|
Nieuwsbrief Sociale Zekerheid
Nr 10/05 4 maart 2010

Colofon
De Nieuwsbrief Sociale Zekerheid is een uitgave van de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA) en het Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid (LocSZ).
Deze nieuwsbrief werd in opdracht van LVA en LocSZ samengesteld door
Catrinus Egas, bureau AanZ www.aanz.org
In deze nieuwsbrief de volgende onderwerpen:
Oproepen en aankondigingen
Gemeenteraadsverkiezingen
WIA en Poortwachter:
WWB:
Ouderen en AOW:
Sociale zekerheid algemeen:
Sociale zekerheid in de keten:
Uit de praktijk:
Koopkracht en armoede:
Participatie:
Wmo:
Inburgering:
Zorg:
Nieuw op het intranet
- Update inventarisatie cliëntenparticipatie Werkpleinen
- Update rubriekenarchief: Koopkracht en Armoede
Voor de printversie van de nieuwsbrief klik hier
Om de nieuwsbrief te openen moet je wel beschikken over AcrobatReader van Adobe.
klik op het logo om dit programma gratis te downloaden

Houd de Nieuwsbrief in de lucht!
Geachte lezer van de Nieuwsbrief
U bent gewend om elke twee weken de Nieuwsbrief van LVA/LocSZ via uw mailbox te ontvangen. Bovendien waren daaraan geen kosten verbonden.
Dat u dit waardeerde bleek uit de evaluatieonderzoeken en uit het gestaag groeiende aantal personen op de verzendlijst. Bovendien wordt de Nieuwsbrief op grote schaal doorgestuurd en doorgegeven. U bent niet de enige die de geregelde ontvangst van de Nieuwsbrief op prijs stelt. Er zijn nog zo’n 11.999 lezers net als u.
Tot 2009 konden wij de productie en verspreiding van de Nieuwsbrief financieel dekken. Helaas is dat niet meer het geval.
Daar kunt u wat aan doen!
Wordt steunabonnee en verzeker u van een blijvende ontvangst van de Nieuwsbrief.
Wij vinden het niet plezierig om bij u te komen bedelen. Wij zijn zelfs van mening dat cliëntenorganisaties financieel in staat zouden moeten worden gesteld om cliënten en hun adviseurs goed te informeren. Maar de overheid heeft besloten daarvoor geen middelen meer beschikbaar te stellen.
Omdat veel lezers moeten rondkomen van een minimuminkomen en zich geen abonnementsgeld – hoe gering ook - kunnen permitteren, kiezen wij er niet voor om over te gaan op een abonnementssysteem. Daarom vragen wij een vrijwillige bijdrage. Hieronder doen wij een suggestie voor de hoogte van een jaarlijkse bijdrage. Minder mag maar meer is zeker welkom. U beslist wat u kunt missen en wat u er voor over heeft om de Nieuwsbrief in de lucht te houden.
Individueel steunabonnement € 10, =
Collectieve steunabonnementen:
- Lokale cliëntenraad € 50, =
- Spreekuurhoudersgroep € 50, =
- Cliëntenorganisatie (landelijk) € 250, =
- Professionele organisatie € 250, =
- Commerciële organisatie € 250, =
Wilt u steunabonnee worden, dan u kunt een e-mail sturen en u krijgt dan van ons een schrijven met het rekeningnummer ter bevestiging.
Elke 50e nieuwe steunabonnee kan bovendien een aardige verrassing tegemoet zien!
Wij danken u bij voorbaat voor uw bijdrage en hopen dat wij nog lang in staat zullen zijn u met grote regelmaat van belangrijke informatie te voorzien.
Met vriendelijke groet,
Sjoerd Aerts, voorzitter LVA
index
Voor een sociale(re) gemeente!
Direct na de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart volgen de collegeonderhandelingen. Op basis van de uitslag van de verkiezingen wordt in de gemeenten gezocht naar werkbare coalities. Hier gaan meestal weken overheen. Als partijen elkaar gevonden hebben dan zullen een collegeprogramma en een college van B&W samengesteld moeten worden.
Belangenorganisaties kunnen in deze periode zeker nog invloed uitoefenen!
Armoede- en minimabeleid en schuldhulpverlening zijn punten die hoog op de lokale politieke agenda staan. Maar het zijn ook beleidspunten die onder druk komen te staan vanwege de enorme bezuinigingsopdracht van gemeenten voor de komende vier jaar. Bezuinigen betekent snijden, maar ook prioriteiten stellen en besluiten welke onderdelen van beleid buiten schot blijven. De lokale cliëntorganisaties kunnen door middel van een - open - brief
bij de nieuwe raadsfracties aandringen op een samenhangend minimabeleid en armoedebeleid en er voor pleiten om dit beleid zoveel mogelijk te ontzien bij de bezuinigingen..
Speerpunten
Het Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden (FSU) heeft een notitie verspreid met speerpunten voor een gemeentelijk sociaal beleid. De notitie is toegestuurd aan alle gemeentelijke cliëntenraden en belangenorganisaties. Het FSU roept hen op om deze te benutten en het nieuwe gemeentebestuur ongevraagd te adviseren of een brief toe te sturen. Hieronder de belangrijkste punten voor een goed sociaal beleid:
Minimaregelingen
Voer de categoriale regeling voor chronisch zieken, gehandicapten en 65+ onverkort uit. Verstrek ruime bijzondere bijstand en een witgoedregeling (aanschaf
goederen). Verhoog de kwijtscheldingsnorm tot 120% van minimum. Wijs burgers op de mogelijkheden voor financiële steun, stuur hen een simpel aanvraagformulier toe, laat de burgers de
voorzieningen aankruisen en handel de aanvraag af met een lichte individuele toetsing.
Inkomensvoorzieningen
Benut de koppeling van gegevens ten behoeve van uitkeringscontrole voor het vaststellen van recht op inkomensvoorzieningen (kwijtschelding, reducties, toeslagen, subsidies). Volsta met 1 x een eenvoudige aanvraag en check vervolgens als gemeente op welke minimavoorzieningen de cliënt recht heeft. Pas automatische kwijtschelding toe van heffingen gemeente en Waterschap. Stimuleer en faciliteer persoonlijke benadering van burgers met een minimuminkomen: kanskaart, huisbezoek, formulierenhulp.
Schuldhulp
Stimuleer voorzieningen voor preventieve aanpak (advies en begeleiding). Ontwikkel een integraal schuldhulpbeleid, waarbij de lokale vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties voor hulpverlening ingeschakeld worden. Hanteer de checklist Schuldhulpverlening van het FSU bij het ontwikkelen en toetsen van het schuldhulpbeleid.
Sanctiebeleid
Pas sancties toe op grond van een onderscheid tussen ‘moedwillig’ en ‘ongewild’ Geef eerst een waarschuwing, met kans op een herstelmogelijkheid, en stel daarna pas de sanctie vast.
Houdt bij het toepassen van sancties rekening met de gezinsomstandigheden en de gevolgen voor kinderen. Wijs de cliënt op de mogelijkheid om de gemeente een sanctie op te leggen – bij het niet naleven van termijnen voor reacties en besluiten - via de wet Dwangsom en beroep.
Informeer de cliënt over de bestandskoppeling van zijn gegevens (wanneer, tussen welke organisaties, waarom, welke controle op zorgvuldigheid). Pas geen bestandskoppeling toe op basis van risicoanalyse.
Handhavingsbeleid
Baseer beleid niet op argwaan maar op vertrouwen in de cliënt. Voer een terughoudend beleid ten aanzien van onaangekondigd huisbezoek: alleen op basis van verdenking en als laatste middel en niet ter controle van de leefsituatie. Voorkom stigmatisering op grond van veronderstellingen of vooroordelen: maak geen risicoprofielen of een indeling in risicogroepen. Stel een vertrouwenspersoon aan die anonieme tips behandelt en garandeert dat de betreffende cliënt over wie de tip gaat niet de naam van de aangever krijgt. De vertrouwenspersoon is de enige die de tipgever kent. Deze aanpak voorkomt of filtert onterechte verdachtmakingen.
Sollicitatieplicht
Stop de sollicitatiecontrole bij de mensen die geen arbeidsmarktperspectief hebben. Biedt hen de mogelijkheid op een vrije keuze voor vrijwilligerswerk. Geef personen ouder dan 57,5 jaar ontheffing van sollicitatieplicht.
Reïntegratie
Beschouw de bijstandsuitkering als basisloon, financier aanvullend deel tot maximaal 130% zodat gesubsidieerde banen in stand kunnen blijven. Geen afbouw van gesubsidieerde banen.
Neem de eigen ideeën en plannen van de bijstandsgerechtigde als uitgangspunt: motivatie als drijfveer, maak de relatie gelijkwaardiger en meer coöperatief. Stel bijstandsgerechtigden in staat om zelf een reintegratiebedrijf te kiezen. Beoordeel de kwaliteit van reïntegratiebedrijven ook op basis van het cliëntenkeurmerk en het oordeel van de cliëntenraad.
Toeslagenbeleid
Laat het inkomen van thuiswonende kinderen tussen 16 en 21 jaar niet meetellen voor de vaststelling van de bijstandsuitkering van de alleenstaande ouder, geen korting op de toeslag.
Verstrek de volle toeslag van 20% aan kamerbewoners en daklozen, ga niet uit van fictieve woonkosten.
Vrijwilligerswerk
Biedt de cliënt de mogelijkheid om zelf – in het kader van een traject of sociale activering – vrijwilligerswerk te kiezen op en stimuleer die keuze in plaats van die te verplichten. Biedt een vrijwilligersvergoeding van € 20,- per week aan (fiscaal vrij).
index
Aanbevelingen voor een beter sociaal beleid van gemeenten
In het tweejaarlijkse onderzoek – de monitor - van de FNV worden aanbevelingen gedaan aan de gemeenten hoe ze een beter sociaal beleid kunnen ontwikkelen. In het onderzoek wordt een voorzichtig verband gelegd tussen het beleid en de politieke kleur van de gemeente.
Ruimhartig sociaal beleid
Gemeenten zullen waarschijnlijk fors moeten bezuinigen als gevolg van de crisis. Het zou wrang en onrechtvaardig zijn om deze bezuinigen af te wentelen op de zwakste groepen, door bijvoorbeeld te snijden in het armoedebeleid of door de toegang tot de bijstand nog moeilijker te maken. Juist nu is het belangrijk om een ruimhartig sociaal beleid te voeren. Daarbij hoort ook een langdurigheidstoeslag voor iedereen die drie jaar moet rondkomen van maximaal 120 procent van het sociaal minimum.
Duurzaam aan de slag
Gemeenten zouden meer moeten investeren in mensen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, zoals jongeren, zzp’ers en ouderen. Daarbij moeten ze zich inspannen om te zorgen dat werkzoekenden duurzaam aan de slag komen. Ze zouden iedereen die de bijstand verlaat nog minstens twaalf maanden moeten volgen en waar nodig nazorg moeten geven.
