sociale dienst melden. Hij heeft een afspraak gemaakt met zijn consulent. Deze reageert als volgt op de nieuwe mogelijkheid.

Omdat Rutger een arbeidsplicht heeft moet hij op zoek naar een baan met zoveel inkomen dat de bijstandsuitkering vervangen kan worden. Hij mag wel aan de slag met de baan van 16 uur, maar alle inkomsten worden direct of na maximaal 6 maanden volledig verrekend met de uitkering. De gemeente beoordeelt of Rutger met deze tijdelijke parttime baan wel echt de kansen vergroot op een baan die genoeg verdient om uit de bijstand te komen. Als de gemeente vindt dat het niet zo is dan worden alle inkomsten direct gekort. Als de gemeente vindt dat het wel zo is dan mag Rutger 6 maanden maximaal € 181,- per maand houden van de € 500,-. Daarna wordt alles gekort.

Rutger reageert teleurgesteld. Hij had verwacht dat hij het grootste deel van de bijverdiensten mocht blijven houden zolang hij de baan had. De consulent begrijpt de teleurstelling. Hij wijst er op dat het om een wettelijke regeling gaat. De wetgever wil de bijverdiensten geheel verrekenen om bijstandsgerechtigden te ‘prikkelen’ om een fulltime baan te zoeken, waarmee ze uit de bijstand komen. De mogelijkheid om 6 maanden € 181,- te houden is een uitzondering, ter beoordeling van de gemeente. De regeling werkt in de praktijk eerder ontmoedigend dan stimulerend. Rutger voelt zich dan ook van een kouwe kermis thuiskomen.

Hopelijk komt er een mogelijkheid voor het behouden van alle bijverdiensten na aanpassing van de Wet Werk en Bijstand. Zo’n verandering kan de gemeente echter niet aanbrengen. De Friese uitkeringsgerechtigdenorganisatie FSU heeft de situatie van Rutger dan ook als voorbeeld doorgespeeld aan een Fries Tweede Kamerlid, om het kromme van de wet aan te tonen!   

index


Solidaire begeleiding
Bij het spreekuur voor uitkeringsgerechtigden kan iedereen gratis terecht met vragen over de sociale zekerheid, voorzieningen, werk en reïntegratie. Vrijwilligers staan mensen met raad en daad terzijde. Zij behartigen hun belangen en helpen duidelijkheid te scheppen en problemen aan te pakken. Zoals gebeurde in de onderstaande situatie.

Harm Bruinsma heeft zo’n 2 jaar een bijstandsuitkering. Hij is getrouwd en heeft twee schoolgaande kinderen. Sinds een maand werkt hij in een project bij een reïntegratiebedrijf. Daar doet hij vrijwilligerswerk, oftewel werk met behoud van uitkering zoals de gemeente dat zegt. Hij krijgt voor het werk bij het reïntegratiebedrijf een kleine vergoeding. De consulent van de sociale dienst heeft hem nu voor een gesprek opgeroepen. In het briefje van deze consulent staat dat mogelijk sprake is van fraude. Harm is enorm geschrokken, hij is zich van geen kwaad bewust. Hij belt met de consulent en vraagt waarom hij verdacht wordt van fraude. Het antwoord is dat hij inkomsten heeft verzwegen.
Harm ziet geweldig op tegen het gesprek. Wat bedoelen ze nou? Gaat het om die vergoeding bij het reïntegratiebedrijf? Waarom zo’n zware beschuldiging? De emoties en onzekerheid slaan toe. Hij heeft er slapeloze nachten van.

Harm hoort van een vriend dat hij een begeleider, een vrijwilliger van het spreekuur, mee kan nemen om hem bij te staan in het gesprek met de consulent. Deze begeleider kan hem ondersteunen in het gesprek, zeker als Harm door de zenuwen dichtklapt of heel emotioneel wordt. Harm belt met het spreekuur en de begeleiding wordt geregeld. In het gesprek met de consulent blijkt al snel dat de ‘fraude’ om de vergoeding bij het reïntegratiebedrijf ging. Harm had deze vergoeding niet doorgegeven omdat hij er van uit ging dat het reïntegratiebedrijf dit zou melden. De begeleider stelt dat Harm geen verwijt gemaakt kan worden en dat de beschuldiging van fraude zeer intimiderend en onjuist is. De consulent concludeert ook zelf dat er iets is misgegaan in de communicatie met het bedrijf en maakt excuses. Grote opluchting bij Harm, die zich gesteund voelde door de begeleider. En de consulent realiseert zich dat je niet zomaar zware beschuldigingen moet uiten, maar eerst moet onderzoeken wat er aan de hand is. Harm en de consulent hebben de zaak goed uitgepraat, het contact tussen beiden verloopt goed!

index


Meldpunt in Roermond voor anoniem melden armoede
Inwoners van de gemeente Roermond kunnen vermeende situaties van armoede anoniem melden bij het Meldpunt anoniem melden armoede. De gemeente Roermond stelt hiervoor het gratis telefoonnummer 0800-0202054 beschikbaar en wil hiermee mensen op weg te helpen naar hulp en beschikbare voorzieningen. Wethouder Sociale Zaken, Raja Moussaoui: “Door middel van het meldpunt anoniem hopen we een helpende hand te bieden aan mensen die recht hebben op hulp en deze nog niet ontvangen.”

index


Oss bundelt krachten tegen armoede
De gemeente Oss gaat om de armoede te bestrijden intensiever samenwerken met diverse instellingen. Wethouder Chris Ermers heeft daarvoor afspraken gemaakt met de Voedselbank, de Kledingbank, Platform Regio Oss Tegen Armoede (PROTA), het Sociaal raadsliedenwerk (als onderdeel van Aanzet maatschappelijke werk) en cliëntenplatform De Trechter. Ermers gaat ervan uit dat dergelijke afspraken binnenkort ook gemaakt kunnen worden met stichting Leergeld, meldde hij onlangs al in het Brabants Dagblad. Laatstgenoemde club richt zich vooral op kansarme kinderen en is momenteel bezig met een doorstart. Stichting Leergeld Oss is bezig de krachten te bundelen met gelijkgestemden uit de regio Uden-Veghel.Het gemeentelijk beleid is er op gericht om armoede onder de bevolking op te sporen, mensen blijvend uit de armoede te helpen en hun zelfredzaamheid te vergroten. De gemeente erkent dat zij niet iedereen uit die doelgroep kan bereiken, en dat zij clubs als Voedselbank, Kledingbank en PROTA daarbij nodig heeft. "Voorzieningen van deze partijen, zoals een voedselpakket, kleding of een bijdrage uit het solidariteitsfonds, vormen een opvang voor mensen in acute nood. Dit verzacht tijdelijk de problemen van mensen als de wettelijke mogelijkheden van de gemeente niet toereikend zijn", aldus een verklaring van Ermers. Oss wil niet alleen de samenwerking mét, maar ook tússen de verschillende instellingen versterken. Aanzet en De Trechter krijgen al gemeentelijke subsidie, die gaat er nu ook komen voor de Voedselbank, de Kledingbank en PROTA. B. en W. van Oss hebben gisteren ook besloten het minimabeleid uit te breiden met een witgoedregeling. Die regeling geldt voor mensen die vijf jaar of langer een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm hebben. Zij krijgen een vergoeding van de gemeente als ze een duurzame wasmachine, kooktoestel, koelkast of tv kopen.

index


Huisbezoek-project Joure valt in de prijzen
Op 13 mei zijn een delegatie van het FSU en de Arme Kant van Fryslan naar Den Haag geweest voor de uitreiking van de Ab Harrewijnprijs. Het Steunpunt VerSus uit Joure  - inmiddels landelijk bekend van de Kanskaart en het huisbezoek – was een van de 5 genomineerden. VerSus kreeg niet de hoofdprijs, maar ontving wel een bedrag van €  1.500,- . En niet te vergeten: de complimenten van ex-staatssecretaris Sociale Zaken Jetta Klijnsma, die onder de indruk was van het werk van VerSus en “elke gemeente een VerSus” toewenste. De Kanskaart is inmiddels een exportproduct geworden. VerSus gaat door met de armoedeaanpak in een volgende wijk in Joure.

