Cliënten Sociale Zekerheid
 

 KLEINTJE NIEUWS SZ 
25 janauari 2012

Kleintje nieuws SZ is een gratis uitgave van de StichtingCliëntenadvies Sociale Zekerheid (ICSZ)

Meer nieuws vindt u in de Nieuwsbrief Sociale Zekerheid maar dan moet uw wel aanmelden voor een abonnement. klik hier

Abonnementsprijzen * per jaar:

Individuele cliënten: € 60,=
Professionals: € 120,=
Cliëntenraden € 360,=
Wij kunnen ook abonnementen op maat aanbieden

* inclusief intranetondersteuning en consultatiemogelijkheden

Klik hier voor meer informatie

Redactie Kleintje nieuwsSZ:

intranetredactie@icsz.nl


In de stichting ICSZ participeren de volgende organisaties.

LVA en LocSZ

Stichting Cliëntenadvies Sociale Zekerheid
Secretariaat
Braambeslaan 13
5552 PE Valkenswaard
E-mail: info@icsz.nl


 

Dit is de laatste Nieuwsbrief
Met ingang van 2011 was er geen subsidie meer beschikbaar voor de Nieuwsbrief en het intranet.
Daarom zijn we overgestapt op een abonnementssysteem.
We zijn er echter niet in geslaagd voldoende abonnementen af te sluiten. Ook de pogingen om sponsorgelden op te halen zijn wegens de crisis op niets uitgelopen. Dit heeft tot gevolg dat wij per 1 februari aanstaande moeten stoppen met de Nieuwsbrief. Dit is dus de laatst Nieuwsbrief.

LocSZ en LVA zullen blijven streven naar mogelijkheden om u te blijven informeren. Zeker met alle ingrijpende veranderingen dit jaar en komende jaren zal daar veel behoefte aan zijn.

 In deze nieuwsbrief de volgende onderwerpen:

Oproepen en aankondigingen

WWB:

Ouderen en AOW:

Sociale zekerheid algemeen:

Koopkracht en armoede:

Reïntegratie en arbeidsmarkt:

Wmo:


Meldt schrijnende gevallen nieuwe bijstandswet
De eerste schrijnende gevallen met de nieuwe bijstandswet, die per 1 januari van kracht werd, dienen zich al aan. Hieronder weer enkele voorbeelden.

In de val door huishoudtoets
Een jonge vrouw moeilijk lerend, die na jaren trouwe dienst ontslag krijgt: 10 maanden recht op WW, maar reïntegratiemiddelen werden net afgeschaft, Sw-indicatie aangevraagd en gekregen, maar SW bedrijf had geen middelen meer om actief te bemiddelen. Wanneer WW eindigt (ondanks al haar pogingen lukt het haar niet om betaald werk te vinden (ook nog slechte rug)), gaat zij naar gemeente in juli. Teveel eigen vermogen, dat moet zij eerst opmaken en op 1 januari 2012 gaat zij terug naar gemeente. Nu is echter de huishoudtoets net ingevoerd en woont zij (ook vanwege haar beperking) in een woning op het erf van haar vader. Zij heeft geen eigen douche en maakt gebruik van die van haar vader. Dat is grond voor het delen van een huishouden van vader: en ja hoor, geen recht op bijstand!!! Nog steeds voelt niemand van de officiële instanties zich verantwoordelijk voor het ondersteunen naar werk voor haar en zij heeft die ondersteuning zo hard nodig!!!

Eigen adres?
Heeft ze geen eigen adres in de basisadministratie / in het GBA, of wel? Is die basisadministratie eigenlijk het criterium? Waar komt het criterium van die douche vandaan? Zijn dat soort criteria al gebruikelijk om te voorkomen dat je als inwonende jongere verhuist naar het tuinhuisje?

Helaas voor deze mevrouw, maar er is jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die aangeeft dat iemand, die woont op het grondgebied dat hoort tot de ouderlijke woning, wordt geacht tot het gezin te behoren.
Overwegingen daarbij waren onder meer dat een caravan geen eigen kadastrale registratie heeft, er is geen apart adres in het GBA, er zijn geen eigen aansluitingen op de nutsvoorzieningen etc.

Mantelzorg
Kan deze mevrouw geen beroep doen op een indicatie voor 10 uur zorg (incl. mantelzorg van haar ouders) voor de AWBZ? Dat zou immers betekenen dat ze niet onder de huishoudtoets valt.

Er gelden inderdaad strenge criteria voor ouders en kinderen om in aanmerking te komen voor een ontheffing van de huishoudinkomens- en vermogenstoets. Er moet een AWBZ indicatie zijn van ten minste 10 uur (zonder mantelzorg), er mag geen pgb zijn én de zorg mag niet "in natura" worden gegeven omdat de mantelzorg de zorg die geïndiceerd is over moet nemen én degene die zorg nodig heeft mag niet ouder zijn dan 65 (behalve: als je voor je 65e al voor de uitzondering in aanmerking kwam, geldt het wel als je 65 bent; maar niet als je na je 65e zorgbehoevend wordt). Kortom: mantelzorg wordt ontmoedigd. De Raad van State heeft zijn zorgen uitgesproken over het verbreken van familiaire verbanden. Terwijl juist de overheid wil dat mensen meer voor elkaar zorgen.
Mezzo, de landelijke Vereniging voor Mantelzorgers en Vrijwilligerszorg, maakt zich zorgen over deze ontwikkeling. Zij is een meldactie gestart waarmee zij de effecten voor mantelzorgers in kaart wil brengen. Zie:
http://www.mezzo.nl/nieuws_voor_mantelzorgers/meldactie_wet_werk_en_bijstand_en_zorgen_voor_een_ander/4663