Aandacht voor afhakers
Het sociale vangnet is flink wat strakker aangetrokken de afgelopen jaren. Gemeenten zouden meer aandacht moeten besteden aan mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen. Ze zouden bijvoorbeeld moeten onderzoeken wat er gebeurt met afhakers. Een belangrijke aandachtsgroep zijn jongeren. Gemeenten zouden onderzoek moeten doen naar zogenaamde ‘niet-melders’ en naar de effectiviteit van de aanpak van schooluitval.
Sociale voorwaarden aan opdrachtnemers
Gemeenten kunnen een veel actievere rol spelen als het gaat om het bevorderen van ‘socialere werkomstandigheden’. Bijvoorbeeld door sociale voorwaarden te stellen aan opdrachtnemers. Ook als het gaat om misstanden bij de inzet van arbeidsmigranten, zoals onderbetaling en onveilig werk, kunnen gemeenten zich actiever opstellen.
Indicatie via huisbezoek
Gemeenten zouden de indicatiestelling bij een aanvraag voor een zorgvoorziening moeten baseren op een huisbezoek zodat het indicatieproces deskundig en klantvriendelijk verloopt.
Geen eigen bijdrage
Bovendien zouden gemeenten mensen met een laag inkomen moeten ontzien bij het heffen van de eigen bijdrage voor zorgvoorzieningen, zodat zij niet verder belast worden. Tevens moet het persoonsgebonden budget toereikend zijn om de benodigde voorziening in te kunnen kopen.
Kwaliteit Wmo-voorzieningen
Verder dienen gemeenten aandacht te besteden aan de kwaliteit van de huishoudelijke hulp en van het collectief vraagafhankelijk vervoer. Bijvoorbeeld door sociale criteria op te nemen in het bestek en door kostendekkende tarieven af te spreken. Mensen die lichte ondersteunende begeleiding nodig hebben moeten niet tussen wal en schip vallen. Het is belangrijk dat gemeenten deze groep actief benaderen.
Voor de monitor: http://www.fnv.nl/helpjezelf/lokaal/achtergrond/publicaties/rapport_lmwiz_2009.asp
index
Gemeenteraden missen greep op regionale samenwerking
Elke gemeente werkt in tientallen regio’s samen met andere gemeenten. Gemeenteraden hebben er nauwelijks greep op. De afgelopen jaren onderzochten lokale rekenkamers overal in het land hoe gemeentebesturen omgaan met hun samenwerkingsverbanden. NRC Weekblad bestudeerde tientallen rekenkamerrapporten. Ze schetsen een onthutsend beeld. Uit nagenoeg al die rapporten blijkt dat de gekozen gemeenteraden zich nauwelijks bemoeien met de samenwerkingsverbanden van hun eigen gemeenten.
Woensdag 3 maart kiest Nederland nieuwe gemeenteraden. Burgers denken invloed te kunnen uitoefenen op sloop- en bouwplannen in de buurt en uit te maken hoe belangrijke kwesties als onderwijs, thuiszorg of misdaadbestrijding in hun woonplaats worden georganiseerd. Nauwelijks bekend is dat gemeenteraden daarover nog maar weinig te vertellen hebben.
Oorzaak
De meeste gemeenten in Nederland zijn te klein van omvang. Ze hebben meer taken gekregen, en die taken zijn ingewikkelder geworden. Daarom werken ze al jaren samen met omliggende gemeenten. Aanvankelijk gold dat vooral voor praktische zaken, zoals afvalverwerking en brandweer. Maar steeds vaker zoeken gemeenten elkaar op om samen beleid te maken. Ook bedrijven schuiven graag aan bij dit overleg. Want in deze regionale verbanden valt – buiten de verstikkende gemeentepolitiek om – sneller, goedkoper en efficiënter zaken te doen.
Bestuurskundige Igno Pröpper berekende in 2005 dat een gemiddelde Nederlandse gemeente meedoet in 27 samenwerkingsverbanden. Dat zijn er inmiddels meer.
Het gebrek aan expertise of de kwetsbaarheid daarvan is vaak een drijfveer voor gemeenten om samenwerking aan te gaan. Een burgemeester: „In de staf zit vaak maar één ambtenaar die een heel beleidsterrein doet. Als die uitvalt, is de expertise weg.”
Overzicht ontbreekt
Het aantal en de complexiteit van de samenwerkingsrelaties hebben tot gevolg dat er nauwelijks overzicht bestaat. Ook gemeenten zelf missen overzicht. Het blijkt vaak lastig op een stadhuis een lijst te pakken te krijgen van alle regio’s waarin een gemeente meedoet. Terwijl gemeenten wettelijk verplicht zijn zo’n lijst bij te houden. Soms weten medewerkers op een gemeentehuis niet eens of een samenwerkingsverband nog bestaat. Als ambtenaren het niet eens weten, hoe kunnen raadsleden, laat staan kiezers dan bijhouden waaraan een gemeente precies meedoet? En: wie gaat na wat er binnen die samenwerkingsverbanden gebeurt? Een milieudienst of recreatieschap wordt meestal bestuurd door de wethouders van de aangesloten gemeenten. Wie controleert of zij doen wat ze beloofd hebben?
Hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga: „Dit indirecte regionale bestuur onttrekt zich aan iedere vorm van democratische controle. Je kunt er efficiënter, goedkoper en sneller mee besturen, maar het politieke stelsel wordt de nek omgedraaid. Verantwoordelijkheden worden zoek gemaakt. Dat vind ik ongeoorloofd.”
Gemeenteraden passief
Vrijwel zonder uitzondering zijn gemeenteraden „passief”. Raadsleden komen meestal pas in actie als er een financieel tekort ontstaat bij sociale dienst of vuilnisophaal. Voor een deel komt die passieve houding voort uit een gebrek aan bevoegdheden. De raad mag van alles zeggen en vinden maar heeft in de praktijk niets te vertellen. In veel gevallen heeft de raad geen mogelijkheid de begroting van een samenwerkingsverband goed of af te keuren, terwijl ze wel aan de uitgaven vastzit. Ze kan hoogstens ‘bezwaren ter kennis van het bestuur brengen’, of ‘gevoelens of zienswijzen kenbaar maken’. Raadsleden lijken daardoor minder scherp op te letten. Ondanks een tekort van ruim een kwart miljoen euro had de gemeenteraad van Utrechtse Heuvelrug „een positief gevoel” over het jaarverslag van haar recreatieschap.
Vaak, schrijven de rekenkamers, verzuimen wethouders of de besturen van samenwerkingsverbanden de gekozen gemeenteraden te betrekken bij besluiten. Ze moeten er maar op vertrouwen dat de informatie klopt die ambtenaren van de samenwerkingsverbanden over hun werk verstrekken. „De afstand is te groot om dit als raadslid direct te kunnen controleren”, aldus de rekenkamer. Sommige gemeenteraden laten het er maar bij zitten en geven hun wethouders carte blanche voor alle samenwerkingsverbanden.
Bezuiniging
Een complicerende factor is dat het ambtenarenapparaat wordt uitgekleed zodra een gemeente een dienst uitbesteedt, ontdekte rekenkameronderzoeker Maarten Hoogstad. „Je ziet dat de gespecialiseerde ambtenaar sociale zaken meegaat naar de nieuwe gezamenlijke sociale dienst. Op het gemeentehuis blijft er dan niemand over die nog van de hoed en de rand weet. En als het voor ambtenaren al moeilijk wordt partijen buiten de deur in het gareel te houden, hoe moet dat dan met een raadslid dat nog twee stappen verder weg zit?”
Een burgemeester: “Ik heb moeten constateren dat gemeenten en gemeenteraden steeds minder greep hebben op sociale diensten en gezondheidszorg en op openbare orde en veiligheid.“ Deze taken zijn uitbesteed aan samenwerkingsverbanden, zonder rechtstreekse democratische controle.
Bestuurskundige Igno Pröpper kwam in zijn onderzoek naar samenwerkingsverbanden met een hitparade van terreinen waarop gemeenten het vaakst samenwerkten en gemeenteraden en kiezers dus een stap terug moeten doen. De lijst wordt aangevoerd door natuur, milieu en afvalverwerking (19 procent van de samenwerkingsverbanden), op de hielen gezeten door sociale zaken (17 procent), algemene bestuurlijke zaken (15 procent), welzijn (13 procent) en veiligheid (12 procent).
Mogelijkheden
Intussen zijn er wel samenwerkingsverbanden die proberen het democratische gehalte van hun besluitvorming op te kalefateren. Dat gebeurt in de gemeenten in Dordrecht en omgeving die samenwerken in de regio Drechtsteden. Het bestuur wordt gecontroleerd door de ‘Drechtraad’, samengesteld uit raadsleden van deelnemende gemeenten. Het is een soort regionaal parlement waarvan de leden, ongeacht hun gemeenten, opereren in politieke fracties. Maar zelfs voor Drechtraadsleden valt het niet mee hun controlerende taak uit te oefenen, blijkt als ze op 16 december vergaderen in het stadhuis van Dordrecht. Het regiobestuur gaf voor 2010 een miljoen euro uit aan informatietechnologie, zonder dat de Drechtraad daarvan wist.
Regionale cliëntenparticipatie
In navolging van de Drechtraad zouden ook lokale cliënten- en adviesraden er goed aan doen regionale samenwerking aan te gaan en een deel van de inspraak ook in de regio te organiseren. Waar sprake is van een intergemeentelijke sociale dienst, is dat meestal al wel het geval, maar daar is de inspraak meestal vooral gericht op de uitvoering. Voor beleidszaken moet men dan toch weer bij de beleidsverantwoordelijken zijn. Dat zijn meestal de betrokken wethouders.
index
Nieuwe Werkwijzer Arbeidsconflicten
De Update van de Werkwijzer “Arbeidsconflicten” is verschenen! De nieuwe, vijfde, versie van Werkwijzer ‘arbeidsconflicten’ is opgeleverd door de kenniskring. Er is ruim 1,5 jaar hard gewerkt aan de update.
De nieuwe werkwijzer gaat onder andere, nader in op:
- Het verbreden van de doelgroepen waarvoor de Werkwijzer is geschreven
- De ‘hoor en wederhoor’ - procedure
- De ‘interventieperiode’
- De inzet en actualisering van Mediation
- De aandacht voor de verschillen in visie tussen bedrijfs- en verzekeringsarts
- Actualisatie wet- en regelgeving en jurisprudentie
Omdat STECR vanaf januari 2009 geen subsidie meer krijgt, zijn er aan de uitgaven van de werkwijzer kosten verbonden, namelijk € 28,50 exclusief BTW en verzendkosten per werkwijzer. Nu zijn er verschillende organisaties die met elkaar voldoende exemplaren voor deze prijs hebben ingekocht waardoor STECR dit onmisbare instrument (nagenoeg) kosteloos kan aanbieden aan de rest van de branche.
De uitgave van deze Werkwijzer is financieel mogelijk gemaakt door:
1. UWV
2. Achmea Vitale
3. Achmea Sociale Zekerheid
4. ARBONED
5. Arbo Unie
6. ProgreSZ, Hogeschool voor Sociale Zekerheid
Bestellen
De werkwijzer is vanaf 2 maart alleen in brochurevorm leverbaar. Deze kost € 5,- per stuk, exclusief verzendkosten en BTW.