Klik hier voor een beschrijving van het project

index


Bestuurders gaan op pad om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden
Europa heeft 2010 uitgeroepen tot jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Gemeenten zijn hier volop mee aan de slag gegaan. Maar bestuurders willen armoedebestrijding nog een extra zetje geven. Ze hebben een Armoedecoalitie gemeenten gevormd die op pad gaat om aandacht te vragen voor armoedebestrijding en het tegengaan van sociale uitsluiting.
De armoedecoalitie gaat onder meer aandacht vragen voor initiatieven van gemeenten op het terrein van participatie van kinderen. De aftrap was daarom op 13 juli in Almere. Die dag gingen daar de vakantieactiviteiten van start voor kinderen die wegens geldgebrek van hun ouders niet met vakantie kunnen.

Het team
De armoedecoalitie gemeenten bestaat uit zes inspirerende leden:

  • Wethouder Den Besten uit Utrecht
  • Wethouder Meeuwis uit Breda
  • Wethouder Van Eekelen uit Bergen op Zoom
  • Wethouder Koomen uit Enschede, tevens voorzitter van de Raad van Advies Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK)
  • Divosa-voorzitter Paas
  • Directeur Postma van het Jeugdsportfonds

Wat gaat het team doen?

  • In koppels gaan de leden van de Armoedecoalitie werkbezoeken afleggen bij gemeenten. Ze gaan good practices bekijken en daarover verslag doen. De verslagen worden gepresenteerd aan de projectgroep Erop af: Doen en delen! (EDD). Dit past perfect binnen de doelstellingen van EDD, namelijk kennis delen over armoedebestrijding en bestrijding van sociale uitsluiting (zie de link naar EDD hieronder).
  • De Armoedecoalitie maakt deel uit van de jury van de Stimuleringsprijs Kinderparticipatie die in november wordt uitgereikt tijdens de slotconferentie Europees jaar bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (zie hieronder de link naar het VNG-nieuwsbericht van 24 juni 2010).
  • Het team van de Armoedecoalitie gaat drie regionale bijeenkomsten organiseren. Tijdens de bijeenkomsten gaan collega-wethouders uit verschillende gemeenten het lokale armoedebeleid in hun regio bespreken.

Ambassadeur
De Armoedecoalitie is tevens ambassadeur van het Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Andere ambassadeurs zijn oud-premier Ruud Lubbers, acteur Mimoun Ouled Radi en tafeltennisser Trinko Keen,

Meer informatie: http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=84624

index


Reïntegratietrajecten begeleid door ervaringsdeskundige coaches
Vanaf 20 mei 2010 bieden de kankerpatiëntenorganisaties reïntegratietrajecten speciaal voor mensen die weer aan het werk willen na de behandelingen. Uniek is dat een deel van de begeleiding wordt verzorgd door coaches die zelf ook kanker hebben gehad.
 
De combinatie van professionele deskundigheid- en ervaringsdeskundigheid maakt een betrokken en op maat gesneden bemiddeling mogelijk. Daardoor bieden de reïntegratietrajecten van de NFK meer kans op succes. Samen met de ervaringsdeskundige coach zoekt de cliënt uit welke functie het best aansluit bij wat hij kan en wil. Ook verder in het traject heeft de cliënt gesprekken met de coach. De coach daagt hem uit om uit te gaan van zijn mogelijkheden. 
 
Bianca Rebergen, ervaringsdeskundige coach project Chronisch Ziek en Werk: “Toen de mogelijkheid zich aanbood om te werken als ervaringsdeskundige voor de kankerpatiëntenorganisaties heb ik geen seconde getwijfeld. Omdat ik zelf borstkanker heb gehad, kan ik me goed inleven. Ook heb ik zelf een geslaagde reïntegratie achter de rug. Daarbij heb ik professionele ervaring als coach. Ik wil mensen graag ondersteunen in hun ontwikkeling en begeleiden op hun weg naar werk of naar een zinvolle dagbesteding.”  
 
Werkhervatting binnen een jaar
Werknemers met kanker die hun werk willen houden of die vanuit de uitkering een baan zoeken, kunnen meedoen aan de reïntegratietrajecten van de NFK. De trajecten worden gefinancierd uit de Individuele Reïntegratie Overeenkomst (IRO) of door de werkgever. Werkhervatting of een nieuwe baan binnen een jaar is het doel.
 
Langdurige gevolgen
Veel mensen met kanker hebben problemen om tijdens of na hun behandelingen het werk te hervatten. Dat komt door langdurige gevolgen waarmee ze te kampen hebben, zoals vermoeidheid, concentratieproblemen of fysieke gevolgen als lymfoedeem. Maar ook doordat werkgevers, collega’s en zijzelf soms te lang wachten met het bespreken van de terugkeer naar het werk.
 
Groeiende groep
Kanker wordt nog vaak geassocieerd met een dodelijke ziekte. Maar door betere diagnosetechnieken en behandelmogelijkheden overleven steeds meer mensen. Ze pakken de draad van hun leven weer op, inclusief werk. Maar de arbeidsmarkt is nog niet ingesteld op de groeiende groep werknemers die na hun behandelingen voor kanker het werk hervat. Daarom ondersteunen de ervaringsdeskundige coaches werknemer én werkgever.
 
Succesvol
De koepel van kankerpatiëntenorganisaties NFK biedt de reïntegratietrajecten aan samen met de Reumapatiëntenbond en drie andere patiëntenorganisaties. De Reumapatiëntenbond heeft al een aantal jaren ervaring met eigen reïntegratietrajecten die vaak succesvol zijn. Voor de trajecten zijn drie reïntegratiebureaus geselecteerd die samen met de ervaringsdeskundige coaches de reïntegratietrajecten begeleiden: USG Restart, Sallcon en Beekmans & Van de Ven. 

Meer informatie: NFK,  Laurence Maes,  L.Maes@nfk.nl 

index


Wat en Hoe bij Kanker en Werk
Handleiding voor artsen en patiënten
Steeds meer mensen overleven kanker en keren terug naar hun werk. Veel ex-kankerpatiënten vragen zich of hoe dat moet. Artsen bereiden hun patiënten hier niet op voor. Sterker nog: het hele onderwerp komt in de spreekkamer niet aan de orde. Reden voor de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) om voor artsen een Blauwdruk Kanker en Werk te maken. De NVAB vroeg de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) mee te werken en een patiëntenvertaling te maken.

De Blauwdruk Kanker en Werk is bestemd voor bedrijfsartsen en (para)medisch specialisten die mensen met kanker behandelen en begeleiden. In de Blauwdruk staat hoe zij mensen naar werk kunnen begeleiden. Laurence Maes, beleidsmedewerker Maatschappelijke Participatie van de NFK: “Het is belangrijk dat artsen met hun patiënten praten over terugkeer naar werk. Dat doen ze nog veel te weinig. Zij behandelen alleen de kanker.”

Gat van twee jaar
Artsen kunnen zelfs sceptisch zijn als het gaat over terugkeer naar werk. Maes: “Sommige artsen zeggen tegen hun patiënt: ‘Werken? Ik zou niet weten of je dat nog zou kunnen’. En veel patiënten nemen die twijfel over. “Mijn arts heeft gezegd dat….”.
Maes vindt het belangrijk dat mensen wel bezig zijn met terugkeer naar werk. De huidige wetgeving dwingt ze daar ook toe.
Maes: “Veel mensen worden na de behandeling goedgekeurd. Dat kun je prettig vinden of niet, maar er wordt dan wel van je verwacht dat je weer aan de slag gaat. Als je dan tijdens je ziekte en behandeling – soms wel twee jaar – helemaal niet met je werk bezig bent geweest, je niet hebt voorbereid, geen contact hebt onderhouden met collega’s, dan is terugkeer vaak moeilijk. Dan zit je met een gat van twee jaar”.

Begrip en aanpassingen
Maes: “Wij krijgen veel vragen van mensen die weer aan het werk moeten. Mensen weten vaak niet hoe ze dat moeten doen. Ze zijn weliswaar genezen van kanker, maar hebben nog langdurig last van de gevolgen. Eigenlijk houden veel ex-kankerpatiënten er een chronische ziekte aan over. Hun conditie is verslechterd, ze hebben last van chronische vermoeidheid en van concentratieproblemen. Dat vraagt om begrip en aanpassingen bij het werk. Maar hoe pak je dat aan?”
De patiëntenvertaling Wat en Hoe bij Kanker en Werk geeft uitvoerig antwoord op die vraag.