NW Fryslân stopt ‘meedoen regeling’
Gerrie Vis, secretaris Cliëntenraad NW Fryslân, zond op 12 januari het volgende bericht.
Op 21 december heeft het bestuur van de dienst sozawe nw. Fryslân bij meerderheid besloten om de “meedoen regeling” met ingang van 1 januari ’12 tijdelijk stop te zetten.
De cliënten zijn per brief geïnformeerd, deze brief lag op 29 of 30 december j.l. bij hen op de deurmat.
Het gaat om een bezuiniging waarbij de gezinsbijdrage voor volwassen geschrapt wordt. Deze bijdrage is € 100,= per gezin en € 75 ,= per kind ongeacht de grote van het gezin. En is eenmaal per jaar aan te vragen.
Gelet op de stapeling van maatregelingen is de Cliëntenraad Nw. Friesland nu bezig om via inspraak per gemeente deze maatregel die een bezuiniging van € 305.000,= moet opleveren ongedaan te krijgen. Het gaat per gezin natuurlijk niet om grote bedragen, maar het scheelt al gauw een paar tientjes per maand!
De grootste gemeente ( Franekeradeel) heeft de begroting al geamendeerd , deze gemeente draait de maatregel terug; in Harlingen is een motie met algemene stemmen aangenomen.
Hedenavond bezoekt de Cliëntenraad de gemeente Menaldumadeel om ook hier de zaak goed te behartigen.

Komt u ook van dit soort schrijnende gevallen tegen? Meldt ze ons: intranetredactie@icsz.nl 
Wij zullen ze publiceren en waar mogelijk collectieve actie voeren.

index


Inschrijving LCR jubileumcongres 2012 geopend!
De Landelijke Cliëntenraad (LCR) viert op donderdag 29 maart 2012 zijn tiende verjaardag met het jubileumcongres Op naar cliëntenparticipatie 2.0! Vanaf nu is het mogelijk om u aan te melden voor het congres dat een zeer afwisselend programma biedt. Met de Cliënt in Beeld-prijs (voordrachten nog altijd mogelijk) en de Ab Harrewijnrede in de ochtend. En spannende sprekers in het middagdeel. Wie zich snel aanmeldt, heeft ruime keuze uit workshopthema's!

Voor meer informatie en aanmelding: http://www.landelijkeclientenraad.nl/LandelijkeClientenraad.aspx?id=344&idn=399

index


Dienstverlening per computer geeft problemen
FSU bundelt ervaringen cliënten
Werkcoach: de meeste communicatie zal voortaan via de Werkm@p plaatsvinden. U kunt deze vinden op werk.nl en inloggen via uw DigiD. Ik heb uw bewijs van inschrijving al in de Werkm@p geplaatst. Zou u voor mij kunnen inloggen, en een bericht via de Werkm@p aan mij zenden om te bevestigen dat het bewijs van inschrijving goed is aangekomen?  

Cliënt: ik heb geprobeerd om via Werkm@p een bericht te sturen maar raakte hopeloos verward in foutmeldingen. KPN opgebeld voor advies. De KPN heeft mij per post een nieuw wachtwoord gegeven. Het inloggen lukte nog steeds niet, na telefonisch contact bleek dat ik ook mijn gebruikersnaam moest aanpassen. Mijn vraag is of het echt nodig is, die werkmap. Mijn DigiD-code werkte dus al niet. Ik ben er huiverig voor, dat gedoe via internet. Begrijp er vaak niet zo veel van. Ben benieuwd naar uw antwoord.

Werkcoach: ik begrijp dat het werken met de Werkm@p onpersoonlijk overkomt, het is echter een keuze die het UWV heeft gemaakt om zoveel mogelijk communicatie via de Werkm@p te laten verlopen. Hierdoor kunnen wij wel voorkomen dat u onnodig de lange reis naar het Werkplein maakt. Elk nadeel heb z'n voordeel zullen we maar zeggen, mocht het niet lukken dan maak ik tijd vrij om u hiermee te helpen.

De Friese cliëntenorganisatie FSU bundelt ervaringen met de e-dienstverlening, zoals die van Annelies. Melding van deze ervaringen kan telefonisch: 058-2139992 en via de e-mail: fsu@fsufriesland.nl

index


Kans op werk vanuit de bijstand verschilt sterk per gemeente
In 2010 vonden bijna 30 duizend personen die eind 2009 in de bijstand zaten een baan. Dat is 9 procent van de bijstandontvangers. Van de gemeenten met 100 duizend of meer inwoners scoorden Zaanstad en Zoetermeer bovengemiddeld. In Amsterdam en Utrecht bleef het aandeel dat werk vond achter.
Eind 2009 telde Zaanstad 2,5 duizend personen jonger dan 65 jaar met een bijstanduitkering. Bijna 14 procent vond in 2010 betaald werk als werknemer. Onder de steden met 100 duizend of meer inwoners staat Zaanstad daarmee bovenaan. Ook in Zoetermeer vonden bijstandgerechtigden relatief vaak werk: iets minder dan 14 procent.
De 100 duizendplusgemeente met de minste kans op werk was Amsterdam. Hier vond 6 procent van de bijstandgerechtigden werk. In Utrecht vond iets meer dan 6 procent een baan. Bij de andere grote steden, Rotterdam en Den Haag, ging het om respectievelijk 8 en 7 procent.
Bij de gemeenten met 50 tot 100 duizend inwoners was de uitstroom naar werk het grootst in Roosendaal en Capelle aan den IJssel. In deze gemeenten stroomden respectievelijk 17 en 16 procent van de bijstandontvangers eind 2009 door naar werk.

Niet alleen inspanningen gemeente bepalend
De mate waarin bijstandontvangers werk vinden hangt deels samen met inspanningen van gemeenten. Het hangt echter ook af van de vraag naar arbeid in de regio en de mate waarin de bijstandontvanger kansrijk is op de arbeidsmarkt. Heeft een gemeente relatief veel mensen die al lang in de bijstand zitten, dan zal de uitstroom naar werk doorgaans kleiner zijn.