U kunt de nieuwe Werkwijzer nu alvast bestellen door een mail te sturen naar info@stecr.nl. Geeft u daarin aan hoeveel exemplaren u wenst te ontvangen. U krijgt per omgaand een factuur toegestuurd.
Wij leveren zodra de betaling is ontvangen.
index
Bijstand groeit met 22 duizend in 2009
In 2009 is het aantal bijstandsuitkeringen aan personen tot 65 jaar met 22 duizend gestegen. Eind 2009 werden 281 duizend bijstandsuitkeringen verstrekt. De sterkste stijging deed zich voor bij mannen tot 35 jaar.
Tussen maart 2005 en eind 2008 liep het aantal bijstandsuitkeringen met 80 duizend terug. Eind december 2008 waren het er nog 259 duizend. Sindsdien is het aantal bijstandsuitkeringen met 9 procent gegroeid.
De sterkste stijging deed zich voor bij mannen tot 35 jaar. In 2009 steeg het aantal bijstandsuitkeringen in deze groep met 38 procent. Bij de vrouwen tot 35 jaar is de toename 11 procent. Vooral jongere mensen hebben door een kort arbeidsverleden slechts korte tijd recht op een WW-uitkering. Zij zijn daardoor snel aangewezen op bijstand.
De meeste bijstandsuitkeringen gaan naar alleenstaanden. Eind 2009 ging het om 170 duizend. Ten opzichte van een jaar eerder is dit een toename van 11 procent. Bij alleenstaande ouders en (echt)paren was de stijging respectievelijk 4 en 5 procent.
Met ingang van 1 oktober 2009 komen jongeren tot 27 jaar die zich aanmelden voor bijstand, niet meer in aanmerking voor een WWB-uitkering. Daarvoor in de plaats is de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) in werking getreden. In het kader van deze wet hebben jongeren tot 27 jaar recht op een werkleeraanbod van de gemeente. Onder bepaalde voorwaarden kan een jongere nog wel recht hebben op een inkomensvoorziening. Deze inkomensvoorzieningen zijn vooralsnog ingedeeld bij de bijstandsuitkeringen. In december 2009 werden bijna 4 duizend WIJ-uitkeringen verstrekt. Jongeren tot 27 jaar die op 1 oktober 2009 recht hadden op een WWB-uitkering, behouden dat recht tot 1 juli 2010.
Bron: CBS, 26 februari 2010
index
Controle en privacy in Wwb
Visie uitkeringsgerechtigden Friesland
Controle en privacy zijn steeds weer terugkerende aandachtspunten in de uitvoering van de bijstand. Het Provinciaal Overleg Cliëntenraden Sociale Zaken Fryslan (POC) en het Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden (FSU) hebben hun visie op deze praktijk neergelegd in een ‘visiedocument’. Dat document wordt ingezet bij beleidsadvisering. Onlangs is dit document geactualiseerd.
Aanleiding document
In november 2008 hebben het POC en FSU een visiedocument over Handhavingsbeleid uitgebracht. Het document is toen verstuurd aan de Friese gemeenten, het UWV en de Sociale Verzekerings Bank (SVB). Gemeenten, UWV en SVB lieten weten dat ze het document waardeerden en het zouden betrekken bij hun beleidsontwikkeling en –evaluatie.
Ruim een jaar later constateren het POC en FSU dat het handhavingsbeleid grotendeels onveranderd is gebleven en op onderdelen zelfs is uitgebreid en verscherpt.
Het meest in het oog springend is het wetsvoorstel ‘Huisbezoek voor rechtmatigheid uitkering’. Het wetsvoorstel – dat sinds eind april 2009 bij de Tweede Kamer ligt – wil gemeenten, UWV en SVB meer bevoegdheden geven om de leefsituatie van uitkeringsgerechtigden te controleren via onaangekondigd huisbezoek. Het betreft dan de sociale uitkeringen met een inkomenstoets en de kinderbijslag. Op een bijeenkomst op 5 februari 2010 stelden vertegenwoordigers van de Friese cliëntenraden Werk en Inkomen/WWB en cliëntorganisaties vast dat het handhavingsbeleid te ver is doorgeschoten: de controle is onevenredig streng, maakt in toenemende mate een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en privacy van uitkeringsgerechtigden en getuigt steeds meer van een systematisch wantrouwen ten opzichte van de cliënt. Reden voor POC en FSU om een brief te sturen aan de 2e Kamer met de oproep om het wetsvoorstel ‘Huisbezoek’ af te wijzen. De brief is als bijlage aan dit document toegevoegd. Daarnaast ook reden om een geactualiseerd vervolgdocument toe te sturen aan de Friese gemeenteraden en colleges van B&W, de diensten Sociale Zaken, het UWV, de SVB en de cliëntorganisaties.
De cliëntenraden Werk en Inkomen/WWB kunnen aan de hand van het document gevraagd of ongevraagd adviseren over het Handhavingsbeleid.
Het Friese document is te vinden op het intranet bij de rubriek WWB
index
Experiment bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders Wwb
Eind januari heeft de Tweede kamer aandacht besteed aan de stand van zaken met het ‘Experiment bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders Wwb’. De Landelijke Cliëntenraad (LCR) heeft dit aangegrepen om in een brief aan de Kamer enkele knellende zaken onder de aandacht te brengen. Uit de eerste tussenrapportage blijkt dat de inzet vooral gepleegd wordt bij de gemotiveerde en relatief kansrijke alleenstaande ouders. Het is dan ook de vraag of de uitstroom van deze mensen de bijstand ook zonder het experiment had plaatsgevonden. De LCR heeft al vaker geconstateerd dat de reïntegratie inspanningen van de gemeenten zich richten op mensen met de kortste afstand tot de arbeidsmarkt. Zo kan niet geleerd worden of dit instrument effectief is voor minder kansrijken.
Klik hier voor de gehele brief.
index
Blije bijstandmoeders zijn witte raaf
Sommige bijstandsmoeders kunnen aardig rondkomen. Maar vaak is de realiteit anders. De uitkering is te laag, en het woud aan aanvullende regelingen is ondoorzichtig. Alleenstaande moeders die kunnen en willen werken, moeten beter ondersteund worden.
Door Sadet Karabulut
In de reportage ‘Blij in de bijstand’ in Volkskrant Magazine werden recentelijk moeders in de bijstand
geportretteerd die er heel aardig in slagen om rond te komen. Gelukkig maar, dacht ik toen ik dat las. Er zijn ook alleenstaande ouders die alle aanvullende inkomensregelingen voor mensen met lage inkomens weten te vinden. Met kinderen die een leven kunnen leiden als dat van andere kinderen met rijkere ouders. Helaas is de realiteit van veel gezinnen in de bijstand anders. Zeker waar het alleenstaande ouders betreft. Die zijn oververtegenwoordigd in de armoedestatistieken. 36 procent van de
eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen heeft een laag inkomen. Een inkomen
op bijstandsniveau is simpelweg te laag om langere tijd van rond te komen. Zeker voor mensen
met kinderen.
Het probleem van het sociale vangnet in Nederland is dat er tientallen regelingen zijn waar mensen met een laag inkomen aanspraak op kunnen maken. Mensen en hulpverleners zien logischerwijs door de bomen het bos niet meer. Onderzoek van de Rekenkamer wees uit dat er maar liefst 79 regelingen bestaan voor mensen met een laag inkomen. 79 regelingen brengen 79 bureaucratische procedures met zich mee. Het is niet gek dat het niet-gebruik van armoederegelingen hoog ligt. 68 procent vraagt geen aanvullende bijstand aan, terwijl men daar wel recht op heeft. Voor de langdurigheidstoeslag
gaat het om 54 procent.
Om je op de toekomst te richten, een opleiding, baan, het rond kunnen komen, is het van belang om financiële rust te hebben. Dat blijkt ook uit de reportage. De vrouwen hebben eerst de financiële situatie op orde gebracht door bijvoorbeeld drie jaar lang op een houtje te bijten en werken nu aan de toekomst. De een heeft al een opleiding gedaan, de ander is bezig met een eigen bedrijf en weer een andere moeder wil aan de slag als haar kind naar school gaat. Dat zij die keuzemogelijkheid krijgen, onderschrijf ik volledig. Ook als iemand tijdelijk afhankelijk is van de bijstand, moet een ouder de mogelijkheid hebben om kinderen - zeker op jonge leeftijd - te kunnen verzorgen. Een keuze voor nanny, au pair of een partner waar men op terug kan vallen is er vaak niet. Niet voor niets krijgen alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering met kinderen tot vijf jaar ontheffing van de sollicitatieplicht.
Anderzijds is het heel belangrijk dat vrouwen die willen en kunnen – en dat zijn er heel wat – optimaal ondersteund worden in het volgen van een opleiding en met kinderopvang, zodat zij duurzaam de bijstand kunnen uitstromen. Daar valt nog een wereld te winnen. Net zoals een wereld te winnen is bij een eerlijker en beter inkomensbeleid.
Sadet Karabulut is woordvoerder Sociale Zaken en Integratie Tweede Kamerfractrie SP
Bron: Sprank, ledenblad Divosa
index
Groningen: grote bezuinigingen op reïntegratie
Groningen bezuinigt volgend jaar zo’n € 3 miljoen op reïntegratie. Het wordt hiertoe gedwongen omdat het Rijk gemeenten minder integratiegelden gaat toespelen.
De gemeente meldt op haar website dat het ondanks de bezuinigingen de reguliere activiteiten voor reïntegratie, inburgering en educatie wil voortzetten. Daarnaast wil Groningen ook nog ‘iets extra's' doen om de gevolgen van de economische crisis te beperken.
Zoveel mogelijk eerder geplande maatregelen wil het college dan ook ‘gewoon’ door laten gaan. Dit gaat onder meer om extra werkleerplekken en traineebanen om jeugdwerkloosheid tegen te gaan en subsidies voor volwasseneneducatie en het begeleiden van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook ondernemers kunnen op ondersteuning blijven rekenen.
Toch zal het aantal reïntegratieactiviteiten flink minder worden, zo meldt wethouder Peter Verschuren. Hij geeft aan dat de gemeente de laatste jaren veel instrumenten heeft ontwikkeld om veel mensen vanuit bijstand te bereiken en activeren, maar dat deze inzet nu fors moet worden teruggeschroefd.
Naast de noodgedwongen bezuiniging moet Groningen ook nog € 8,5 miljoen terugbetalen aan het Rijk. Dit lijkt veel geld, maar het is voor de gemeente een meevaller. Een half jaar geleden dacht Groningen nog dat het om een bedrag van € 40 miljoen zou gaan.
Groningen had geld opgespaard voor een project om werkloosheid tegen te gaan, maar zou jaarlijks slechts 25% in plaats van 75% van het Rijksgeld mogen sparen door veranderde wetgeving. Uiteindelijk kon de gemeente het Rijk overtuigen van het belang van het project waardoor het Rijk een oogje toekneep.
index
Huidige AOW-ers met jonge partner houden toeslag
Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een streep gezet door de vervroegde afschaffing van de AOW-partnertoeslag in 2011 voor de groep nieuwe AOW’ers met partners jonger dan 55 jaar. De maatregel stuitte zowel in de Tweede Kamer als in het land op veel verzet vanwege de korte termijn waarop deze van kracht zou moeten worden, namelijk op 1 januari 2011. Klijnsma: “Mede op verzoek van de Tweede Kamer heb ik gekeken of het mogelijk is de scherpe kanten van deze maatregel af te halen. Als je dat doet blijft er weinig over van het beoogde (bezuinigings)effect en moet je je afvragen of het verstandig is om aan deze ingreep vast te houden. Zeker ook gelet op de ingrijpende gevolgen die het in individuele gevallen kan hebben. Daarom heb ik besloten de vervroegde afschaffing niet door te laten gaan.”