Handleiding
De handleiding beschrijft wat je tijdens de verschillende fases van het ziekteproces zelf kunt én (wettelijk) moet doen, en wat je van je omgeving kunt verwachten. Wat moet je doen in de eerste 8 weken na je ziekmelding (Wet Verbetering Poortwachter)? Met je werkgever maak je een plan van aanpak. Wat kun je doen als je het niet eens bent over het plan? De bedrijfsarts maakt een probleemanalyse. Hoe bereid je je voor op de gesprekken met de bedrijfsarts en je werkgever? Wat als iemand anders jouw werk heeft overgenomen?
Maes: “De reacties op onze handleiding zijn positief. Mensen vinden hem handig en volledig. Veel van de inhoud is natuurlijk ook voor andere chronische ziektes van toepassing. Andere patiëntenorganisaties mogen de handleiding ook downloaden en eventueel gebruiken als basis voor een eigen handleiding”.

Samenwerking
De samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) levert voordelen op. De patiëntenvertaling was onderdeel van het Blauwdruk-project van de NVAB. De NFK heeft er zelf geen financiering voor hoeven zoeken. Maar naast dit financiële voordeel levert dit soort samenwerking een nog veel belangrijker voordeel op.
Maes: “Samenwerking is gewoon veel effectiever. Wij kunnen wel tegen artsen zeggen hoe ze met patiënten moeten praten over terugkeer naar werk, maar dat maakt niet zo veel indruk. Ze kunnen dat beter van hun eigen koepelorganisatie horen. Dan wordt het toch beter ontvangen”.

Werkgevers
Deze ‘truc’ wil de NFK nu ook toepassen richting de werkgevers. Maes: “Momenteel bereiden we een project voor waarbij we ons richten op de werkgevers. En ook hier geldt: we kunnen wel tegen werkgevers roepen dat ze hun werknemer beter moeten begeleiden, maar dat is niet zo effectief, denken wij. Met de stempel van het VNO/NCW erop wordt het voor werkgevers interessant. Wij kiezen voor verbinden. Wij vragen liever: wat kunnen wij bieden om het beter te doen? Samenwerking, daar maak je alles sterker mee”.

De handleiding kan gratis worden gedownload: klik hier

index


Donner laat kosten reïntegratie onderzoeken
Minister Donner gaat nader onderzoek doen naar de effectiviteit van reïntegratie. Dat liet hij de Kamer weten in een brief. Nu ligt er al een rapport over de kosten van reïntegratie, de zogenaamde ‘bruto effectiviteit’. Maar dat toont nog niet aan dat mensen zonder hulp van het UWV geen baan hadden gevonden.
Grijze groep
Het onderzoeken van die ‘netto effectiviteit’ is een stuk ingewikkelder. Je hebt er namelijk een controlegroep voor nodig die je de begeleiding onthoudt die andere mensen wel krijgen. Donner wil dit ethische dilemma nu tackelen door gebruik te maken van een ‘grijze groep’: mensen waarbij vooraf al wordt betwijfeld of de inzet van reïntegratie nut heeft. Het vergelijkend onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau SEO. Begin 2011 gaat het van start. Na drie jaar zal het duidelijk moeten maken welke mensen baat hebben bij de reïntegratietrajecten, en welke niet.

Motie
Aanleiding voor het onderzoek was een motie van kamerlid Fatma Koser Kaya (D66) en oud-Kamerlid Cees Meeuwis (VVD). Koser Kaya is blij met Donners inspanningen. ‘Voorheen begon niemand eraan, juist omdat het zo moeilijk te onderzoeken was. Ik ben blij dat hij er werk van heeft gemaakt.’

Deugdelijk beleid
De kosten voor bemiddeling, à 4500 euro per persoon, komen grofweg overeen met wat zij zelf had berekend. Koser Kaya: ‘Dat is een hoop geld en je moet dus weten wat de netto effectiviteit is. Stel dat drie van de tien mensen aan het werk komen, dan kun je je afvragen of dat deugdelijk beleid is. Bij zes van de tien ligt het genuanceerder.’

Eén loket-gedachte
Het Kamerlid van de Democraten denkt dat met het rapport de ‘gang naar een één-loket-gedachte is ingezet’. In 2005 diende zij een nota in waarin zij ervoor pleitte CWI en UWV af te schaffen. Gemeenten en private verzekeraars zouden hun taken moeten overnemen met een Loket Activering. Het Kamerlid wil nu pas ingaan op alternatieven als er nieuwe informatie is over de reïntegratiekosten. In zijn brief belooft Donner die vóór de begroting te geven.

index


Onderzoek reïntegratie levert meer vragen op dan antwoorden
De minister van SZW heeft op verzoek van de Kamer onderzoek laten doen naar de kosten en baten van reïntegratietrajecten. Helaas roept het onderzoek nog veel vragen op en kunnen op basis van dit onderzoek geen conclusies worden getrokken.
Uit het onderzoek blijkt dat de kosten en resultaten van gemeenten en UWV met de gekozen onderzoeksmethodiek nauwelijks met elkaar te vergelijken zijn en dat er verschillende prijskaartjes hangen aan de uitvoering van de regelingen in de sociale zekerheid.
De onderzoekers geven hiervoor verschillende verklaringen, uiteenlopend van verschillen in wet- en regelgeving tot verschillende kenmerken van uitkeringsgerechtigden.

De VNG herkent dit beeld wel: het maakt nogal uit of iemand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt moet re-integreren of dat het gaat om de begeleiding van iemand die grotendeels zelfredzaam is.
Om de gemeentelijke kosten van een reïntegratietraject te kunnen berekenen hebben de onderzoekers een flink aantal aannames moeten doen. Dat maakt de uitkomsten van het onderzoek discutabel.

Initiatieven VNG en Divosa
VNG en Divosa hebben zelf al een aantal initiatieven ontplooid om meer inzicht te krijgen in de resultaten van hun reïntegratie-inspanningen:

  • De Participatieladder.

De Participatieladder laat zien waar gemeentelijke klanten staan in hun participatieontwikkeling. De VNG ondersteunt gemeenten die de ladder willen implementeren.

  • Onderzoek naar participatieontwikkeling

VNG en Divosa onderzoeken samen met een aantal gemeenten die met de participatieladder werken, in hoeverre de Participatieladder inzicht geeft in de participatieontwikkeling van klanten. Dit onderzoek wordt in 2011 gepubliceerd.

  • De Divosa-monitor

Divosa houdt jaarlijks een monitor naar de besteding van de reïntegratiegelden.

  • Verbetering Statistiek Reïntegratie Gemeenten

VNG en Divosa attenderen gemeenten die in gebreke blijven bij aanleveren van gegevens voor de SRG.

index


Ouderen werken steeds langer door
Het percentage niet werkende 50-plussers blijft dalen. Gemiddeld gaat de Nederlander later met pensioen. De pensioenleeftijd is wel afhankelijk van de bedrijfstak waarin men werkt. Personen met een langdurige aandoening hebben vaker geen werk of werken meer in deeltijd. Ook blijken honderdduizend jongeren geen opleiding of werk te hebben en zijn allochtone moeders nog steeds ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Dit zijn enkele conclusies uit de vandaag verschenen TNO/CBS-publicatie ‘Alle Hens aan Dek: Niet-werkenden in beeld gebracht’.

Daling percentage 50 tot 65-jarigen buiten de beroepsbevolking
Het aandeel 50 tot 65-jarigen dat geen deel uitmaakt van de beroepsbevolking, blijft dalen. Vooral het percentage 60-plussers dat behoort tot de niet-beroepsbevolking is sterk afgenomen. Daarnaast is het aandeel zowel onder 50 tot 55-jarigen als onder 55 tot 60-jarigen in nog geen 15 jaar tijd bijna gehalveerd. Steeds meer ouderen blijven dus aan het werk.

Flinke verschillen in pensioenleeftijd tussen bedrijfstakken
Doordat ouderen langer aan het werk blijven, loopt de gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gaan op. Wel is er verschil tussen bedrijfstakken in de gemiddelde leeftijd waarop men met pensioen gaat. In 2007 was de gemiddelde pensioenleeftijd 62 jaar. Bij de overheid en in de zorg lag dit rond 61 jaar. In de landbouw en visserij is deze met 64 jaar een stuk hoger. Zelfstandige ondernemers gaan gemiddeld zelfs niet voor hun 66ste met pensioen.
Vooral bedrijfstakken die een hoge vergrijzinggraad combineren met een lage gemiddelde pensioenleeftijd, zoals de overheid en de zorg, lopen op termijn risico om een tekort aan vakbekwaam personeel te krijgen.