Overgang van bijstand naar werk gevoelig voor de conjunctuur
De kans op werk hangt samen met de conjunctuur. In 2007 vond bijna 15 procent van alle personen die eind 2006 een bijstanduitkering hadden, werk. In 2008 en 2009 werden de gevolgen van de teruglopende economie zichtbaar en daalde dit naar respectievelijk 12 en 8 procent. In 2010 nam de kans om werk te vinden weer iets toe.

Bron: CBS, 9 januari 2012

index


Divosa heeft geen hoge verwachtingen uitstroom bijstand
De verwachtingen over het aantal mensen dat in 2012 vanuit de bijstand aan het werk gaat, mogen niet al te hoog gespannen zijn. Dat zegt voorzitter René Paas van de vereniging voor sociale diensten. Paas reageert op de cijfers van het CBS waaruit bleek dat in 2010 het aantal mensen dat vanuit de bijstand aan het werk ging, steeg ten op zichte van het jaar ervoor.

´Het is goed om te bedenken dat de meting van het CBS over 2010 gaat en dat de echte krapte pas medio 2011 toesloeg´, aldus Paas. ´Economisch gaat het nu niet beter en bovendien is het budget voor re-integratie in 2012 ongeveer de helft van het budget dat daar in 2010 beschikbaar voor was. Je kunt natuurlijk niet straffeloos geld uit het budget halen en ervan uitgaan dat je dezelfde resultaten behaald.’

Gemeenten en sociale diensten zullen dus met minder geld mensen naar de arbeidsmarkt moeten leiden. Maar ook het aantal mensen dat een beroep doet op de bijstand zal blijven groeien. De laatste tijd melden zich vaker zzp’ers die een dalend aantal opdrachtgevers hebben. Maar ook jonge schoolverlaters melden zich vaker.  ‘Ook zien we dat de groep oudere werknemers die tijdens de eerste recessie in 2009 hun baan verloor, tegen het einde van de ww-periode loopt en dus in de bijstand vervalt’, aldus Paas.

In 2013 wil het kabinet de nieuwe Wet werken naar vermogen in laten gaan, waarbij mensen aan de slag kunnen met behulp van loondispensatie. Mensen die niet in staat zijn een minimumloon te verdienen, krijgen van de werkgever een loon voor dat wat ze presteren. Vanuit de Wwnv wordt dat loon aangevuld tot een volwaardig inkomen. Tot op welk niveau er aangevuld wordt, is nog niet bekend.  ‘Divosa is een groot voorstander hiervan’, aldus Paas. ‘Maar ook hier moeten we, zeker in het eerste jaar, niet direct te hoge verwachtingen van hebben’. Staatssecretaris De Krom wil dat er met de Wwnv 100 duizend mensen aan de slag gaan, maar dat ziet Paas niet gebeuren. ‘Het is een goed instrument, maar daar mag je geen wonderen van verwachten.’

index


Gemeenten en Raad van State tegen koppelen taalbeheersing aan recht op bijstand
Mensen die de Nederlandse taal niet spreken, uitsluiten van het recht op bijstand is niet uitvoerbaar voor gemeenten. Toch is dat het plan dat de VVD en het kabinet willen invoeren per 1 januari 2013; beide met een eigen wetsvoorstel. Dergelijke regelgeving is echter strijdig met het gelijkheidsbeginsel, zo stellen de gemeenten. De Raad van State heeft hierover al in 2010 een advies uitgebracht.

Als mensen zich bij de gemeente melden voor een bijstandsuitkering, mag er geen onderscheid worden gemaakt tussen verschillende groepen mensen die allemaal legaal in Nederland verblijven. De Raad van State wijst op verschillende bepalingen die dit juridisch onmogelijk maken:

  • artikel 26 van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
  • artikel 14 en Protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
  • artikel 1 van de Grondwet

Bovendien is Raad van State van mening dat het paard achter de wagen wordt gespannen door de eis van taalbeheersing te koppelen aan het recht op een uitkering. De kans dat iemand zonder uitkering de taal gaat leren, is vrij klein.
Zonder de minimale middelen van bestaan zullen deze mensen vooral bezig zijn met het op een of andere manier voorzien in hun onderhoud. Beheersing van de Nederlandse taal en integratie in de Nederlandse samenleving zullen weinig aandacht krijgen.

Bestaande Wwb’ers
Voor degenen die al een bijstandsuitkering hebben, ligt het anders. Er zijn geen plannen om voor deze groep taalbeheersing te koppelen aan het recht op een bijstandsuitkering. Zij kunnen wel in het kader van hun begeleiding naar werk door de gemeente verplicht worden om een Nederlandse taalcursus te volgen.

index


Staatssecretaris De Krom stelt overgangsregeling WWIK vast
Staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de overgangsregeling vastgesteld voor kunstenaars die vóór 1 januari 2012 recht hadden op een uitkering op grond van de WWIK.  De overgangsregeling loopt van 1 januari 2012 tot 1 juli 2012. De regeling is in overleg met gemeenten vastgesteld.

Om tijdige en ordentelijke uitvoering mogelijk te maken is de regeling vandaag al in de Staatscourant gepubliceerd.

Vorige week is de conceptregeling voor advies verstuurd naar gemeenten die uitvoering gaven aan de per 1 januari afgeschafte Wet Werk en inkomen kunstenaars (WWIK).  Inhoudelijke opmerkingen van de centrumgemeenten zijn betrokken in de definitieve regeling. 

De WWIK uitkering was een aanvulling op het inkomen van kunstenaars. Volgens het kabinet past het niet dat voor kunstenaars andere regels gelden dan voor overige ondernemers of werknemers, Om die reden is deze aparte inkomensregeling per 1 januari afgeschaft. Kunstenaars met onvoldoende inkomsten kunnen vanaf die datum, net als mensen uit andere beroepsgroepen, een beroep doen op de Wet werk en bijstand.