Het financiële gat dat hierdoor ontstaat, wordt deels gedicht door de al aangekondigde algemene korting op de AOW-partnertoeslag te verhogen naar 8 procent. Overigens geldt deze korting op de AOW-partnertoeslag niet voor mensen met een huishoudinkomen van minder dan 20.000 euro.
De AOW-partnertoeslag wordt in 2015 helemaal afgeschaft voor alle nieuwe AOW’ers. Het kabinet heeft dit in 1995 besloten vanwege de verdergaande individualisering en de emancipatie van vrouwen.
Bron: Min. Van SZW, 16 februari 2010
index
Cliëntenraden en uitkeringsgerechtigden Friesland tegen wet huisbezoek
Sinds vorig jaar april ligt bij de 2e Kamer het wetsvoorstel ‘Huisbezoek voor rechtmatigheid uitkering’ ter behandeling. Het wetsvoorstel wil gemeenten, UWV en de Sociale Verzekerings Bank meer bevoegdheden geven om de leefsituatie van uitkeringsgerechtigden te controleren door middel van onaangekondigd huisbezoek. Het gaat dan om de sociale uitkeringen met een inkomenstoets, maar ook om de kinderbijslag.
De gezamenlijke cliëntenraden in Friesland en het Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden (FSU) hebben er in een brief bij de Tweede Kamer op aangedrongen om de wet ‘controversieel’ verklaren en de behandeling ervan voorlopig te staken.
Klik hier voor de gehele brief
De Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel is te vinden klik hier
index
Divosa: bundel uitkeringsregelingen; maak uitkering aanvulling op zelfverdiend loon
Bezuiniging en mensen gebaat bij samenvoeging WSW, Wajong en loonkostensubsidies
Een uitkering moet een aanvulling worden op het loon dat je zelf kunt verdienen. De directeuren van sociale diensten, verenigd in Divosa, adviseren kabinet en politiek daarom de WSW, de Wajong en de gemeentelijke loonkostensubsidies vanuit de Wwb samen te voegen tot één regeling voor mensen die moeite hebben met het vinden van werk. Divosa-voorzitter René Paas: “Eén regeling stelt sociale diensten beter in staat meer mensen aan het werk te helpen, de uitgaven aan uitkeringen terug te dringen en de ongelijkheid tussen regelingen weg te nemen. Meer mensen aan het werk helpen is de beste manier van bezuinigen”.
“We moeten af van de gedachte dat er geen plek voor je is op de arbeidsmarkt als je niet in staat bent het minimumloon te verdienen”, aldus Paas. “Ieders bijdrage is het waard om benut te worden. De vergrijzing zorgt ervoor dat dat alleen maar belangrijker wordt.” Uitgangspunt is dat mensen werken naar vermogen en vanuit die positie verdere stappen zetten. “Als iemand 40% van het minimumloon kan verdienen, waarom zouden we hem of haar dan wel een hele uitkering geven? Het is juist de kunst om het zo te organiseren dat we uitgaan van wat iemand wél kan. Mensen helpen een deel zélf te verdienen. En de uitkering inzetten om het sommetje voor de werkgever en uitkeringsgerechtigde rond te maken."
Bezuinigen ‘levensgevaarlijk’
Paas komt met zijn advies op het moment dat werkgroepen onderzoeken op welke manier de overheid structureel 35 miljard kan bezuinigen. De samenvoeging van de regelingen is volgens hem nodig omdat de bezuinigingsdoelstelling anders niet haalbaar is. “De brede heroverwegingen zijn bedoeld om financiële problemen in de toekomst te voorkomen. Daarom alleen al is het levensgevaarlijk het mes in de uitkeringen en reïntegratie inspanningen te zetten. De kosten van reïntegratie stijgen naarmate iemand langer werkloos is. Als we het nu laten versloffen, schuiven we die kosten door naar de toekomst.”
Aparte regelingen?
De problematiek van WSW-ers, Wajongeren en mensen in de bijstand is vaak vergelijkbaar. Uit de Divosa-monitor blijkt dat 79 procent van de mensen in de bijstand een fysieke, sociale of psychische belemmering heeft. “Waarom zijn er dan aparte regelingen?”, vraagt Paas zich af. “Waarom heeft iemand die in de Wajong zit recht op andere vormen van ondersteuning dan een bijstandsgerechtigde? En op andere geldbedragen? De uitvoering van de regelingen wordt hierdoor onnodig ingewikkeld. Laat staan dat ondernemers nog de weg vinden in het oerwoud van stimuleringsregelingen”, aldus Paas.
Divosa adviseert uitkeringen in te zetten als ondersteuning voor mensen die niet zelfstandig het minimumloom kunnen verdienen. Zolang dat nodig is worden werkgevers hiermee gecompenseerd voor hun lagere productiviteit. Mensen doen zoveel mogelijk mee en krijgen de gelegenheid om door te groeien. Wie werkloos is, maar wel zelfstandig het minimumloon kan verdienen, wordt uiteraard gestimuleerd dit ook te doen.
Voor het gehele voorstel: http://www.divosa.nl/regeling_heroverwegingen.pdf
Bron: Divosa, 1 maart 2010
index
Klachten over groepsgesprekken bij uitkeringsaanvraag
Bij FNV Bondgenoten komen veel signalen binnen van mensen die een uitkering moesten aanvragen bij het UWV en geconfronteerd werden met een intake in groepen van soms wel meer dan 30 personen. De bond roept mensen die met groepsgesprekken bij het UWV geconfronteerd worden op zich te melden via www.fnvbondgenoten.nl/uwv. FNV Bondgenoten wil dat het UWV maatwerk levert.
Maaike Zorgman, bestuurder van FNV Bondgenoten: "Degenen die ik gesproken heb, ervaren dit als zeer negatief. Mensen die een persoonlijk gesprek denken te krijgen, komen opeens in een groepsintake terecht. En moeten daar hun persoonlijke verhaal doen en plein publique. Ik weet dat mensen hierover hoogstverbaasd waren en het zeer onprettig vonden. Wij vinden dat het UWV maatwerk moet bieden en gaan ze hierop aanspreken. Dit kan echt niet."
De groepsintakes komen voor op verschillende plaatsen in het land, waaronder Lelystad, Voorburg, Leidschendam, Wassenaar en Rotterdam. Het UWV heeft weinig ruimte voor goede dienstverlening.
Maaike Zorgman: "Op de website van het UWV is niets te vinden over het maken van een afspraak voor het aanvragen van WW. De enige informatie die daar op staat is dat je met behulp van je Digi-D digitaal een uitkering kunt aanvragen."
FNV Bondgenoten krijgt ook signalen dat werkzoekenden die behoefte hebben aan een individueel gesprek met de werkcoach hier lang op moeten wachten of dit niet krijgen.
Bron: FNV Bondgenoten, 17 februari 2010
index
Onafhankelijke ombudsfunctie essentieel voor werkpleinen
De sociale zekerheid staat voor een fundamentele vraag: is een onafhankelijke adviesfunctie voor onze klanten belangrijk of niet? Ja, zegt Roos Vermeij. De sector moet zich onomwonden voor deze ombudsfunctie uitspreken.
Bert de Vries, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), laat er in zijn advies over de herbezinning op de Wsw geen twijfel over bestaan: de sociale zekerheid kan niet zonder een onafhankelijke adviesfunctie.
Sinds 2004 kennen we onafhankelijke arbeidsadviseurs die werkzoekenden bijstaan in het geval van twijfel of wanneer zij vragen hebben die ze niet bij hun uitkeringsinstantie kunnen of durven neerleggen. De huidige minister van SZW, Donner, vindt nu dat deze onafhankelijke adviesfunctie na 2010 kan verdwijnen omdat daar in een goed functionerende keten niet langer behoefte aan zal zijn.
Op dit moment telt Nederland 74 onafhankelijk arbeidsadviseurs verdeeld over 104 bedrijfsverzamelgebouwen. Ze worden inhoudelijk aangestuurd door een werkgroep en een stuurgroep waarin vertegenwoordigers zitten van de Landelijke Cliëntenraad, UWV en Divosa (namens de gemeenten). Deze adviseurs hebben tot nu toe 140.000 ‘activiteiten’ uitgevoerd, voornamelijk bestaande uit individuele consulten. Daarnaast hebben ze, in mindere mate, gesprekken met werkgevers gevoerd en algemene voorlichting op bijvoorbeeld banenmarkten gegeven. Je kunt dus stellen dat er behoefte is aan deze functie.
Hoe worden de onafhankelijk arbeidsadviseurs gewaardeerd? Heel goed, zo leren de frequent uitgevoerde belevingsonderzoeken en halfjaarrapportages van TNO. De klanttevredenheid is vanaf het begin hoog met gemiddeld 4,2 op een schaal van 1 tot 5. Vooral de onafhankelijkheid, klantgerichtheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid, en de kwaliteit van het advies scoren hoog.
Waarom een dergelijke functie over boord zetten? Ik debatteer hier nu al jaren over met de minister, en we zijn het eigenlijk maar over één ding eens: als een burger voor zijn bestaanszekerheid afhankelijk is van een grote organisatie als UWV of een sociale dienst, dan moet die organisatie scherp worden gehouden. Ook behoort de klant alle relevante informatie te krijgen die hij of zij nodig heeft. Idealiter gebeurt dit ook, maar in de praktijk zijn we nog lang niet zover. De werkpleinen worstelen nog zó met hun nieuwe structuur, dat we de onafhankelijke adviesfunctie nog hard nodig zullen hebben.
Het zou goed zijn als ook de keten zelf zich eens de volgende fundamentele vraag zou stellen:
vinden wij een onafhankelijke adviesfunctie belangrijk? Ik denk dat het antwoord een volmondig ja moet zijn, al is het alleen maar omdat de partijen er zelf beter en scherper van worden. Desnoods financiert de keten deze ombudsfunctie zelf. In een maatschappij waarin we een prachtig instituut als medezeggenschap hebben kunnen vormgeven, moeten we toch ook een onafhankelijke adviesfunctie
kunnen organiseren?
Roos Vermeij is woordvoerder Arbeid en Sociale Zekerheid Tweede Kamerfractie PvdA
Bron: Sprank, ledenblad Divosa
index
UWV en gemeenten voeren wettelijke taak niet goed uit!