Personen met een langdurige aandoening hebben vaker geen werk
Mensen die ten minste een half jaar aaneengesloten te maken hadden met een aandoening, vormen de grootste groep binnen de niet-beroepsbevolking. Van de 2,7 miljoen personen met een langdurige aandoening behoorde 48 procent tot de niet-beroepsbevolking tegenover 23 procent van de personen zonder langdurige aandoening. Bovendien nam het aandeel gezonde personen zonder werk af, terwijl het aandeel personen met een langdurige aandoening zonder werk iets opliep. De trends voor personen met en zonder langdurige aandoening lopen dus uiteen. Personen met een langdurige aandoening werken meer dan gemiddeld in deeltijd.

Honderdduizend jongeren zonder werk of opleiding
In 2009 volgden honderdduizend jongeren van 15 tot en met 26 jaar geen onderwijs en maakten ook geen deel uit van de beroepsbevolking. Dit betreft vooral jongeren met een lage opleiding. Van deze groep jongeren zijn er vierendertigduizend die wel zouden willen werken, maar die niet (meer) op zoek zijn naar betaald werk. De overige zesenzestigduizend willen of kunnen helemaal niet werken. Van deze laatste groep hadden drieënveertigduizend jongeren geen startkwalificatie. Lichamelijke of psychische beperkingen liggen vaak ten grondslag aan het niet behalen van een startkwalificatie.

Allochtone moeders blijven ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt
In vijftien jaar tijd is het percentage vrouwen buiten de beroepsbevolking gehalveerd naar 37 procent in 2009. Deze trend is ook te zien voor moeders met jonge kinderen. Anno 2009 had 29 procent van de moeders met jonge kinderen geen betaalde baan van ten minste 12 uur per week. In 1996 was dat nog 60 procent. Allochtone moeders, vooral van Turkse of Marokkaanse herkomst, blijven ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. In de periode 2006-2008 participeerde ruim de helft van de Turkse en Marokkaanse moeders niet; bij autochtone moeders was dit 25 procent. Dat heeft niet alleen te maken met de zorg voor kinderen, maar ook komt het door het lagere opleidingsniveau. Daarnaast spelen cultuurverschillen een rol.

Bron: CBS, 13 juli 2010

index


Kwart jonge allochtonen werkloos
De werkloosheid onder Marokkanen, Turken en Antillianen is afgelopen jaar flink gestegen. Niet-westerse allochtonen zijn bijna drie keer zo vaak werkloos als autochtonen. Jongeren hebben nog meer last van de crisis: een kwart van de allochtone jongeren is werkloos.

Dit blijkt uit de vijfde monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt die het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum vandaag publiceert. Dit voorjaar zat 14 procent van de niet-westerse allochtonen werkloos thuis, tegenover 5,1 procent van de autochtonen. Een jaar eerder had één op de tien allochtonen geen baan. Onder hoogopgeleide allochtonen is de werkloosheid hoger dan onder laagopgeleide autochtonen.

‘Je ziet bij elke economische dip dat de werkloosheid onder allochtonen ongeveer drie keer zo hoog is als onder autochtonen’, zegt Sadik Harchaoui, directeur van Forum. Toch vindt hij het treurig dat het nu weer zo is. ‘Het opleidingsniveau van allochtonen is gestegen, ze zijn beter geïntegreerd dan tijdens vorige recessies en er is meer aandacht voor diversiteit.’

Wat Harchaoui betreft, heeft de hoge werkloosheid niet zozeer te maken met discriminatie door werkgevers. Hij wijt het eerder aan de zwakke positie van allochtonen op de arbeidsmarkt. Zij hebben vaker een flexcontract, en vliegen er dus als eerste uit. Hoewel het opleidingsniveau is gestegen, is de achterstand op autochtonen nog niet ingehaald. ‘En allochtone jongens en meisjes kunnen minder gebruik maken van de netwerken die autochtonen wel hebben.’

Vooral de hoge werkloosheid onder jongeren baart hem zorgen. Dit voorjaar had 12 procent van de autochtone jongeren onder de 25 jaar geen werk, tegenover 25 procent van hun allochtone leeftijdgenoten. Surinaamse en Marokkaanse jongeren hebben de meeste moeite een baan te vinden; van hen zit 28 procent thuis.

‘Als zij langer dan een maand of zes werkloos blijven, is dat echt een probleem. Het wordt dan lastig om nog een voet tussen de deur te krijgen’, zegt Harchaoui. In de afgelopen maanden zijn er tekenen dat de arbeidsmarkt voorzichtig herstelt. Maar volgens de Forum-directeur profiteren allochtonen hier pas na een tijdje van. ‘Er zit een vertraging van twee jaar tussen’, schat hij. ‘Zo’n lange periode van werkloosheid kan heel vervelende gevolgen hebben. Het zelfbeeld van deze jongeren daalt, ze hebben geen inkomen en missen ook de structuur die werk biedt. Als er grote groepen werkloos blijven, bestaat het gevaar dat deze jongeren gaan hangen en op een illegale manier aan hun geld proberen te komen.’ Het demissionaire kabinet is vorig jaar een ‘actieplan’ begonnen om werkloosheid onder jongeren tegen te gaan, maar volgens Forum is het onduidelijk wat de resultaten zijn.

Opvallend is dat allochtone ondernemers zich niet hebben laten afschrikken door de malaise. Het aantal autochtone ondernemers is in de periode maart 2009 tot maart 2010 met negentienduizend gedaald. Het aantal ondernemers met een niet-westerse achtergrond is juist gestegen met tweeduizend. Vooral de Turkse ondernemer gaat stug door. ‘Bij Turken zit het ondernemerschap in het bloed’, verklaart de Forum-directeur. ‘Zij hebben ook een andere perceptie van de risico’s. Ze hoeven niet meteen een miljoenenbedrijf en als het een keer misgaat, wordt dat niet gezien als gezichtverlies.’ Forum baseert dit rapport onder meer op CBS-gegevens.

index


Uitzendsector werft weer personeel
De grote uitzenders werven weer personeel of zijn van plan om dat op korte termijn te doen. Dat blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad langs de grootste partijen op de uitzendmarkt. De uitzenders hebben extra intercedenten nodig, omdat de vraag naar uitzendkrachten sinds kort weer snel stijgt.
De toename van de vraag naar uitzendkrachten in het tweede kwartaal van dit jaar was de eerste opleving in ruim twee jaar. Vooral in de industrie nam de omzet met 30 procent fors toe.
Volgens de jongste cijfers, die brancheorganisatie ABU vandaag bekendmaakte, houdt die groei aan, al steeg de omzet in de afgelopen periode niet zo hard als een maand eerder.

De totale omzet in de uitzendbranche steeg in juni met 4 procent. Ter vergelijking: in dezelfde periode vorig jaar daalde de omzet met 22 procent. De industrie groeide met 20 procent, tegen een daling van 28 procent vorig jaar. Opmerkelijk is ook de aantrekkende vraag naar technisch personeel: de omzet steeg hier met 7 procent, tegen een omzetdaling van 29 procent in juni 2009.

Branchevereniging ABU verwacht dat het herstel doorzet. „Het gaat niet met kleine stapjes, maar met grote sprongen”, zegt plaatsvervangend ABU-directeur Jurriën Koops. „De grote uitzenders hebben een jaar lang stilgestaan, maar zijn nu allemaal weer aan het weven om de groeiende vraag aan te kunnen.”
Vorig jaar moesten de uitzenders nog flink in de kosten snijden om de gevolgen van de economische crisis te doorstaan. De grootste bedrijven, Randstad en USG People, reduceerden hun personeelsbestand met een kwart. „En nu werven we al weer”, zegt topman Rob Zandbergen van USG. „Dat had ik een paar maanden geleden niet durven dromen. Sterker nog: als je me een jaar geleden had gevraagd of we hier nu nog zouden staan, had ik je geen antwoord kunnen geven. We gleden keihard naar beneden.”

index


UWV WERKbedrijf neemt werkzoekende jongeren aan als trainee
UWV WERKbedrijf stelt vanaf maandag 12 juli ruim honderd vacatures open voor afgestudeerde jongeren zonder werkervaring. Het gaat om traineeplaatsen van een jaar.