Nadat het wetsvoorstel om de WWIK af te schaffen vorig jaar werd aangenomen in de Eerste en Tweede  Kamer diende een kort geding dat door FNV Kiem, de Beroepsvereniging Beeldende Kunstenaars en enkele individuele kunstenaars was aangespannen. De rechter oordeelde op 3 januari dat er een overgangsregeling moet komen voor kunstenaars die voor 1 januari een WWIK-beschikking ontvingen en hun rechten nog niet hebben verbruikt. In een eerdere reactie op het vonnis liet de staatssecretaris weten het niet eens te zijn met dit vonnis. Hij gaat dan ook tegen de uitspraak in beroep.

Voor de regeling: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/szw/documenten-en-publicaties/besluiten/2012/01/19/tijdelijke-wwik-regeling.html

Bron: Min. van SZW, 19 januari 2012

index


Pensioenleeftijd werknemers gestegen naar ruim 63 jaar
De gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gingen, is in 2011 opgelopen tot ruim 63 jaar. Steeds meer werknemers gaan op of na hun 65e met pensioen. Vorig jaar gingen ruim 75 duizend werknemers met pensioen.

Pensioenleeftijd in 2011 verder gestegen
Van 2000 tot en met 2006 was de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gingen steeds 61 jaar. Vanaf 2007 stijgt de pensioenleeftijd. Dit komt door de invoering van wetswijzigingen en regelgeving gericht op inperking van regelingen voor vervroegd pensioen in 2006. Hierdoor gaan steeds minder werknemers voor hun 60e met pensioen en neemt het aandeel dat tot het 65e levensjaar doorwerkt toe. In 2011 is de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers verder gestegen tot 63,1 jaar.

Steeds meer werknemers op of na hun 65e met pensioen
Het aandeel werknemers dat 65 jaar of ouder is op het moment van pensionering, is de laatste vijf jaar verdubbeld: van 15 procent in 2006 naar 30 procent in 2011. Tegelijkertijd is het aandeel dat bij pensionering jonger is dan 60 jaar fors afgenomen. In 2006 was 28 procent van de werknemers die stopten met werken jonger dan 60 jaar, tegen slechts 6 procent in 2011.

Pensioenleeftijd in bouw en openbaar bestuur het laagst
Werknemers in de bouwnijverheid en het openbaar bestuur gingen in 2011 met 62,2 jaar het vroegst met pensioen, gevolgd door werknemers in de zorg. Het hoogst was de gemiddelde pensioenleeftijd in de cultuur-, milieu- en overige dienstverlening en de landbouw en visserij.

Bron: CBS, 17 januari 2012

index


Kamp en De Krom duwen werklozen de armoede in
Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kondigde op 9 december maatregelen aan om het ziekteverzuim onder flexwerkers terug te dringen. De dag erna werd via de Volkskrant bekend dat dezelfde minister WW en bijstandsgerechtigden (vaker) een sanctie wil opleggen wanneer ze niet willen verhuizen voor een baan.

Deze twee maatregelen passen in de reeks van beleidsmaatregelen van deze minister en zijn staatssecretaris De Krom. Zij koersen vooral op  negatieve financiële prikkels voor uitkeringsgerechtigden. Die zouden moeten leiden tot grotere uitstroom naar werk. Voor dit beleid baseren de bewindspersonen zich op arbeidseconomisch onderzoek waaruit blijkt dat er een significant effect op de uitstroom is van een negatieve financiële prikkel. Dit soort onderzoek is gebaseerd op de bestaande praktijk van de uitvoering van de bijstand en andere regelingen. Met andere woorden: er zijn al uitgebreide mogelijkheden om bijstandscliënten sancties op te leggen. Het nieuwe voorstel van Kamp voor een reis- en verhuisplicht voor de bijstand (en WW) is niet meer dan een uitbreiding van het aantal redenen om een sanctie op te leggen. Verder zijn de gevonden effecten 'marginaal'. Dat betekent dat een sanctie voor sommige uitkeringsgerechtigden een duwtje in de goede richting is, maar voor veel anderen slechts neerkomt op een verslechtering van hun inkomen.

Statistische cijfers als uitgangspunt
Minister Kamp grijpt ook vaak terug op macrocijfers over de arbeidsmarkt. De minister noemt een aantal van een half miljoen mensen die zonder werk zitten maar wel kunnen werken, en hij vergelijkt dat met 100 duizend vacatures en 300 duizend Oost-Europeanen die in Nederland werken. Maar het is onwaarschijnlijk dat de 80 procent van de werkzoekenden 1 op 1 te 'matchen' is met de vacatures en de banen die nu door Oosteuropeanen worden bezet. Kamp kan wel de suggestie wekken dat die banen allemaal bezet kunnen worden door werklozen, maar dat is niet de reële werkelijkheid.
Daar komt nog bij dat er vaak nog een andere baan in het huishouden is. Bij ongeveer de helft van de WW-ers is sprake van een één persoonshuishouden. Bij de andere helft zijn er dus gezinsleden met potentiële bindingen met de huidige woonplaats/ regio, zoals partners met een baan en/of schoolgaande kinderen. In de bijstand geldt dit voor ongeveer een derde van de gevallen, al is er dan meestal geen sprake is van een werkende partner.

Flexwerk
Kamp gaat gemakshalve ook nog voorbij aan een ander aspect van de werkelijkheid. De uitstroom uit werkloosheid en inactiviteit naar werk komt voor 55 procent (bron: CBS) tot stand via flexwerk, met een tijdelijk karakter. Het is te zot voor woorden om van mensen te verwachten dat ze voor een tijdelijk en onzeker baantje gaan verhuizen. We zullen het dan nog maar niet eens hebben over de woningmarkt die volledig op slot zit. Al zou je willen, je krijgt geen ander huis.
Werklozen straffen voor omstandigheden die ze niet in de hand hebben leidt niet tot minder werkloosheid maar alleen maar tot meer armoede.

index


Nieuwe berekening bovenwettelijke WW-uitkering
Met ingang van dit jaar duurt de bovenwettelijke WW-uitkering minder lang. Het goede nieuws: de manier om dit te berekenen is makkelijker geworden.