Werkpleinen investeren te weinig in de opzet van cliëntenparticipatie. Bovendien heeft cliëntenparticipatie een lage prioriteit bij de ketenpartners (UWV en gemeenten), terwijl ze wel een wettelijke taak op dit gebied hebben. De nulmeting van de Landelijke Cliëntenraad wijst uit dat het afgelopen jaar nauwelijks vooruitgang is geboekt. Het rapport dat van de nulmeting is gemaakt, werd 16 februari aangeboden aan de Vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De Landelijke Cliëntenraad heeft zich vanaf het begin van de vorming van de werkpleinen ingezet om de inspraak van burgers goed te regelen. Vooral omdat het credo achter de werkpleinen is 'Klant centraal'. Eind 2008 bleken er nauwelijks initiatieven te zijn voor de vorming van cliëntenparticipatie. Bij de nulmeting die Regioplan voor de LCR eind 2009 uitvoerde, was de situatie weinig tot niets veranderd. Er blijkt weinig tijd en aandacht te zijn voor cliëntenparticipatie en er heerst veel onduidelijkheid over dit onderwerp.
Voorzitter Jan Laurier: 'De klant daadwerkelijk centraal zetten, lijkt ons lastig als er geen structurele vorm van inspraak geregeld is. De politieke discussies rondom wie verantwoordelijk is en wie de faciliteiten regelt voor goede cliëntenparticipatie, moeten nu maar eens afgelopen zijn. Er is werk aan de winkel! Er is geen enkele reden tot uitstel. De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) heeft in haar handreiking een basisvariant beschreven die kan gelden als een goed uitgangspunt om cliëntenparticipatie vorm te geven.'
Het rapport van de nulmeting wordt niet voor niets op 16 februari aan de Vaste Kamercommissie van SZW overhandigd. Twee dagen later (18 februari) staat een Algemeen Overleg over SUWI-onderwerpen gepland. Daarin wordt ook de Handreiking RWI ‘Goede Raad…’ over cliëntenparticipatie op de werkpleinen besproken.
Ook de LVA /LocSZ heeft een inventarisatie gemaakt van de stand van zaken rondom cliëntenparticipatie op werkpleinen. De conclusies ondersteunen de onderzoeksresultaten van de LCR-nulmeting.
index
Centrale Raad van Beroep:
UWV moet ME/CVS-patiënte urenbeperking geven
Het UWV heeft ten onrechte aangenomen dat een vrouw die lijdt aan ME/CVS en aan een Posttraumatische stresstoornis hele dagen zou kunnen werken. Dit stelt de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in sociale verzekeringszaken in een uitspraak van 19 februari 2010.*
Het UWV had eind 2005 besloten om de WAO-uitkering van de vrouw te verlagen van de hoogste naar de laagste arbeidsongeschiktheidsklasse. De CRvB heeft deze beslissing herroepen.
Het UWV meende dat er geen ‘objectief medische gronden’ waren om een urenbeperking te rechtvaardigen. Mw. professor Abraham-Inpijn, die door de CRvB als deskundige was ingeschakeld, kwam echter op grond van de dossiers, informatie van huisarts en behandelend internist, laboratoriumgegevens en wetenschappelijke publicaties tot de conclusie dat betrokkene niet meer dan 20 uur per week zou mogen werken, om overbelasting te voorkomen.
De CRvB stelt dat deze deskundige een volledig en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat zij inzichtelijk en goed gemotiveerd tot haar conclusie is gekomen. Daarbij tekent de CRvB aan dat het UWV geen commentaar heeft geleverd op de wetenschappelijke literatuur waarnaar de deskundige heeft verwezen. Het UWV is tevens veroordeeld in het betalen van een schadevergoeding in de vorm van de wettelijke rente over het te laat uitbetaalde uitkeringsbedrag.
Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid blij met uitspraak
De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid is blij met deze uitspraak. De formule ‘geen objectief medische gronden’ wordt door het UWV regelmatig gebruikt om beperkingen bij ME/CVS niet of minder serieus te nemen. De CRvB heeft met deze uitspraak duidelijk gemaakt dat dit niet zomaar gesteld mag worden, en dat het alle beschikbare gegevens zorgvuldig onderzocht moeten worden. Uit de uitspraak blijkt bovendien dat voor de erkenning van arbeidsongeschiktheid bij ME/CVS geen ‘bijzonder uitzonderingsgeval’ nodig is, zoals het UWV regelmatig stelt. Ook maakt de uitspraak duidelijk dat volgens de CRvB het voorkomen van overbelasting een goede reden voor een urenbeperking kan zijn.
* LJN: BL4595 (www.rechtspraak.nl)
index
Minister verbiedt bijstand voor eigen risico zorgverzekering; Winterswijk biedt alternatief
Vanaf 1 maart krijgen inwoners van Winterswijk geen bijstand meer voor het eigen risico van de zorgverzekering. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangegeven dat dit niet langer mag, omdat gemeenten geen Rijksbeleid mogen voeren. Het college van B& W heeft besloten deze regeling te beëindigen, maar biedt wel een alternatief.
Sinds 1 januari 2008 verstrekt de gemeente Winterswijk bijzondere bijstand voor het eigen risico van de zorgverzekering. ‘Wij voeren een actief minimabeleid en betreuren dan ook dat het ministerie heeft aangegeven deze regeling een halt toe te roepen’, zegt Esther Reusink, woordvoerder van de gemeente Winterswijk.
Compensatie
Ter compensatie heeft het college besloten om ouderen en chronisch zieken jaarlijks 165 euro toe te kennen en alle inwoners met een inkomen tot 110 procent van de bijstandsnorm een collectieve aanvullende (zorg)verzekering aan te bieden. Tot nu toe gold deze verzekering alleen voor mensen met een uitkering. ‘Voorwaarde is wel dat deze mensen zich verzekeren bij Menzis. De regeling dekt jammer genoeg niet de hele groep, maar meer kunnen we niet bieden zonder in strijd te handelen met de uitspraken van het ministerie’, aldus Reusink.
In overleg met zorgverzekeraar Menzis wordt het aanbod verder uitgewerkt. Ouderen en chronisch zieken die in 2010 alsnog bijstand voor het eigen risico hebben ontvangen, kunnen in 2010 geen aanvraag meer indienen voor de compensatie, zij hebben nog gebruik kunnen maken van de oude regeling.
index
Wees terughoudend met leenbijstand, ook nu!
De VNG roept gemeenten op om ook in deze tijd van economische crisis en oplopende werkloosheid terughoudend te zijn met leenbijstand. Elke nieuwe lening, hoe gunstig ook, leidt toch tot hogere lasten.
Gemeenten willen mensen die op een sociaal minimum leven, niet opzadelen met nieuwe schulden. Dit past niet in het gemeentelijk beleid om armoede zo veel mogelijk tegen te gaan.
Het is aan gemeenten om aan de hand van de concrete situatie te beoordelen of en in welke vorm bijstand wordt verstrekt. Gemeenten leveren maatwerk. Ze kunnen mensen het geld lenen waarmee ze zelf noodzakelijke goederen kunnen aanschaffen. Maar ze kunnen ook een ijskast of wasmachine volledig vergoeden.
De VNG roept gemeenten op om zo veel mogelijk voor de tweede optie te kiezen.
Bestuursakkoord
In het bestuursakkoord van 2007 hebben gemeenten afgesproken dat ze leenbijstand zo min mogelijk zullen gebruiken. Veel gemeenten hebben zich aan deze afspraak gehouden. Toch blijkt uit evaluatie van het bestuursakkoord dat het totale bedrag aan leenbijstand is opgelopen.
De totale uitgaven bijzondere bijstand (in de vorm van gift) liepen ook op. Leenbijstand als percentage van de bijzondere bijstand liep op van 11.9% naar 12.4%.
Het is niet precies duidelijk waardoor het bedrag aan leenbijstand is opgelopen. Mogelijke oorzaken zijn de economische crisis of het generaal pardon.
Bron: VNG, 22 februari 2010
index
Energielasten beheersbaar houden
Voor AgentschapNL Energie en Klimaat (SenterNovem) heeft het Nibud onderzoek gedaan naar de betaalbaarheid van de energielasten op de begroting. Daarbij is gekeken naar verschillende de typen huishoudens en naar hoe dit budgetaandeel aan energielasten zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Op basis van de conclusies uit het rapport is nu een brochure gemaakt voor woningcorporaties en gemeenten.
Voor de brochure: klik hier
index
Woonlasten sinds 2006 in veel gemeenten fors verhoogd
Huishoudens betalen gemiddeld 673 euro aan onroerendezaakbelasting (ozb), rioolrecht en reinigingsheffing. Vooral ozb (met 25 euro) en het rioolrecht (met 27 euro) zijn de afgelopen vier jaar fors verhoogd.
Wethouders van gemeenten waar de lasten snel oplopen, benadrukken dat zij publieke voorzieningen willen behouden. ‘Als je als gemeente de lusten voor de burgers wilt behouden, moet je ook naar de lasten kijken.’
Met de komende bezuinigingen die het rijk ook bij gemeenten gaat doorvoeren, zullen de gemeenten de broekriem moeten aanhalen. Er zal stevig bezuinigd worden op de gemeentelijke uitgaven. De kans bestaat echter dat ook de gemeentelijke lasten verder zullen stijgen om het huishoudboekje sluitend te houden. Extra aandacht zal daarbij vereist zijn voor de minima.
Grote verschillen
Tussen gemeenten bestaan grote verschillen. Bewoners van Winschoten waren uit het oogpunt van lokale lasten het beste af de afgelopen jaren. Sinds de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2006 zijn de lasten daar voor eenpersoonshuishoudens met 147 euro gedaald.
In Leiden zagen de burgers hun lasten het snelst oplopen. De inwoners betaalden in 2009 259 euro meer dan vier jaar geleden. Van de 25 grootste steden verhoogden naast Leiden ook Rotterdam, Arnhem, Utrecht en Maastricht hun lasten aanzienlijk.
Klik hier voor een overzicht van de woonlasten 2006 en 2009 per gemeente.
index
Aantal schuldsaneringen neemt weer toe
Het aantal uitgesproken schuldsaneringen was in het vierde kwartaal van vorig jaar 19 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van voorgaand jaar. Ook in het derde kwartaal van 2009 lag het aantal uitspraken hoger. Dat was voor het eerst sinds het einde van 2007.
Vooral eenmanszaken in problemen
In 2009 zijn bijna 9 duizend schuldsaneringen uitgesproken. Dat waren er 250 minder dan in 2008. In het eerste halfjaar van 2009 was nog sprake van een sterke daling ten opzichte van het voorgaande jaar. In het derde kwartaal van 2009 zijn echter 8 procent meer wettelijke schuldsaneringen van start gegaan dan een jaar eerder en in het vierde kwartaal zelfs 19 procent.
Deze toename komt vooral door een forse stijging van het aantal schuldsaneringen van personen met een eenmanszaak. Hier is al vanaf het tweede kwartaal van 2009 sprake van een stijging.
Zeer sterke daling in Zeeland, forse stijging in Friesland
Tussen de provincies liepen de ontwikkelingen sterk uiteen.
Zo daalde in Zeeland het aantal uitspraken vorig jaar met 70 procent. In 2009 werden in deze provincie slechts 104 schuldsaneringen uitgesproken, terwijl dat er in 2008 nog 346 waren. Dit komt onder andere doordat in Zeeland de wijzigingen in de WSNP per 1 januari 2008 pas sinds de tweede helft van 2008 strikt worden toegepast.