De jongeren gaan hun leeftijdsgenoten ondersteunen bij het vinden van een baan of een opleiding. Ze nemen het stokje over van een eerste groep van honderd trainees die afgelopen najaar bij UWV WERKbedrijf aan de slag ging. Destijds was er een run op de opleidingsplaatsen: dertienhonderd kandidaten meldden zich aan.

Met het traineeprogramma biedt UWV jongeren de kans om werkervaring op te doen en levert het extra inspanningen om de jeugdwerkloosheid terug te dringen. Het programma is onderdeel van het vorig jaar gelanceerde Actieplan Jeugdwerkloosheid van het ministerie van Sociale Zaken.

Directeur van UWV WERKbedrijf, André Timmermans, is tevreden over de resultaten tot nu toe: “De trainees hebben veel nieuwe ideeën bedacht en uitgevoerd om jongeren verder te helpen op de arbeidsmarkt. Vaak hebben ze hierbij gebruik gemaakt van nieuwe media en moderne communicatiemethoden. Door deze vernieuwende aanpak zijn wij in staat gebleken om meer werkzoekende en studerende jongeren te bereiken. De nieuwe lichting trainees zal vol aan de bak moeten. Na de zomer gaan duizenden schoolverlaters de arbeidsmarkt op.”

Kandidaten voor de functie dienen jonger te zijn dan 27 jaar, recent te zijn afgestudeerd en in bezit van een HBO of WO-diploma. Er worden geen eisen gesteld aan de afstudeerrichting. Solliciteren kan nog tot 23 juli. Sollicitanten die niet in aanmerking komen voor het traineeship krijgen toegang tot een online netwerk dat verdere ondersteuning biedt naar werk. UWV WERKbedrijf begeleidt ook de trainees die afzwaaien bij het vervolg van hun loopbaan.

De vacature is opvraagbaar via http://www.uwv.nl/overuwv/werken-bij-UWV/index.aspx 

index


80.000 zzp'er in de bouw
De zzp'er in de bouw is man, gemiddeld 44 jaar en maakt veel meer uren dan iemand met een voltijdbaan. Hij verdient gemiddeld 42.000 euro bruto per jaar.
Dat valt te lezen in het rapport 'Zzp'ers in de bouw: marktpositie en vooruitzichten' van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Het is gebaseerd op een grootschalige enquête onder zzp'ers.

Het aantal zzp'ers in de bouw is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Nu zijn het er ongeveer 80.000. Zij vormen inmiddels 15 procent van de werkenden in de sector, 10 procentpunt meer dan in 1996. De komende jaren groeit hun aantal nog wel maar niet meer zo hard, verwacht het EIB. In 2020 ligt het aantal tussen de 80.000 en 125.000. Maar dat laatste aantal wordt alleen bereikt bij hoge groei en deregulering.
De zzp'er heeft gemiddeld tien opdrachtgevers en is niet, zoals wel wordt gedacht, voor het merendeel van zijn omzet afhankelijk van inhuur door aannemers. Uit het onderzoek blijkt dat 80 procent wel eens werkt voor particulieren en voor bijna de helft zijn die de belangrijkste opdrachtgever.

Veruit de meesten hebben eerst in loondienst gewerkt voordat zij voor zichzelf begonnen. 'Zij hebben die stap gezet omdat zij zelf dingen wilden kunnen bepalen. Of om het geld, omdat zij ervan uitgaan dat zij er op vooruitgaan', aldus Taco van Hoek van EIB. Nog geen 10 procent gaf aan dat zij noodgedwongen als zelfstandigen zijn begonnen.
Een zzp'er maakt veel uren. Een voltijdbaan in Nederland komt neer op circa 1720 uur per jaar. De zzp'er in de bouw komt daar ver boven uit. Van de 2175 uur die hij per jaar werkt, kan hij 75 procent declareren bij de opdrachtgever.
De zelfstandigen zijn in vergelijking met werknemers in de bouw meer bereid risico's te nemen. Maar dat neemt niet weg dat de meesten zich verzekeren tegen risico's die het werken als zelfstandige met zich meebrengen. Twee derde is verzekerd voor aansprakelijkheid en 57 procent voor arbeidsongeschiktheid.

index


Werkloosheid in vier Arnhemse probleemwijken neemt af
De werkloosheid in de vier Vogelaarwijken in Arnhem is na investeringen door gemeente en woningcorporaties gedaald. De daling met enkele procenten gaat tegen de landelijke trend van oplopende werkloosheid in.
Betrokkenen verklaren de daling van de werkloosheid uit de inspanningen die de afgelopen drie jaar zijn verricht. In het Arnhemse Broek is het aantal ingeschreven werkzoekenden bijvoorbeeld gedaald van 423 in 2007 naar 365 in 2009, een daling van 13,7 procent. De werkloosheid daalde in deze probleemwijk van 11 naar 9 procent. Ook in de andere probleemwijken van Arnhem dalen de cijfers met 2 tot 3 procent.

De werkloosheid is nog steeds twee keer zo hoog als in Nederland. Maar in tegenstelling tot de rest van het land is deze in de wijken gedaald in plaats van gestegen. Dit vertaalt zich ook in de daling van de werkloosheid in de Gelderse hoofdstad als geheel. Betrokkenen schrijven dat voorzichtig toe aan de wijkaanpak.

Werk, scholing of stage worden gezien als de belangrijkste voorwaarden om een wijk er weer bovenop te helpen. De sociale dienst heeft de afspraak gemaakt extra inzet te tonen voor bewoners uit de Vogelaarwijken, genoemd naar de minister Vogelaar die het beleid in 2007 lanceerde.

Ook de participatiecoaches in het Arnhemse Broek zijn een succes. Zij maken afspraken met bewoners over mogelijkheden en doelen en begeleiden ze daarbij intensief. Jamila Ahbouk: ‘We bekijken iemands hele situatie. Huisvesting, schulden en we gaan mee op gesprek met instanties.’
Zij heeft 26 jongeren tot 30 jaar onder haar hoede en haar aanpak heeft de overlast van hangjongeren in de wijk drastisch verminderd. ‘Door met twee leiders aan de slag te gaan is de groep uit elkaar gevallen.’ De één heeft nu een werkstage en de ander gaat naar school. Hun progressie is aanstekelijk. ‘Veel jongeren kennen geen alternatief voor het criminele pad. Ze hebben allen wel eens iets uitgehaald, maar hebben het nu wel gehad met dat leventje, zeggen ze.’

Behalve de participatiecoaches is ook het project Scoren door Scholing van voetbalclub Vitesse een succes. Met driekwart van 36 schooluitvallers die daar een intensieve training volgden om weer aan de slag te gaan, gaat het na een jaar ook nog goed.

Huizenprijs
Een indicatie dat het beleid ook in de andere Vogelaarwijken zijn vruchten afwerpt, is de huizenprijs, aldus het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie op basis van nieuwe CBS- cijfers. In heel Nederland is de prijs in 2009 gedaald, alleen in de veertig wijken minder snel (- 2 procent) dan het stedelijk gemiddelde (-5 procent). Hierdoor liggen de prijzen in de probleemwijken boven het niveau van 2007. ‘De wijken zijn aantrekkelijker geworden’, stelt een woordvoerder.

Of het met de andere aspecten in de wijk zoals schooluitval, veiligheid, sociale samenhang. leefbaarheid ook goed gaat, wordt pas in het najaar duidelijk als deze cijfers in een voortgangsrapportage van de wijkaanpak naar de Kamer worden gestuurd.

index


Thuiszitten is niks voor Bianca de Zwart
Bianca de Zwart uit Leeuwarden heeft twee diploma’s: een in de verkoop en een in de verzorging. Toch kwam ze niet structureel aan de slag en na verschillende uitzendbaantjes belandde ze in de jeugdbijstand. Het Werkplein heeft haar in een leerwerktraject bij de gemeente zelf geplaatst.

Leeuwarden biedt werkplekken bij de gemeente aan, want ‘als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie voor andere werkgevers’.
Bianca werkt nu als assistent-stadstoezichthouder bij de gemeente Leeuwarden. Ze kan hier negen maanden ervaring opdoen.

Lees het hele verhaal van Bianca in de publicatie: Thuiszitten is niks voor mij (maart 2010)

Klik hier voor de publicatie

index


Welzijnsinstelling: met de gemeente Amsterdam om tafel om participatiebeleid richting te geven
De gemeente Amsterdam en de betrokken welzijnspartijen moeten om de tafel om op stedelijk niveau participatiebeleid te regelen. Dat vindt welzijnsorganisatie Combiwel. ‘De gemeente onderneemt van alles, maar het gaat nergens heen’, aldus Margot Kijlstra, bestuursadviseur bij Combiwel.