Wie voor 1 januari 2012 recht had op deze uitkering houdt dezelfde rechten, wat ook geldt voor ambtenaren die voor het begin van dit jaar waren aangewezen als herplaatsingskandidaat en pas na de jaarwisseling werden of worden ontslagen.

Bovenwettelijke uitkering
Dan de medewerkers die voor het einde van 2011 zijn ontslagen. Hoe wordt de duur van hun bovenwettelijke uitkering berekend? Daarvoor is het nodig de leeftijd met de diensttijd van de ambtenaar te vermenigvuldigen.

Een voorbeeld. Een ambtenaar is 43 jaar oud als hij wordt ontslagen. Hij is dan reeds elf jaar in dienst. Gezien hij ouder is dan 21 geldt een percentage van 19,5 procent. Dit moet worden vermenigvuldigd met het percentage voor het aantal dienstjaren. De rekensom is dan als volgt: 19,5% plus 1,5% maal 11, wat dus 36% is. Daarna wordt deze 36% vermenigvuldigt met 11 jaar, wat betekent dat de ambtenaar recht heeft op de uitkering voor een duur van 3,96 jaar.

De bovenwettelijke uitkering duurt minimaal drie maanden. De maximale duur van een (bovenwettelijke) WW-uitkering is 38 maanden.

index


zzp'ers slecht verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid
Bijna 60 procent van de zelfstandigen zonder personeel (zzp) is deels of helemaal niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid vanwege de hoge kosten die de verzekering met zich meebrengt. Dat blijkt uit een onderzoek van Wijzer in geldzaken, een initiatief van het ministerie van Financiën om de consument te informeren over geldzaken.
Een derde van de ondernemers blijkt een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een WIA-verzekering te hebben afgesloten. Verder is er een grote groep zzp'ers die zegt terug te kunnen vallen op de partner. Een kwart denkt genoeg financiële reserves te hebben in geval van arbeidsongeschiktheid.

Het onderzoek is uitgevoerd onder 780 zzp'ers tussen de 18 en 64 jaar die minimaal 15 uur per week werkzaam zijn als zelfstandig ondernemer.

index


Iedereen gaat er op achteruit in 2012
Ondanks een lichte stijging van de bruto lonen gaat niemand er in 2012 netto op vooruit. Niet alleen de werkende Nederlanders voelen de crisis in hun portemonnee, ook bijstandsgerechtigden gaan er in 2012 op achteruit. Zelfs nog meer dan met Prinsjesdag werd verwacht. Dat blijkt uit de koopkrachtberekeningen van het Nibud, Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting.  Een koopkrachtdaling van 1% of 2% is dit jaar geen uitzondering.

Ouders ondanks aangepaste regel in de min
In tegenstelling tot eerdere beleidsplannen behouden ouders met 3 of meer kinderen recht op het kindgebonden budget. Zij zullen wel aanzienlijk minder krijgen dan in 2011. Voor een paar met 2 kinderen, beide werkend en een totaal inkomen van 60.000 euro, daalt de koopkracht met 29 euro per maand. Traditionele kostwinnersgezinnen met een bruto jaarinkomen van 35.000 euro en 2 kinderen, gaan er nog veel meer op achteruit. Zij moeten rekening houden met een koopkrachtdaling van zo’n 56 euro per maand. Als werkende ouders dit jaar gebruik maken van kinderopvang, kan hun koopkracht met ruim 150 euro per maand dalen.

Premie zorgverzekering hoger dan verwacht
Op Prinsjesdag werd verwacht dat de premie voor de basisverzekering zou stijgen met enkele euro’s per maand. Inmiddels blijkt de stijging echter sterker dan verwacht (een stijging van 6% t.o.v. 2011). Alle 18-plussers zullen deze stijging dus in hun portemonnee voelen. Naast het feit dat de premie zwaarder op het budget drukt, wordt er in het basispakket minder vergoed. Hierdoor zullen bepaalde zorgkosten voor eigen rekening komen. Het Nibud wil benadrukken dat het aanvragen van zorgtoeslag in veel gevallen noodzakelijk kan zijn.

Enorme inkomensdaling voor bijstandsgerechtigden met werkende gezinsleden
Alle bijstandsgerechtigden moeten dit jaar inleveren. We zien een koopkrachtdaling van 1,2 tot 2,5%. Daarnaast kunnen gezinsleden vanaf 2012 niet meer een individuele bijstandsuitkering aanvragen: de inkomsten van alle gezinsleden tellen mee. Zo heeft een moeder die met haar werkende volwassen zoon samenwoont, geen recht meer op een eigen bijstandsuitkering, maar is zij financieel afhankelijk van het inkomen van haar zoon. Afhankelijk van het inkomen van het kind is er helemaal geen recht meer op een bijstandsuitkering en kan het huishouden er meer dan 30% op achteruit gaan. Voor deze huishoudens is het van groot belang dat zij hun financiën zo goed mogelijk op orde hebben om deze inkomensterugval op te vangen. Ook adviseert het Nibud dat men alle tegemoetkomingen aanvraagt waar mogelijkerwijs recht op is, bijvoorbeeld via Berekenuwrecht.nl of via de eigen gemeente.