Opvallend is de sterke toename van 54 procent in de provincie Friesland. In 2009 zijn hier 433 wettelijke schuldsaneringen uitgesproken, tegen 281 in 2008. Nog nooit zijn er in deze provincie zoveel schuldsaneringen van start gegaan. Ook in Groningen en Noord-Holland nam het aantal uitspraken fors toe.
Weer groter deel na afloop schuldenvrij
Een van de doelen van de wettelijke schuldsanering is dat de schuldenaar na afloop van het traject weer schuldenvrij is. In 2009 is het aandeel schuldsaneringen dat is beëindigd met een schone lei, net als in de voorgaande jaren gestegen. In totaal zijn 13 duizend zaken in 2009 beëindigd waarvan meer dan drie kwart met een schone lei. Daarbij valt op dat personen met schulden uit een eenmanszaak iets vaker een schone lei kregen dan overige schuldenaren.
Bron: CBS, 1 maart 2010
index
Integrale schuldhulpverlening; zorgplicht gemeenten
Met de wet op de integrale schuldhulpverlening op komst is het zaak dat gemeenten beleid gaan formuleren. Een mooie gelegenheid voor cliëntenraden om er vroeg bij te zijn met hun beleidsadviezen.
Het kabinet is gevallen en een aantal ingrijpende maatregelen zullen daarom op de lange baan worden geschoven. Schuldhulpverlening zal echter niet ‘controversieel’ worden verklaard en de verwachting is dan ook dat deze wet verder zal worden behandeld in het parlement.
Er is dan ook alle aanleiding om tot een integrale schuldhulpverlening te komen. Dat betekent meer maatwerk en in veel gevallen meer nadruk op schuldenhantering in plaats van schuldsanering. Het oplossen van lopende schulden is immers in veel gevallen weinig duurzaam. In de grote steden vallen veel mensen na de sanering weer terug in nieuwe schulden. De recidivecijfers liggen er op 30 tot 40 procent!
Met de nieuwe wet krijgen gemeenten dan ook een zorgplicht erbij. Ze worden daarmee verantwoordelijk om voor het gehele traject, van preventie tot en met duurzame begeleiding, beleid te maken.
Vroegsignalering
Met vroegsignalering kan veel van de schuldenproblematiek worden voorkomen of in ieder geval beperkt. De gemeente kan daarover tot afspraken komen met de meest in aanmerking komende partijen, zoals de woningcorporatie, de energiemaatschappijen en de zorgverzekeraars. Op het moment dat die een betalingsachterstand constateren, bijvoorbeeld van meer dan een maand, kan worden bekeken of dat op meer plaatsen het geval is. Zo ja, dan kan worden bekeken wat er aan de hand is en hulp worden geboden.
Toeslagencarousel
Met de zorgplicht hebben gemeenten ook een betere positie om de rijksoverheid aan te spreken op het inkomensbeleid. Het zeer ingewikkelde stelsel van toeslagen heeft tot gevolg dat veel mensen er geen idee van hebben wat nu uiteindelijk hun netto besteedbare inkomen zal zijn. Voor mensen met een ruim inkomen en niet te grote vaste lasten is dat niet zo’n probleem. Dat ligt echter anders voormensen die bijvoorbeeld een tophypotheek maar nauwelijks kunnen betalen. Van deze mensen kun je nog zeggen dat ze daar zelf voor hebben gekozen, voor minima ligt dat anders. Zij zijn werkelijk tot de laatste eurocent afhankelijk van die toeslagen. Het risico bij deze groep is dan ook groot dat zich misrekenen wat hun bestedingen betreft.
Er is overigens nog iets waar gemeenten het rijk op kunnen aanspreken. Dat betreft de zogenaamde ‘preferente crediteuren’. In geval van schulden worden niet alle schuldeisers gelijk behandeld. Sommige schuldeisers hebben voorrang, de preferente crediteuren. Het gaat dan om instanties als de belastingdienst, IBG en UWV. Het komt nogal eens voor dat zij de schuldsanering frustreren. De belastingdienst mag zelfs een beslagvrije voet van 80% van het minimum hanteren, waar 90% normaal is. Bovendien mag de belastingdienst ongevraagd tot drie keer toe 1000 euro van de rekening halen. Waar de rijksoverheid de plicht tot integrale schuldhulpverlening wettelijk vastlegt moeten ook deze instanties worden gedwongen zich daarnaar te voegen!
Reïntegratie
Ook de samenhang van schuldsanering en reïntegratie zou een aandachtspunt van gemeenten moeten zijn. Het komt nogal eens voor dat mensen, die via een moeizaam traject eindelijk toch weer aan de slag zijn gekomen nog wel met een schuldsanering zitten. In andere gevallen ontstaan opnieuw schulden als gevolg van de armoedeval. Deze situaties kunnen leiden tot loonbeslag. Veel werkgevers vinden loonbeslag belastend, zeker als ook nog de beslagvrije voet verkeerd wordt berekend, wat nogal eens voor schijnt te komen. Om die reden worden mensen nogal eens ontslagen of krijgen zij geen verlenging van een tijdelijk contract. Dit probleem speelt met name bij kleine(re) werkgevers. Op deze wijze werkt de schuldenproblematiek frustrerend ten aanzien van de reïntegratie. Gemeente kunnen in regionaal verband in overleg met het MKB bekijken of het niet zinvol is een ondersteunende dienst op te zetten voor werkgevers die daar mee te maken krijgen.
index
Hanteerbare schulden voor iedereen
Integrale schuldhulpverlening is voor elke gemeente een eigen opgave met ook eigen lokale aspecten. Toch zijn er aandachtspunten te benoemen die kunnen helpen bij de realisatie ervan.
Door Nadja Jungmann
Het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening roept veel vragen op. Daarom een reeks over de kansen, valkuilen en mogelijkheden voor gemeenten.
Met het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening zet staatssecretaris Klijnsma in op integrale schuldhulpverlening. Het idee van integrale schuldhulpverlening is dat niet alleen de financiële problemen maar ook eventuele daarmee samenhangende problemen worden opgelost. Dit is van belang om uitval en recidive te voorkomen.
Eind jaren negentig hebben koepelorganisaties zoals Divosa en de NVVK nauw samengewerkt in het landelijk platform integrale schuldhulpverlening. Het doel van dat platform was gemeenten op weg helpen bij het realiseren van een integrale werkwijze. Tien jaar later wordt het idee van integrale schuldhulpverlening breed gedragen, maar voor veel gemeenten is het toch ook nog een zware opgave om die te realiseren.
Hoewel het implementeren van integrale schuldhulpverlening voor elke gemeente een eigen opgave met ook eigen plaatselijke aspecten is, zijn er wel een aantal aandachtspunten te benoemen die kunnen helpen bij de realisatie ervan.
Individuele dossiers
Elk dossier kent een eigen verhaal en elke schuldenaar (en zijn crediteuren) hebben eigen ideeën over mogelijke oplossingen. Bij de uitvoering van effectieve integrale schuldhulpverlening draait het om het wegnemen van het complexe geheel dat in samenhang concreet heeft geleid tot de problematische schuldsituatie in kwestie. In individuele dossiers vraagt dit in de eerste plaats dat we schuldenaren in hun eigen kracht zetten om de zware weg om uit de schulden te komen succesvol af te leggen.
Ze moeten gemotiveerd zijn om problemen op te lossen en daarbij de (professionele) ondersteuning krijgen (en aanvaarden!) die ze daar voor nodig hebben. Voor de uitvoering betekent het centraal zetten van de eigen kracht dat er sprake is van maatwerk hulpverlening die voor zover mogelijk aansluit op de wensen en mogelijkheden van de schuldenaar zonder daarmee de crediteuren tekort te doen.
Dit is een vorm van vraaggericht werken en daarmee fundamenteel anders dan de aanbodgerichte manier van werken die nu nog in veel gemeenten gebruikelijk is.
Samenwerking
Naast de doorontwikkeling naar een vraaggerichte opzet is het voor het realiseren van integrale schuldhulpverlening ook noodzakelijk dat de verschillende (keten)partijen in het sociaal domein op een effectievere manier gaan samenwerken. In de afgelopen jaren zijn er door gemeenten en kredietbanken vele pogingen ondernomen om een integrale werkwijze te realiseren. Uit het feit dat het maar in een beperkt aantal gemeenten daadwerkelijk is gelukt, blijkt dat de eenvoud van het idee in de praktijk op vele en weerbarstige belemmeringen pleegt te stuiten.
Gebruik inzichten
Het zou een gemiste kans zijn om in de komende periode niet de opgedane inzichten te gebruiken om integrale schuldhulpverlening te gaan realiseren. Voorbeelden van inzichten die kunnen bijdragen aan het realiseren van effectieve integrale schuldhulpverlening zijn:
- bied een hulpaanbod dat aansluit op de concrete mogelijkheden en wensen van de schuldenaar zonder de crediteuren tekort te doen.
- Dit betekent bijvoorbeeld een verschuiving van het doel ‘iedereen schuldenvrij’ naar ‘hanteerbare schulden voor iedereen’ met een daarop aansluitende set aan producten;
- organiseer de samenwerking in de keten en niet sec rondom de schuldhulpverlening;
- samenwerking wordt ook gestuurd door geld; neem daarom in de subsidieverordeningen van ketenpartners zoals het maatschappelijk werk of de verslavingszorg op wat er van hen verwacht wordt als bijdrage aan de uitvoering van onder meer de schuldhulpverlening;
- integrale schuldhulpverlening gaat niet alleen over gedragsveranderingen bij schuldenaren, maar ook over het gebruik van voorzieningen zoals armoedebeleid of landelijke inkomensondersteunende voorzieningen zoals huur- en zorgtoeslag. Leg daarom ook expliciete verbindingen met formulierenbrigades en andere manieren om niet-gebruik tegen te gaan.
- integrale schuldhulpverlening omvat ook het voorkomen van uitval en recidive: blijf daarom steeds in open verbinding met de schuldenaar en ga na in hoeverre daarbij ook vrijwilligers kunnen worden ingeschakeld (“budget-buddies”) die naast de schuldenaar staan en voor hem/haar een bondgenoot kunnen zijn om de orde in de dagelijkse huishoudfinanciën te bewaren.
Nadja Jungmann is senior adviseur bij Hiemstra & De Vries en adviseert gemeenten en het ministerie over schuldhulpverlening
index
Doorbraak in de wachttijden schuldhulp mogelijk
Door Nadja Jungmann
Hoe breng je wachttijden bij de schuldhulpverlening van maanden terug tot weken in een periode van bezuinigingen en steeds meer verzoeken om hulp? Jeugdzorg geeft het goede voorbeeld.
Een van de meest in het oog springende eisen in het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening betreft de wachttijden. Deze mogen niet langer zijn dan vier weken en bij een crisissituatie niet langer dan drie dagen. Voor een aantal gemeenten wordt deze eis een flinke opgave. Want hoe breng je wachttijden van soms wel zeven of acht maanden terug tot vier weken in een periode van bezuinigingen en steeds meer verzoeken om hulp?