In een brief aan het college en de directeur van de Dienst Werk en Inkomen van de hoofdstad schrijft welzijnsorganisatie Combiwel: ‘Waar zijn we nu eigenlijk mee bezig?’. Uit het onderzoek Systeem in Beeld uit 2008 bleek dat als een Amsterdammer hulp nodig heeft, hij in een doolhof van organisaties en instellingen terechtkomt. Volgens Combiwel beloofde de gemeente dat aan te pakken.

Computervaardigheden
‘De gemeente werkt er wel aan, maar het gaat nergens heen’, stelt Kijlstra. Een voorbeeld is de stedelijke aanbesteding van cursussen computervaardigheden voor klanten van de Dienst Werk en Inkomen (DWI). De bedoeling is dat één uitvoerende partij deze gunning krijgt. ‘En dat naast bestaande aanbieders van deze cursussen. Dat is er minimaal één per (voormalig) stadsdeel, dus totaal minimaal veertien’, zegt Kijlstra. Volgens Combiwel - zelf ook aanbieder van deze cursussen - zal de gegunde partij opnieuw het wiel gaan uitvinden. ‘Van efficiëntie of kostenbewustzijn lijkt dus geen sprake.’

De buurt
‘Bovendien’, vervolgt Kijlstra, ‘zien welzijnsorganisaties een computercursus niet als doel op zich. Via die cursus komen we in contact met mensen. We stimuleren hen iets voor de buurt te betekenen. Misschien kunnen ze iets van wat ze leren bij die cursus in de wijk toepassen, kennis doorgeven.’ Een centrale stedelijke aanbieder zou dat volgens Kijlstra niet zo snel doen.

Participatiecentrum
DWI is in Amsterdam de uitvoerder van ‘participatiebevorderende’ taken, vervolgt Kijlstra. Zo krijgt ieder stadsdeel een participatiecentrum. Daar kunnen bewoners terecht voor informatie en advies over activiteiten in de buurt, hulp bij solliciteren, scholing, taal- en inburgeringcursussen en (vrijwilligers)werk. Maar ook daar is weinig systeem in te ontdekken, vindt de bestuursadviseur. ‘In het ene stadsdeel is het participatiecentrum een loket met een medewerker van DWI, ergens anders een buurtcentrum van een welzijnsinstelling. Het idee is prima, maar het moet helder.’

Dialoog
Combiwel dringt er bij de gemeente op aan om met welzijnsorganisaties als uitvoerders van de Wmo de dialoog aan te gaan. ‘En niet alleen op stadsdeelniveau. Bepaal nu eens op stedelijk niveau wat handig is om de participatie te bevorderen. En kom dan met een inhoudelijke visie in plaats van aanbodgericht te blijven denken.’

index


Doe mee aan de Week van de Alfabetisering 2010
Doorbreek het taboe op laaggeletterdheid en doe mee aan de Week van de Alfabetisering van 6 tot en met 12 september 2010. De organisatie heeft een brochure en een website gemaakt met tips voor gemeenten die mee willen doen.

De gemeente kan verschillende dingen doen om aandacht te besteden aan laaggeletterdheid. Enkele voorbeelden:

  • Organiseer een startbijeenkomst vanuit de gemeente 
  • Gebruik de mediacampagne Leer lezen en schrijven binnen uw gemeente 
  • Besteed aandacht aan laaggeletterdheid in uw communicatiemiddelen 
  • Nodig een Taalambassadeur (ex-laaggeletterde) uit 
  • Organiseer een lees- of schrijfwedstrijd binnen uw gemeente 
  • Vertoon de film 'The Reader' en ga een gesprek aan over laaggeletterdheid 
  • Maak uw informatiemateriaal toegankelijker

Meer informatie: www.weekvandealfabetisering.nl/gemeenten

 index


Het sociale vangnet in Ljouwert
Eén huishouden, één plan, één hulpverlener
De gemeente Leeuwarden werkt intensief samen met welzijnsinstellingen en woningbouwcorporaties. In aandachtswijken kijken interdisciplinaire wijkteams achter de voordeuren. Het doel? De sociale en fysieke leefomgeving van mensen verbeteren en hen minder afhankelijk maken.

Door Dorine van Kesteren

Ja, eigenlijk loopt Leeuwarden wel een beetje voorop. Oebele Herder, manager Wmo, en Alice Muller, sectormanager Werk en Inkomen, durven dat best te zeggen. Talloze gemeenten zouden wel samen met alle relevante instellingen een sociaal beleid willen voeren vanuit de wijk Maar zie het maar eens te organiseren. Herder: "Onze samenwerking met welzijnsinstellingen is uniek. Er is consensus, zonder ingewikkeld en moeilijk gedoe." Muller: "Er heerst hier heel erg een cultuur van: niet alleen praten, maar vooral ook doen. Gewoon praktisch: hup, aan de slag."

En zo kan het zijn dat Leeuwarden met speciale interdisciplinaire wijkteams de problemen 'achter de voordeur' te lijf gaat. Dit gebeurt nu al in drie wijken; het nieuwe college van B&W heeft in totaal tien wijken bestempeld tot 'aandachtswijk' .
           
Wijkteams
Het sociale vangnet van Leeuwarden heeft een aantal heldere uitgangspunten. Eén: er is een duidelijk onderscheid tussen zelfredzame burgers en burgers die dat minder of helemaal niet zijn. "Natuurlijk behoren niet alle inwoners van de aandachtswijken tot de doelgroep. Tachtig procent redt zich prima; de maatregelen zijn specifiek bedoeld voor de resterende twintig procent", zegt Herder. Twee: eigen verantwoordelijkheid staat voorop. Pas als de mogelijkheden van de burger en zijn sociale omgeving tekortschieten, komen professionals in beeld. Drie: waar professionele ondersteuning noodzakelijk is, geldt als motto: één huishouden, één plan, één hulpverlener. Omdat veel problemen zich in bepaalde wijken concentreren, zet de gemeente daar sociale wijkteams in. Deze bestaan uit professionals op het gebied van werk, inkomen, opvoeden, maatschappelijk werk, GGZ en schuldenproblematiek. Voor 'zeer complexe' problemen zijn er speciale interventieteams, die werken voor Leeuwarden en de provincie Friesland. Teams met breed inzetbare sociaal werkers richten zich op lichte tot matig complexe problematiek. Zij leggen huisbezoeken af en vragen of mensen hulp nodig hebben, bijvoorbeeld bij de administratie of het zoeken naar een baan. De teams werken op locatie: vanuit een wijkgebouw of multifunctioneel centrum.

Lappendeken
Cruciaal is dat gezinnen één vast aanspreekpunt hebben. Binnen het team zijn de professionals specialist, naar de klanten toe generalist. Herder: "We hebben in Nederland een lappendeken aan voorzieningen en opgedeelde functies gecreëerd. Terwijl één gezin vaak te maken heeft met problemen op meerdere terreinen. Daar kun je het beste één hulpverlener op zetten. In plaats van dat mensen versnipperd geholpen worden, en bij wijze van spreken zelf de hulpverlening moeten managen." Kortom: Leeuwarden heeft de deelgebiedenbenadering over boord gegooid. Opvallend is dat ook de welzijnsinstellingen - toch vaak kampioen als het om verkokering gaat - zich daarbij hebben aangesloten. "Zij onderschrijven deze werkwijze volledig. Het gezamenlijk plan van aanpak was een heel belangrijke stap", zegt Herder.

De eerste ervaringen met wijkteams deed Leeuwarden op in haar krachtwijk - Heechterp-Schieringen - waar sinds twee jaar zogenaamde 'frontlijnteams' actief zijn. Dit begon vanuit het Innovatie Programma Werk en bijstand (IPW) van het ministerie van Sociale Zaken. Het IPW-project is inmiddels afgelopen, maar de gemeente laat de teams doorgaan met hun werk. Muller: "Zij komen letterlijk bij de mensen binnen en zien wat er speelt. Wat is er nodig om hen aan het werk te krijgen en te laten participeren? Hoe kunnen zij zich verder ontwikkelen: vrijwilligerswerk, een hobby, een betere gezondheid?" Het concept van 'langs de deuren gaan' beproeft de gemeente ook in de Schepenbuurt. een andere aandachtswijk. Daar gaan medewerkers van Sociale Zaken en vertegenwoordigers van de woningbouwcorporatie langs hij mensen met een huurachterstand. "Dan kun je meteen ook de overige schulden aanpakken."