Doorwerken na 57 niet langer gestimuleerd
Werknemers tot 57 jaar hebben recht op arbeidskorting. Werknemers van 57 en ouder ontvingen tot dit jaar méér arbeidskorting dan 57-minners, om te stimuleren dat zij aan het werk blijven. Hoe hoger de leeftijd, hoe hoger de arbeidskorting. Deze regeling is dit jaar echter afgeschaft. Daarnaast neemt de doorwerkbonus aanzienlijk af in 2012. Deze heffingskorting is bedoeld om 62- t/m 64-jarigen te stimuleren te blijven werken. Voor een 63-jarige kunnen deze maatregelen een inkomensdaling van 108 euro per maand betekenen.

Voorbeeldberekeningen koopkracht Nibud
Zoals gebruikelijk heeft het Nibud voor 2012 de koopkrachtontwikkeling voor diverse type huishoudens op een rijtje gezet. Hieronder de berekening voor 8 huishoudtypen.
Naast deze acht voorbeeldhuishoudens heeft het Nibud voor honderd andere voorbeelden koopkrachtberekeningen gemaakt. Deze zijn te vinden op www.nibud.nl. Zelf uitrekenen hoe de koopkracht verandert kan met de Nibud Koopkrachtberekenaar op Nibud.nl/koopkrachtberekenaar en op OverGeld.nl van de Telegraaf. 
 
index


Minima-effectrapportage (MER)
Steeds meer mensen kampen met financiële problemen en het aantal mensen dat een beroep doet op de schuldhulpverlening stijgt. Inkomensondersteuning is noodzakelijk. Maar heeft het minimabeleid in uw gemeente wel het gewenste effect?

Koopkracht inzichtelijk
Met een minima-effectrapportage (MER) van het Nibud kunt u het minimabeleid in uw gemeente toetsen. In deze rapportage worden begrotingen opgesteld voor diverse huishoudtypen met een minimuminkomen. Bijvoorbeeld voor ouderen, eenoudergezinnen of grote gezinnen. Hierbij worden lokale uitgavenposten meegenomen, zoals de tarieven voor afvalstoffenheffing, internetabonnement, bibliotheekkosten en de gemiddelde prijzen van de lokale sportverenigingen.

Vanzelfsprekend worden alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen in de berekeningen betrokken. Zo ontstaat een duidelijk beeld van de bestedingsruimte (en daarmee de koopkracht) van de armste groepen in de gemeente, en het effect van landelijke en gemeentelijke maatregelen daarop. De verschillen tussen de door u gekozen huishoudtypen worden daarmee inzichtelijk gemaakt.

index


Bezuinigingseffecten getoetst
Ook wanneer een gemeente van plan is te bezuinigen op inkomensondersteunende voorzieningen, kan dit in de MER worden meegenomen. Zo kan de bestedingsruimte van minima vóór en na de bezuinigingen worden vergeleken. Hiermee wordt inzichtelijk welke huishoudtypen het hardst door de bezuinigingen worden getroffen en wat dit betekent voor hun maandbegroting. Deze resultaten kunnen worden gebruikt bij de onderbouwing van raadsvoorstellen.

Het Nibud geeft in het rapport een onafhankelijk advies over het afstemmen van het armoedebeleid in uw gemeente, en brengt een eventuele armoedeval in kaart. Door de rapportage regelmatig te actualiseren, kunt u het beleid jaarlijks toetsen en zo nodig bijstellen.

Voorkomen is beter...
Bezuinigen op de budgetten en voorzieningen voor de minima houdt ook een risico in. Huishoudens kunnen (verder) in de financiële problemen komen. Als problematische schulden ontstaan, zal de gemeente een schuldhulpverleningstraject moeten aanbieden. Uiteindelijk is iedereen slechter af: er is een extra huishouden met schulden en de gemeente draait op voor de kosten van de schuldhulpverlening.

Het is daarom beter om te investeren in vroegsignalering en preventie, zodat er helemaal geen schulden ontstaan. Hierbij kan worden gedacht aan extra aandacht voor de financiële zelfredzaamheid (liefst al bij de eerste aanmelding), cursussen of een effectieve formulierenbrigade die cliënten kan helpen bij het aanvragen van inkomensondersteunende regelingen.

Cliëntenraden
Cliëntenraden kunnen hun gemeenten adviseren gebruik te maken van dit aanbod. Dat levert zowel de gemeente als de cliëntenraad duidelijke informatie op waarmee beleid kan worden gemaakt en getoetst.

Nieuwe website biedt jongeren kijkje in wereld van armoede
In een poging jongeren bekend te maken met armoede in Nederland, lanceert Arme Kant van Nederland/EVA deze week nieuwe website. Op de site vinden jongeren informatie over wat armoede in Nederland betekent en wat mensen er zelf aan kunnen doen. De initiatiefnemers hopen dat jongeren de informatie ook zullen gebruiken voor het maken van werkstukken.

www.armekant-eva.nl/jongeren

index


Snelle inzet schulphulpverlening voorkomt huisuitzetting
Het aantal mensen dat wegens huurschuld uit huis moet worden gezet, daalt nog steeds. Corporaties en gemeenten starten bij huurachterstand met schuldhulpverlening. En dat levert resultaat op: huisuitzettingen en daarmee gepaard gaande kosten voor opvang etc. worden voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek van Aedes, de koepelorganisatie van woningcorporaties.

Corporaties kunnen in een vroeg stadium betalingsproblemen van huurders signaleren. Door nauwe samenwerking met (schuld)hulpverlening die wordt aangeboden door de gemeente, kan samen met de huurders naar een oplossing gezocht worden, voordat de problemen onbeheersbaar worden en niets anders rest dan huisuitzetting. Schuldenaren die in hun huis kunnen blijven wonen, kunnen sneller de draad oppakken en weer aan het werk gaan.

Uit de cijfers van Aedes blijkt dat het aantal uitzettingen door betalingsachterstand is gedaald van 5022 in 2009 naar 4616 in 2010.