In de afgelopen jaren zagen we de politieke onvrede over de wachttijden groeien. Wethouders en Tweede Kamerleden uitten publiekelijk hun onvrede en het ministerie van SZW voert momenteel een quick scan uit naar de huidige lengte van de wachttijden. Als het heel eenvoudig was om de wachttijden terug te brengen naar een week of drie a vier, dan behoorden maanden wachten natuurlijk al lang tot het verleden. Blijkbaar zijn er onorthodoxe en innovatieve initiatieven nodig om echt een slag te kunnen maken.
Doorlooptijden
In het wetsvoorstel staat in artikel 4 dat als iemand zich bij de gemeente meldt voor schuldhulpverlening er binnen vier weken een eerste gesprek plaatsvindt waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Als er sprake is van een dreigende woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, water of elektra of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering, moet het eerste gesprek binnen drie weken plaatsvinden.
Daarbij geeft de gemeente na het eerste gesprek aan hoe lang het naar verwachting duurt voordat duidelijk is wat de hulpverlening oplevert. Een veel gehoorde reactie in het veld van de schuldhulpverlening luidt dat men de stapel dossiers die nu nog voor de voordeur ligt over de drempel heen tilt en achter de voordeur neerlegt. Ten aanzien van de doorlooptijden wordt immers alleen voorgeschreven dat de gemeente inzicht biedt in de weken die nodig zijn om resultaat te bereiken. - Waarbij niet is uitgewerkt of dat resultaat dan een oplossing is in de zin van een schuldregeling of een anders soort, financiële, oplossing of dat bijvoorbeeld een aanbod van een percentagevoorstel ook als een resultaat beschouwd mag worden -.
In de huidige context ga ik er vanuit dat veel gemeenten met wachtlijsten in ieder geval in eerste instantie het eerste gesprek naar voren zullen schuiven en daarmee hun ‘wachttijden’ oplossen. Vanuit de problematiek van de schuldenaar en de crediteuren is dit natuurlijk helemaal geen oplossing. Uit diverse onderzoeken weten we dat de bereidheid van crediteuren om mee te werken aan een oplossing afneemt als ze (te) lang niet weten waar ze aan toe zijn en dat schuldenaren vaker uitvallen als de tijd verstrijkt.
Jeugdzorg als voorbeeld
Tegen deze achtergrond wil ik samen met het veld van de schuldhulpverlening graag de uitdaging aangaan om op onorthodoxe manieren de wachttijden te gaan aanpakken. Daarvoor moeten we naar mijn overtuiging niet binnen ons eigen veld kijken maar er buiten. Naar andere velden die ook te maken hebben met taaie en complexe sociale problemen. En dan bij voorkeur velden waar het recht ook een rol speelt in de mogelijkheden in dossiers.
De jeugdzorg is een voorbeeld van een veld dat mogelijk interessant is voor de schuldhulpverlening. Uit onmacht over de taaiheid van de wachttijden en de constatering dat meer geld niet zonder meer de oplossing biedt, is er in de jeugdzorg een methode uitgewerkt om op een innovatieve manier de wachttijden aan te pakken. En met succes! In verschillende projecten namen wachttijden af met tientallen percentages.
Kenmerkende elementen uit de Doorbraak-aanpak in de jeugdzorg zijn:
- de professional is de sleutel tot de verandering;
- SMART geformuleerde doelstellingen zodat verbeteringen meetbaar zijn;
- inspiratie uit goede praktijkvoorbeelden;
- de verandering vindt plaats van binnen uit (de eigen mensen dragen ideeën aan en voeren de veranderingen door en het management geeft het vertrouwen aan de werkvloer hiervoor)
de doorbraakteams zijn multidisciplinair zodat iedereen die bij een dossier betrokken is, ook bij de optimalisering betrokken is (denk naast de schuldhulpverleners aan de telefoniste, de teamleider, de IT’er enzovoorts.);
- er werken meerdere teams parallel aan elkaar aan hetzelfde vraagstuk (zij inspireren en voeden elkaar met ervaringen).
Doordat de schuldhulpverlening als intermediair werkt neemt zij een fundamenteel andere positie in dan andere soorten hulpverlening die alleen met een cliënt werken. Misschien is het wel deze bijzondere positie die ertoe leidt dat we te weinig over de grenzen van ons eigen veld heen kijken. Wachttijden spelen in heel veel velden. Ik heb hier de jeugdzorg als voorbeeld aangedragen, maar wellicht zijn er nog andere velden met andere succesvolle aanpakken die we kunnen introduceren in de schuldhulpverlening.
Nadja Jungmann is senior adviseur bij Hiemstra & De Vries en adviseert veel gemeenten over schuldhulpverlening
index
Woningcorporatie biedt budgethulp bij huurachterstand
Woningcorporatie Thuisvester uit Oosterhout organiseert samen met het Nibud speciale informatieavonden over budgetbeheer en cursussen budgetbegeleiding. Deze activiteiten maken deel uit van een pakket 'crisismaatregelen' bedoeld voor mensen die buiten hun schuld om in de problemen komen met het betalen van de huur.
De maatregelen, genomen in nauw overleg met de huurdersorganisaties, stimuleren de financiële zelfredzaamheid van huurders en bieden actieve ondersteuning bij armoede. Het Nibud kan corporaties op meerdere manieren van dienst zijn bij het verhogen van de financiële zelfredzaamheid van huurders.
Meer informatie: www.nibud.nl
index
Huisuitzettingen voorkomen in Amsterdam
Vroeg Eropaf heet de Amsterdamse methode, die ertoe moet leiden dat mensen met een huurachterstand niet hun woning uit hoeven. Deze methode heeft effect. Bij 67 procent van de meldingen hebben woningbouwverenigingen, de gemeente en maatschappelijke instellingen kunnen voorkomen dat iemand zijn huis uit moest. Dat maakte de dienst werk en inkomen bekend.
De methode werd begin vorig jaar in alle stadsdelen ingevoerd. Woningcorporaties grijpen in als bewoners twee maanden hun huur niet hebben betaald, nog voordat het incassobureau eraan te pas komt. Ruim tweeduizend Amsterdammers zijn bereikt en voor een groot deel van hen zijn concrete maatregelen getroffen. Samen met andere partners kan de gemeente zo de schuldenproblematiek aanpakken. Amsterdam voert momenteel gesprekken met zorgverzekeraars en energiebedrijven om tot eenzelfde aanpak te komen voor wanbetalers.
index
Preventieve schuldaanpak Apeldoorn is succesvol
Apeldoorn heeft het aantal huishoudens dat in een schuldbemiddeling terechtkomt in 2009 met 6% laten dalen. Dit is volgens de gemeente te danken aan de preventieve aanpak.
Van alle Apeldoornse huishoudens die in 2009 een aanvraag voor schuldbemiddeling deden, is inmiddels voor ruim de helft met succes een schuldbemiddelingstraject gestart. Ook het aantal huishoudens met een budgetbeheerrekening is voor het eerst sinds jaren niet toegenomen. Dit is volgens de gemeente een stuk rooskleuriger dan de landelijke ontwikkeling.
Voorkomen
De gemeentelijke Stadsbank heeft haar preventieve dienstverlening sinds 2008 uitgebreid door niet alleen inwoners met schulden te helpen, maar alle Apeldoorners financieel advies te bieden. Deze preventieve werkwijze werpt nu zijn vruchten af.
Signaleren
Het voorkomen van financiële problemen en schulden is een belangrijke doelstelling van de Stadsbank. Sinds enige tijd werkt de gemeentelijke instantie daarom onder meer samen met enkele woningcorporaties om mogelijke problemen te signaleren bij mensen die regelmatig de huur niet betalen. Een huurachterstand is meestal een voorteken van financiële problemen.
index
Arnhem en ROC slaan handen ineen
Arnhem gaat nauwer samenwerken met het ROC Rijn IJssel. De samenwerking is gericht op de sociale en economische versterking van de stad.
Rijn IJssel heeft volgens de gemeente een groot potentieel aan (aanstaand) vakmensen in huis waarvan de gemeente gebruik wil maken. Met hun deelname aan gemeentelijke plannen en activiteiten kunnen studenten op hun beurt belangrijke praktijkervaring opdoen. Dit meldt Arnhem op haar website.
Krachtwijken
Het opleidingscentrum, met 1.200 medewerkers en 15.000 studenten, zet zijn kennis en kwaliteiten in bij plannen en projecten van de gemeente. Zo gaat het onder meer in krachtwijken vrijwilligers opleiden, ondernemers ondersteunen en andere bewoners activeren.
De leidraad in de samenwerking vormen de vier stadsprogramma's van de gemeente Arnhem: participatie en werk, woon- en leefomgeving, aantrekkelijke centrumstad en zorgzame stad. De activiteiten die worden opgezet, passen binnen de uitvoering van deze stadsprogramma's.
Actiepunten
Arnhem en RijnIJssel hebben een intentieovereenkomst ondertekend waarin staat dat binnen 100 dagen concrete actiepunten worden onderzocht, uitgewerkt en in uitwerking worden genomen. Hierna is duidelijk op welke wijze Rijn IJssel zich exact gaat inzetten voor een sociaal en economisch sterker Arnhem.
Eén van de onderwerpen wordt in ieder geval de samenwerking op sportgebied: Arnhem en Rijn IJssel onderzoeken samen welke kansen Papendal heeft als centrum voor topsport en onderwijs, en hoe dit kan bijdragen aan het sport-, topsport- en onderwijsklimaat in Arnhem.
Wethouder Barth van Eeten: 'Rijn IJssel verzorgt tal van maatschappelijke MBO-opleidingen, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, welzijn, sport en ondernemerschap. Dat overlapt voor een flink deel het werkterrein van de gemeente. Studenten kunnen bij de gemeente een mooie maatschappelijke stage lopen. We slaan de handen ineen om opleiding en praktijk sterker op elkaar te laten aansluiten.'
Inwoners
'Dat is in het belang van ons allebei, maar vooral van inwoners van Arnhem, de krachtwijken in het bijzonder', vervolgt de wethouder. 'Het past ook goed bij de ontwikkeling, dat de gemeente nauwer gaat samenwerken met maatschappelijke partners. Die partners zoals Rijn IJssel kunnen méér en samen staan we sterker.'
Arbeidsmarkt
Dorothé Lamers, voorzitter College van Bestuur Rijn IJssel: ‘De samenwerking biedt Rijn IJssel een unieke kans om studenten nog beter op te leiden voor de arbeidsmarkt en bovendien de krachtwijken een positieve impuls te geven. Rijn IJssel werkt al jaren aan een goede samenwerking met bedrijven en instellingen om zo de aansluiting met de arbeidsmarkt te garanderen.
Regie
Bij zowel de gemeente als het opleidingscentrum gaan twee contactpersonen werken als schakel tussen gemeentelijke planontwerpers en projectleiders en de betrokken docenten en studenten van Rijn IJssel. Dit viertal voert gezamenlijk de regie over de samenwerking.
index
FNV onderzoek: gemeenten komen geld tekort voor uitvoering Wmo
Van de gemeenten vindt 40 procent het budget om de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uit te voeren te laag. De helft gebruikt eigen middelen om het Wmo-budget aan te vullen.