Armoede
Leeuwarden kent families die al generaties lang in armoede leven. Het aantal kinderen dat in arme gezinnen opgroeit, neemt toe. De oplossing ligt volgens de gemeente in het bieden van toekomstperspectief.  "Ons armoedebeleid is nadrukkelijk gericht op participatie en ontplooiing", vertelt Muller. "Dit willen we ook terugzien in de schuldhulpverlening. Aandacht voor de financiële problematiek moet niet op zichzelf staan. Het is beter om te kijken waar mensen heen willen in hun leven, wat hun perspectief is en welke obstakels er zijn om dat te bereiken. Ook dit is weer een voorbeeld van de integrale benadering die wij voorstaan. Met de frontlijnteams in Heechterp-Schieringen hebben we op dit punt veel geleerd."
Niet alleen sociale problematiek, maar ook de fysieke woonomgeving is onderwerp van aandacht. In de Mondriaanbuurt kwam bijvoorbeeld een grootscheepse renovatie tot stand. Gemeente, inwoners en woningbouwvereniging besloten de bestaande woningen te slopen en te herbouwen. De eerste nieuwe woningen komen deze zomer gereed. Herder: "Tijdens het renovatieproces konden we gelijk de sociale kant aanpakken. Daarbij bleek onder meer dat een deel van de bewoners ondersteuning nodig heeft op basale levensgebieden, zoals bij het runnen van hun huishouden of de financiële administratie."

In de toekomst wil de gemeente het mandaat van de teamleden verruimen. Zo moet het mogelijk worden om de aanvraagprocedures voor bijzondere bijstand en huishoudelijke hulp op grond van de Wmo simpelweg 'over te slaan'. Herder: "Een professional die ergens een kapotte koelkast ziet, moet direct kunnen besluiten: hier moet een koelkast komen, zonder eerst het administratieve traject te hoeven doorlopen. Of dat de indicatieprocedure achterwege kan blijven als een alleenstaande van tachtig jaar hulp in de huishouding nodig heeft."

Resultaten
Herder en Muller zijn tot dusver tevreden over de vorderingen. "Je ziet dat mensen uit hun isolement komen en zelfredzamer worden: ze doen mee aan buurtactiviteiten, krijgen hulp van de buren, raken bij de school van hun kinderen betrokken ... De bemiddeling naar werk heeft nog wat tijd nodig, want het economisch tij zit momenteel natuurlijk tegen", zegt Muller. Toch zijn er volgens haar wel degelijk resultaten te melden. "Het Frontlijnteam is erin geslaagd om een aantal mensen aan regulier werk te helpen toen hun gesubsidieerde baan afliep. Bij zo'n kwetsbare en moeilijke groep is dat een bijzonder resultaat." Vanzelfsprekend ontkomt Leeuwarden niet aan de bezuinigingen die boven de markt hangen. De gemeente bezint zich daarom bewust op haar rol. De vraag is wat taken van de gemeente zijn, en wat burgers en maatschappelijke organisaties zelf kunnen. Eigen verantwoordelijkheid staat voorop, zeggen Herder en Muller, en dat betekent dat ondersteuning van de wijkteams niet voor eeuwig is. "Mensen moeten op den duur weer op eigen benen staan, eventueel met hulp van hun sociale omgeving." De inzet van vrijwilligers past ook bij dit principe. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat vrijwilligers van Humanitas mensen helpen met de financiën of als gezinsmentor fungeren. "Soms is het misschien wel beter dat mensen geholpen worden door burgers met gezond verstand dan door professionals.

Bron: Sprank, juni 2010, ledenblad van Divosa

index


Zwolle overweegt eigen bijdrage voor Wmo
Het WMO-beleid van de gemeente Zwolle gaat op de schop. In samenwerking met verschillende cliëntenraden is gekeken naar een noodzakelijk aanpassing.
Deze aanpassing heeft vooral te maken met de aankomende bezuinigingen die ook de gemeente Zwolle moet invoeren.
Het is de bedoeling dat vanaf januari 2011 meer gekeken wordt naar de individuele kant bij WMO-aanvragen. Ook wil de gemeente vaker een eigen bijdrage van mensen gaan vragen. “Het is de bedoeling om een gezonde drempel op te werpen”, aldus wethouder Erik Dannenberg. “ Men moet het ook niet zien als een pure bezuinigingsmaatregel. Ik had dit ook willen doen wanneer Zwolle er financieel wel goed voor zou staan.” De gemeente moet komende jaar 1,3 miljoen euro besparen op de WMO-begroting.

Burendag op 25 september: een goed idee voor de buurt!
Sinds begin deze maand kunnen buren uit heel Nederland zich aanmelden voor Burendag. De komende maanden roepen we samen met Douwe Egberts zoveel mogelijk mensen op om op 25 september de buurt leuker en socialer te maken. Het thema dit jaar is daarom Burendag: Een goed idee voor de buurt!

Ideeën stromen binnen
Op de campagnewebsite burendag.nl kan iedereen zijn leukste ideeën delen en natuurlijk geld aanvragen om de plannen op 25 september uit te voeren. Op de website stromen de ideeën al binnen. Ze variëren van het opruimen en opfleuren van een speeltuintje tot het maken van een gezellig buurtbankje, of het organiseren van een voetbaltoernooi voor de hele buurt. Voor elk goed idee dat de buurt leuker en socialer maakt, heeft het Oranje Fonds maximaal € 500 beschikbaar.
Kijk voor de voorwaarden en mogelijkheden op www.burendag.nl

index


Wat steunt het Oranje Fonds bij u in de buurt?
Benieuwd welke sociale initiatieven het Oranje Fonds in uw omgeving steunt? Als onderdeel van ons jaarverslag 2009 ontwikkelden we een overzicht van alle gesteunde projecten over de afgelopen jaren. Op onze website kunt u onder meer zoeken op jaartal, provincie, plaats en soort project.
Voor meer informatie: www.oranjefonds.nl/toekenningen

index


Druk op mantelzorgers loopt op door ingrepen AWBZ
Zorgvragers die door de bezuinigingen op de AWBZ  minder zorg krijgen, vallen noodgedwongen terug op de eigen omgeving. Dit heeft tot gevolg dat bijna een kwart van de mantelzorgers die de zorg voor hen op zich nemen minder moet gaan werken of moet stoppen met werken. De hulp van mantelzorgers en zorgvrijwilligers biedt slechts tijdelijk een oplossing. Op langere termijn lopen zowel zorgvragers als mantelzorgers tegen grote problemen aan.

Dat zijn de eerste resultaten van de meldactie AWBZ die zeven landelijke cliëntenorganisaties dit voorjaar hebben gehouden. Aan deze meldactie, die de derde is in een reeks van vier, namen bijna 2300 mensen deel. De meerderheid had in 2009 te maken met een nieuwe indicatie voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).  De helft van deze mensen geeft aan er met de nieuwe indicatie op achteruit te zijn gegaan. Dit leidt in 44% van de gevallen tot problemen.

De peiling laat zien dat mensen die door de nieuwe indicatie hulp tekort komen niet alleen aankloppen bij gemeente of huisarts, maar vooral ook hulp zoeken in eigen familie- en/of kennissenkring.  Dit heeft in 23% van de gevallen tot gevolg dat mantelzorgers minder moeten gaan werken, of zelfs zich genoodzaakt voelen  om te stoppen met werken. Ook gaan mensen zelf betalen voor de extra zorg die ze nodig vinden; dit gebeurt vooral bij gezinnen met een thuiswonend kind. Voor veel mensen zijn oplossingen slechts tijdelijk haalbaar, en niet voor de lange termijn; slechts één op de tien mensen kan de problemen voor langere tijd oplossen in eigen kring. Bij de meerderheid blijkt dat de inzet van mantelzorg veel extra belasting geeft in eigen kring, bijvoorbeeld door financiële krapte als de mantelzorger minder werkt, tekort aan aandacht voor de andere kinderen in het gezin en niet meer kunnen bijtanken op vakantie.