Samenwerking tussen (schuld)hulpverleners is cruciaal voor een snelle en adequate oplossing van mensen met schulden. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol. Het is dan ook jammer dat het Rijk heeft besloten om € 20 miljoen te bezuinigen op de schuldhulpverlening. Te vrezen valt dat deze bezuiniging elders tot grote kosten gaat leiden. Denk daarbij aan maatschappelijke opvang van gezinnen met kinderen, toename van criminaliteit en verslavingsproblemen.

Ook uit eerdere onderzoeken is gebleken dat schuldhulpverlening loont. Gemeenten hebben medio 2011 onderzoek laten doen naar de kosten en baten van schuldhulpverlening. Ook daaruit bleek dat snelle schuldhulpverlening en samenwerking tussen gemeenten en andere organisaties goed werkt en veel maatschappelijke problemen (en kosten) voorkomt.

index


Voedselbanken noodzaak in Nederland
Voedselhulp is van alle tijden. In Nederland is dat altijd voornamelijk via kerkelijke organisaties gegaan. Na de jaren zestig ontstond het idee dat we hier zulke goede vangnetten hebben dat voedselhulp eigenlijk niet meer nodig was. Daarnaast is door de ontkerkelijking de invloed van de kerk veranderd. Door die twee veranderingen was de voedselhulp vrijwel uit Nederland verdwenen. Tien jaar geleden is er door verschillende mensen geconstateerd dat de vangnetten minder goed waren dan we dachten, en dat er wel degelijk mensen zijn die in heel pijnlijke situaties zitten. Ruim tien jaar na de opening van de eerste voedselbank zijn er verspreid over het hele land nu 130 'filialen'.
'Wij realiseren ons dat het beschikbaar stellen van een wekelijks voedselpakket symptoombestrijding is en geen oplossing', zegt een woordvoerder. 'Daarom kunnen mensen ook alleen via een professionele hulpverlener bij ons terechtkomen. In de gezinnen die wij zien moet breder gekeken worden naar de problemen die spelen, waar die vandaan komen en hoe ze opgelost kunnen worden. We verstrekken geen pakket zonder traject. Als voedselbank zijn we eigenlijk alleen een logistiek bedrijf. De hulpverlening laten we graag over aan de professionals.’

Vaak ontstaat behoefte aan hulp van de voedselbank plotseling. Er verandert onverwacht iets in de financiële situatie, waardoor inkomen en vaste lasten niet goed meer op elkaar afgestemd zijn. Mensen verliezen hun baan, moeten de hypotheek blijven betalen terwijl een uitkering nog niet geregeld is en er geen geld binnenkomt. Of een deel van het inkomen valt weg na een echtscheiding, een partner weigert alimentatie te betalen en alle vaste lasten tikken gewoon door. Er zijn zzp'ers zonder opdrachten, huiseigenaren die hun huis niet verkocht krijgen en uiteindelijk gedwongen zijn het met groot verlies van de hand te doen. Veel klanten van de voedselbank zitten in de schuldsanering en moeten rond zien te komen van een minimaal budget. Veel van de cliënten zitten in een sociale omgeving waar bij niemand ruimte is. Op een gegeven moment ben je dan uitgeleend. Mensen nodigen geen vrienden meer uit, want ze hebben niets aan te bieden. Op uitnodigingen gaan ze niet in, want dan moeten ze mensen ook terugvragen. Mensen krijgen gezondheidsproblemen, want goedkoop voedsel is vaak ongezond.

Stichting Voedselbanken Nederland bepaalt de inkomensgrens waar mensen onder moeten zitten om in aanmerking te komen voor een voedselpakket. Na aftrek van vaste lasten zijn dat de volgende bedragen per maand:
Eenpersoonshuishouden                      € 175
Meer volwassenen vanaf 18 jaar            €   60
Kinderen t/m 12 jaar                             €   25
Kinderen 13-18 jaar                               €   50

Het aantal voedselbanken in Nederland is de laatste jaren flink gegroeid en inmiddels is de recessie ook hier te voelen. Veel voedselbanken kampen met tekorten. De voedseltoevoer stagneert, terwijl het aantal klanten blijft stijgen. Dat heeft er het afgelopen jaar voor gezorgd dat voedselbanken soms noodgedwongen een week moesten sluiten omdat er onvoldoende voedsel beschikbaar was om een pakket van te vormen. Andere voedselbanken delen pakketten uit die bij lange na niet aan de schijf van vijf voldoen of hebben wachtlijsten ingesteld waar soms meer dan honderd mensen op staan.

De allerarmsten komen in problemen
Gedeeltelijk is de stijging in cliëntenaantallen te verklaren door de groeiende naamsbekendheid van de voedselbank en doordat de schaamte niet meer zo'n hoge drempel vormt als voorheen. Het tv-programma  ‘Effe geen cent te makken’ (2008), waarin de familie Froger cliënt werd bij een voedselbank, heeft daar een grote invloed op gehad. Een andere belangrijke oorzaak van de toegenomen vraag is de combinatie van een economische crisis met bezuinigingen die de armsten treffen. Landelijke maatregelen rond pgb's, kinderopvang of huurtoeslag kunnen gezinnen die het niet breed hebben financieel hard raken. Daarnaast houden bedrijven de efficiëntie van het productieproces beter in de gaten, waardoor er minder overproductie is. Voorraden kosten geld, en als de winst onder druk staat, wordt daar meer op gelet. Als bedrijven minder voorraden aanleggen, gebeurt het minder snel dat een product de houdbaarheidsdatum nadert en aan de voedselbank wordt geschonken. Bovendien zijn er handelaren op de markt die grote restpartijen opkopen. Van die opkopers krijgen producenten weinig geld, maar als ze het voedsel aan de voedselbank schenken, krijgen ze niets. De allerarmsten, die afhankelijk zijn van de wekelijkse boodschappen van de voedselbank, komen in de problemen als de tekorten van de voedselbanken toenemen.