Dat blijkt uit onderzoek van de FNV onder 196 gemeenten.
‘Juist nu is het belangrijk dat gemeenten sociaal beleid voeren en voorkomen dat mensen buiten de boot vallen’, zegt federatiebestuurder Leo Hartveld naar aanleiding van het verschijnen van de Lokale Monitor Werk, Inkomen en Zorg 2009. Uit dit onderzoek van de FNV moet blijken op welke punten gemeenten het goed doen en waar verbetering nodig is. De vakbond ondervraagt hiervoor tweejaarlijks een groot aantal gemeenten.
Ontoereikend
De deelnemende gemeenten gaven aan dat zij in 2010 hogere Wmo-uitgaven verwachten. De middelen van het rijk zullen ontoereikend zijn, aldus de ondervraagden. Oorzaken zijn volgens hen onder meer het opheffen van AWBZ-begeleiding voor mensen met een lichte beperking en de verdeling van de budgetten. Ook wetswijzigingen betreffende de verdiensten voor alfahulpen leiden tot hogere tarieven. Volgens de gemeenten houdt het rijk bij de verdeling van de gelden geen rekening met chronisch zieken en huishoudens met lage inkomens. Juist die groepen maken gebruik van de Wmo.
Eigen bijdrage
Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor een individuele Wmo-voorziening. Alle ondervraagden doen dit ook, vooral voor huishoudelijke hulp (98,5% van de gemeenten), woonvoorzieningen (53,4%) en vervoersvoorzieningen (28,6%). De FNV pleit ervoor om mensen met een laag inkomen niet om een eigen bijdrage te vragen. Slechts 11 procent van de ondervraagde gemeenten ontziet deze mensen, zo blijkt uit het onderzoek.
Indicatie
Een kleine 45 procent van de gemeenten die meewerkten aan het onderzoek, zeggen meestal zelf te indiceren. Op verschillende manieren, zo blijkt uit het FNV-onderzoek, stellen zij vast of een Wmo-voorziening terecht wordt toegekend. Dat kan telefonisch, via het zorgloket of met een huisbezoek. Bijna 40 procent van de ondervraagden zegt de indicatie voor Wmo-zorg via een huisbezoek vast te stellen.
Zeeuws model
Het aantal gemeenten dat kwaliteitseisen stelt bij de aanbesteding van Wmo-zorg is met 15 procent gestegen ten opzichte van 2008. De FNV pleit ervoor dat gemeenten het Zeeuws model gebruiken om kwalitatieve zorg te leveren. Ruim de helft van de ondervraagde gemeenten hanteert dit model bij de aanbesteding. Hierbij stelt de gemeente eisen waaraan de zorg minimaal moet voldoen en spreekt ze een vaste prijs af. Cliënten kunnen op basis van de kwaliteit een aanbieder kiezen.
De FNV hecht ook waarde aan sociale criteria. Ruim 70 procent van de ondervraagde gemeenten heeft kwaliteitseisen voor werknemers opgenomen, zoals opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden om het werken in de huishoudelijke zorg aantrekkelijk te maken.
Landelijk
De meeste gemeenten ervaren de veranderingen in het landelijke Wmo-beleid als een belemmering. Wetswijzigingen worden snel ingevoerd, waardoor gemeenten zich niet goed kunnen voorbereiden, aldus het rapport. Verschillende gemeenten hebben aangegeven dat marktwerking en bezuinigingen tot veel problemen, onzekerheid en onrust in de zorg leiden. Maar tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat de helft van de gemeenten bij de keuze van een zorgaanbieder vooral naar de prijs kijken
index
Inwoners Huizen hoeven geen verantwoording af te leggen over hun PGB-uitgaven
Inwoners van de gemeente Huizen hoeven geen verantwoording meer af te leggen voor hun pgb-uitgaven in de Wmo. De maatregel is al met terugwerkende kracht ingegaan per 1 januari 2009. Na Breda is dit de tweede gemeente die hiertoe heeft besloten.
Wethouder Janny Bakker heeft de gemeenteraad ervan weten te overtuigen dat de afschaffing van de verantwoording van het pgb een juiste beslissing is. ‘Aanvankelijk was er veel weerstand. De gemeente bedenkt een regel die vervolgens moet worden gecontroleerd. Uit die controles kwam naar voren dat er niet of nauwelijks sprake was van fraude. In deze gevallen was er veelal sprake van creatieve pgb-houders, die op hun eigen manier hun zorgvraag oplosten. ’
Passend aanbod
‘Als mensen een pgb aanvragen wordt er bij de indicatiestelling bepaald waar zij recht op hebben. Dat geldt ook voor mensen die zorg in natura ontvangen. Als iemand er dan voor kiest om 3 weken het huis niet te laten poetsen, maar dit geld besteedt aan een vakantie of andere extra zorg, dan is dat prima. Het gaat namelijk om een passend aanbod van de zorgvraag en de pgb-houder weet zelf het beste wat hij nodig heeft. Het biedt mensen meer vrijheid en het vergroot daarmee hun kansen om deel te nemen aan de samenleving. Dat vinden wij als gemeente belangrijk. Bovendien bespaart dit ons jaarlijks zo’n 40.000 euro aan onnodige administratieve kosten’, aldus wethouder Bakker.
Zwartwerken
Op de vraag of afschaffing zwartwerken in de hand werkt reageert de wethouder nonchalant. ‘Mensen moeten verantwoording af leggen aan de Belastingdienst. We moeten er toch op vertrouwen dat mensen zich aan de wet houden? Als ze dat niet doen, is dat niet de verantwoordelijkheid van de gemeente.’
AWBZ
Na Breda is Huizen de tweede gemeente die de controle op het pgb afschaft. ‘Wij verzorgen ook de Wmo voor Blaricum en Laren. Ik verwacht dat ook de raden van deze gemeenten met deze maatregel zullen instemmen. Voorts hoopt Bakker dat ook de verantwoording voor het pgb in de AWBZ, waarbij de verantwoordelijkheid bij de zorgkantoren ligt, wordt afgeschaft. ‘Dat is zeker in het belang van de mensen.’
index
Saamhorigheid en respect………….
Samenwerking cliëntenorganisatie en welzijn in de wijk
interview met Maria Mulder, vrijwillig inburgeringcoach én spreekuurhouder
door Carla Wierenga
De Vrijheidswijk in Leeuwarden, een wijk met lage inkomens, een wijk met veel allochtone bewoners en een wijk waar Maria Mulder spreekuur houdt in het Buurtservicepunt. Allochtonen: een groep, die we moeilijk kunnen bereiken. Hoe gaat dat nu in de Vrijheidswijk?
Makkelijk contact
Het spreekuur van de Stichting Welzijn Leeuwarden en het Fries Samenwerkingsverband Uitkeringsgerechtigden (FSU) wordt gehouden in het Multi Functioneel Centrum de Mozaïek (MFC). Een goede plek voor een spreekuur. Er is veel inloop van bewoners voor de twee scholen, voor het digitaal trapveldje, voor de GGZ, voor de woningbouw, voor de politie. Kortom, een plaats waar je gemakkelijk contact legt. Maria vangt de mensen op in de kantine, waar men komt voor een kopje koffie en een praatje, en gaat daarna met hen naar een eigen ruimte. Sinds de verhuizing midden vorig jaar naar het MFC ziet het Buurtservicepunt een langzame maar zekere stijging van het aantal bezoekers. Niet alleen de locatie bepaalt deze stijging van met name de allochtone bezoekers, maar ook de persoon van Maria Mulder.
Toegang tot moslimgemeenschap
Maria is katholiek opgevoed en heeft jaren de kerk bezocht, maar ze ging in de loop van de tijd bepaalde zaken missen in de kerk. Met name saamhorigheid en respect voor elkaar. Zij kwam in contact met moslims, vond hier wel saamhorigheid en respect en ging zich daarom verdiepen in de islam. Zij las veel over de islam in Afrika, sprak veel met mensen over de islam en besloot zich te bekeren. Zij merkt dat de maatschappij verhardt naar moslims, de angst voor terreur zit diep. Terwijl de islam in Afrika niet zo fundamentalistisch is. Maar het beeld in Nederland is een andere: zo werkte Maria als oppas, maar na haar geloofsbekering hoefde zij niet terug te komen. Terwijl de persoon van Maria natuurlijk niet van de ene dag op de andere veranderde. Een los om het hoofd geslagen sjaal, niets geen traditionele kleding. Als ze op bezoek is in Afrika kleedt ze zich volgens de daar heersende cultuur, in Nederland kleedt ze zich zo als zij het prettigst vindt en wat past bij haar persoon en geloofsbelevenis. Het positieve voor Maria is dat ze door haar islamitisch geloof gemakkelijker toegang heeft tot de moslimgemeenschap. Maria kan zich bovendien verstaanbaar maken in het Frans en Arabisch. De eerste begroeting is in het Arabisch, wat enthousiaste reactie oproept en een band schept.
Coach bij inburgering
Naast het werk op het spreekuur is Maria ook nog inburgeringcoach bij Welzijn Leeuwarden. Een inburgeringcoach helpt mensen wegwijs te maken in de Nederlandse maatschappij. Zo gaat zij mee naar de burgerlijke stand bij een aanvraag van reisdocumenten. De inburgeraar moet doen alsof hij een paspoort nodig heeft, moet dit in het Nederlands aanvragen en krijgt een bewijs dat de ambtenaar zijn verzoek begrepen heeft. De inburgeraar moet vervolgens een aantal opdrachten uitvoeren en zo de bewijzen verzamelen. Via dit vrijwilligerswerk als inburgeringcoach werd Maria gevraagd om spreekuurhouder te worden. Geen moeilijke beslissing voor Maria, zij merkte altijd al dat ze gemakkelijk werd aangesproken over allerlei problemen en het leek haar daarom leuk om dit als spreekuurhouder te gaan doen. Zij vindt het fijn om mensen te helpen en om er zelf veel van te leren. De vragen, die Maria krijgt zijn van allerlei aard, veel over inburgering en over aanvragen van uitkeringen en aanvullingen.
Gebundeld spreekuurpunt
Het waren die vragen, die Stichting Welzijn Leeuwarden (WL) en het FSU voor ogen hadden toen ze gezamenlijk het Buurtservicepunt starten.
In de wijk zijn meer organisaties werkzaam, die ook hulp verlenen op verschillende terreinen, zoals WMO, wonen of gezondheid. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het bundelen van alle mogelijkheden, zodat er één spreekuur in de wijk komt, waar men terecht kan voor alle vragen en men echt kan spreken van een buurtservicepunt!
Bron: Rondzendbrief FSU
index
Eerste Kamer beslist 2 maart over behandeling wet elektronisch patiëntendossier
De Eerste Kamer zal op 2 maart beslissen of de epd-wet als controversieel moet worden gezien en, vanwege de val van het kabinet, op de lange baan moet worden geschoven. Een demissionair kabinet mag alleen ‘op de winkel passen’.
De epd-wet ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer. Op 22 maart staat er een rondetafelgesprek gepland met deskundigen over het epd. Als de Eerste Kamer beslist dat het wetsvoorstel controversieel is, komt deze bijeenkomst te vervallen.
index
|