De problemen doen zich bijvoorbeeld voor bij mensen met dementie. Als met de nieuwe indicatie het recht vervalt op dagopvang voor enkele dagdelen in de week, blijkt de zorg thuis voor de partner moeilijk vol te houden. Er zijn veel voorbeelden van mantelzorgers die door de zorg voor een naaste overbelast raken. "Bij herindicatie is het tijdelijk verblijf gehalveerd zodat mijn echtgenote nu één keer per vier weken kan gaan logeren. Ik raak hierdoor overbelast want niemand in de omgeving kan de zorg tijdelijk overnemen. Door het  beroerte van mijn vrouw is de familie en vriendenkring namelijk drastisch verkleind."

In de huidige discussies over de toekomst van de langdurige zorg ligt de nadruk op besparingen. De aandacht voor de gevolgen van de bezuinigingen op de AWBZ die in 2009 werden ingevoerd zijn daardoor op de achtergrond geraakt. Uit de ervaringen die de samenwerkende cliëntenorganisaties monitoren van mensen die een beroep doen op de AWBZ blijkt het belang van aandacht voor de overbelasting van mantelzorgers. Voorzieningen om mantelzorgers goed te ondersteunen en voldoende mogelijkheden voor respijtzorg kunnen helpen om de overbelasting van de mantelzorger te voorkomen. Daarop moeten de mensen die aangewezen zijn op langdurige zorg en hun mantelzorgers kunnen rekenen.

Cliëntenmonitor AWBZ
Sinds 2009 is het moeilijker om begeleiding te krijgen uit de AWBZ. Aangescherpte indicaties leiden ertoe dat veel mensen minder hulp krijgen.  Landelijke cliëntenorganisaties monitoren sinds 2009 de gevolgen van de veranderingen. Tot nu toe hebben in totaal ruim 6500 mensen informatie gegeven over de hulp die ze nodig hebben en de hulp die ze krijgen. Het onderzoek is gedaan onder cliënten die sinds 2009 te maken kregen met een nieuwe indicatie voor de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).

De Cliëntenmonitor AWBZ is een gezamenlijk initiatief van:
Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties, Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, Landelijk Platform Geestelijke Gezondheidszorg, LOC Zeggenschap in zorg, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, Per Saldo, en Platform VG. In samenwerking met Mezzo, Zorgbelang Nederland en de regionale zorgbelangorganisaties.

index


Eerste Kamer zet elektronisch patiëntendossier in ijskast
De Eerste Kamer heeft dinsdag 6 juli de verdere ontwikkeling van het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) stop gezet. Minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) was het met de Kamer eens dat in de ontwikkeling van het EPD geen onomkeerbare stappen gezet mogen worden.
De Eerste Kamer wil zich onder andere nog kunnen uitspreken over het wetsvoorstel over het EPD dat nog bij de Tweede Kamer in behandeling is en waarop minister Klink inmiddels enkele wijzigingen heeft voorgesteld.

Persoonlijke levenssfeer
Ook wil de senaat meer bescherming van de persoonlijke levenssfeer van patiënten. Daarom vraagt de hij de regering om te zorgen voor een procedure waarmee burgers toestemming of weigering kunnen aangeven voor opname van hun gegevens in de databank van het EPD. Deze procedure moet ter goedkeuring aan de beide Kamers van de Staten-Generaal worden voorgelegd.

Communicatieplan
Tenslotte vraagt de senaat de regering om een communicatieplan voor het EPD waarin de minister de stand van zaken toelicht en duidelijkheid geeft over het vervolgtraject. Dit zou moeten leiden tot duidelijker publieksvoorlichting.

index


Pgb’s bij uitzondering toch mogelijk
Voor een aantal groepen blijft het mogelijk een persoonsgebonden budget (pgb) in het kader van de AWBZ te krijgen. Eind vorige maand kondigde minister Klink van Volksgezondheid, welzijn en Sport aan dat mensen vanaf 1 juli 2010 geen persoonsgebonden budget meer konden krijgen omdat het plafond voor de pgb’s ruim was overschreden. Met de uitzonderingsmaatregelen die de minister vandaag in een brief aan de Tweede Kamer meldt, geeft hij uitvoering aan zowel de motie Van der Veen (PvdA) als aan een toezegging die hij op 1 juli aan de Tweede Kamer heeft gedaan.

Voor drie groepen maakt Klink een uitzondering.

  • Duurdere zorginstelling

In de eerste plaats voor cliënten die, als zij geen pgb krijgen, in een duurdere zorginstelling zouden moeten worden opgenomen. De cliënt gaat in overleg met het zorgkantoor na wat de mogelijkheden zijn voor verantwoorde zorg in natura thuis. Als deze zorg niet mogelijk blijkt, kan het zorgkantoor alsnog een pgb toekennen zodat de cliënt zelf zijn zorg thuis kan inkopen.

  • Pgb-gefinancierde wooninitiatieven

Daarnaast maakt de minister een uitzondering voor cliënten die in pgb- gefinancierde ouder- of wooninitiatieven willen verblijven. Het initiatief dient dan aannemelijk te maken aan het zorgkantoor dat de continuïteit van de zorgverlening aan de overige cliënten in gevaar komt als aan de aspirant bewoner voor een opengevallen plaats geen pgb wordt toegekend. Het gaat dan onder meer om de zogeheten Thomashuizen.

Voor een initiatief in ontwikkeling geldt dat de initiatiefnemers vòòr 1 september 2010 bij het zorgkantoor aannemelijk moeten maken dat zij, als gevolg van vòòr 1 juli 2010 aangegane contractuele verplichtingen, in onoverkomelijke financiële problemen komen door de tijdelijke pgb-maatregel.

  • Ernstig zieke kinderen

En tenslotte blijven ouders recht houden op een pgb voor kinderen die na behandeling in een ziekenhuis verdere medisch specialistische behandeling nodig hebben door een verpleegkundig kinderdagverblijf, een kinderhospice of een kinderthuiszorgorganisatie. Het gaat hier om een kleine groep kinderen die in 2010 en 2011 het pgb als overgangsmaatregel krijgen.

Pgb-stop
De algemene pgb-stop geldt vanaf 1 juli 2010 tot het eind van dit jaar en alleen voor cliënten die voor het eerst een pgb aanvragen. Voor mensen die nu al een pgb krijgen verandert er niets. De uitzonderingen op de pgb-maatregel gelden eveneens tot eind van dit jaar. Op 1 januari 2011 komt de algemene stop immers te vervallen waardoor deze uitzonderingen niet meer nodig zijn.

Bron: Nieuwsbericht Rijksoverheid, 16 juli 2010

index


Betere communicatie dankzij burgerinbreng
Met de inbreng van burgers worden brieven van de gemeente Zwolle beter. Dit blijkt uit een uitgebreide proef die de gemeente deed.

In die proef werden burgers gevraagd mee te denken over helder communiceren. De herschreven brieven worden beoordeeld als beter leesbaar, klantgerichter en vriendelijker van toonzetting.

Via een website van de gemeente, www.zwolle.nl/heldercommuniceren , konden Zwollenaren reageren op veelgebruikte (standaard)brieven van de gemeente Zwolle en op webpagina’s van de lokale overheid. Iedereen die dat wilde, kon de teksten beoordelen met een rapportcijfer. Vervolgens konden deelnemers aan de proef verbetervoorstellen doen.

Werden bij aanvang van de proef de gemeentelijke teksten nog beoordeeld met gemiddeld een 6,4, na aanpassing van de teksten op basis van de opmerkingen en suggesties van de burgers scoorden de teksten gemiddeld een 8,4. De verbeterde brieven en webteksten worden allemaal in gebruik genomen door de gemeente.

Gedurende de proefperiode van een maand namen 26 burgers deel aan de proef via internet. Daarnaast maakten zo’n 60 leden van het Burgerpanel van de gemeente gebruik van het aanbod de Zwolse brieven en internetteksten te beoordelen en te verbeteren.

Zwolle kijkt nu hoe de goede resultaten van deze proef het beste ingezet kunnen worden om de gemeentelijke dienstverlening te verbeteren. ‘Helder Communiceren - de klant aan het woord’, zoals het initiatief officieel heet, is onderdeel van het landelijke project ‘Bouwen aan brieven’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de gemeente Zeist.

Index


Aanmelden
Alleen voor deelnemers intranet. Ook lid worden, meld je aan via de knop aanmeldenin het menu.

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Onthoud mij

Zoeken
Zoekopdracht
Zoek