Kabinet weigert Europese hulp
In juni 2011 trok de stichting Voedselbanken Nederland aan de bel. Er werd een brandbrief over de tekorten geschreven aan staatssecretaris Bleker, waarin de voedselbanken vroegen om gebruik te mogen maken van het voedsel dat de Europese Unie via het minstbedeeldenprogramma PEAD (Programme Européen d'Aide aux plus Démunis) aan alle lidstaten ter beschikking stelt. Bleker weigerde, want Nederland is van mening dat armoedebestrijding een nationale en geen Europese zaak is.

Dat PEAD-programma heeft een vrij bizarre ontstaansgeschiedenis.'In de jaren tachtig waren er gigantische overschotten ontstaan door het Europese landbouwbeleid. Er is toen besloten om die interventievoorraden, de boterbergen, melkplassen en graanschuren te verdelen onder de armen. Nederland heeft om principiële redenen nooit gebruikgemaakt van het minstbedeeldenprogramma. Kwalitatief en kwantitatief is het EU-voedsel precies wat cliënten van de voedselbank nodig hebben uit. Het gaat om granen, rijst, zuivel: precies die producten waar de voedselbanken een tekort aan hebben.

De Europese interventievoorraden zijn de laatste jaren echter enorm afgenomen en het PEAD-budget van vijfhonderd miljoen euro wordt inmiddels grotendeels gebruikt om voedsel in te kopen op de Europese markt om aan de vraag van voedselbanken te voldoen. Eerder dit jaar heeft het Europese Hof dit verboden. Landbouwbudget wordt nu gebruikt voor armoedebestrijding, een sociale zaak, en dat mag niet. Door die beslissing werd het budget van het PEAD-programma per 1 januari 2012 teruggebracht van vijfhonderd naar 113 miljoen euro, en zal het later helemaal verdwijnen.
Inmiddels krijgen achttien miljoen Europeanen voedsel via het PEAD-programma, en die mensen komen in de problemen als de Europese voedselhulp stopt. Ondanks protest van Nederland zal er een overgangsregeling komen die de armste landen de mogelijkheid geeft zich in te stellen op de nieuwe situatie.

'Ik kom nog altijd mensen tegen die beweren dat voedselbanken onzin zijn, dat er in Nederland geen armoede is. Dan vraag ik: "Denkt u dat, of weet u dat zeker?’

Er zit een spanning in de verhouding tussen voedselbanken en de overheid. Voedselbanken vangen diegenen op die door de mazen van de reguliere sociale vangnetten glippen. Moet de overheid dan de voedselbank opvangen als die het niet dreigt te redden? Dat betekent niet alleen toegeven dat het sociale vangnet niet altijd even goed functioneert, maar het kan ook niet meer zijn dan een doekje voor het bloeden: symptoombestrijding. Het staat een werkelijke oplossing in de weg. Maar dat de overheid weinig mogelijkheden heeft om de voedselbanken te ondersteunen verandert niets aan het probleem. Voedselbanken kampen nu al met tekorten, en er wordt verwacht dat het aantal cliënten binnen enkele jaren kan verdubbelen als gevolg van economisch zwaar weer en bezuinigingsmaatregelen.

index


Bijzondere aandacht voor werkende armen in Amsterdam
In het kader van het Actief Armoedebeleid wil het college bijzondere aandacht geven aan de groep werkende armen. In het Programakkoord is vastgelegd dat voor kwetsbare groepen zoals werkende armen, ZZP-ers en kleine ondernemers de regelingen voor inkomensondersteuning worden verbeterd.

Het aantal werkende armen in de stad groeit. Uit de armoedemonitor 2010 blijkt dat het aantal werkende armen in loondienst drie jaar op rij is gestegen. Tegelijkertijd zet ons college in op de uitstroom uit de uitkering via werk. Om tevens uit de armoede te komen is werk weliswaar de beste weg maar vraagt het in sommige gevallen nog een aanvullende inzet om daadwerkelijk boven de armoedegrens van 110% van het Wettelijk Sociaal minimum (WSM) te komen.
Het college heeft hiervoor incidenteel € 3 miljoen gereserveerd. In 2011 is geïnvesteerd in de nodige voorbereiding. Er is een nieuwe ondersteunende infrastructuur voor ondernemers ontwikkeld die in 2012 van start gaat en die deels ten dienste staat van ondernemers met een minimuminkomen. Ook is het mogelijk gemaakt dat kleine zelfstandigen die tot de minima behoren kwijtschelding van de gemeentebelasting kunnen krijgen.

Om de financiële middelen voor werkende armen zo effectief mogelijk in te kunnen zetten en om aan te kunnen sluiten bij de vraag van werkende armen, wilden we, alvorens nieuwe regelingen te ontwikkelen, eerst meer inzicht hebben in de specifieke situatie van werkende armen. Om die reden heeft ons college een onderzoek laten uitvoeren door de Erasmus Universiteit in samenwerking met de gemeentelijke Dienst Onderzoek en Statistiek. Het onderzoek heeft langer geduurd dan verwacht omdat het voor de onderzoekers moeilijker was dan verwacht om in contact te komen met de doelgroep.

Meer informatie over werkende armen is ook opgenomen in het verdiepingsonderzoek van de Dienst Onderzoek en Statistiek naar de Amsterdamse Armoedemonitor.
Op basis van voorlopige resultaten van beide onderzoeken zijn in het Meerjarenbeleidsplan Inkomen en Armoede 2012-2015 enkele richtingen gepresenteerd voor beleid en maatregelen ten aanzien van werkende armen.

In deze notitie *) zetten we de hoofdlijnen van bovengenoemde documenten op een rij . De belangrijkste conclusie is dat werken op een minimum zich vooral voordoet bij zelfstandigen, parttimers en eenverdieners. Naast een groep die bewust kiest voor dit bestaan, is het voor degenen die min of meer noodgedwongen op het minimum leeft meestal het gevolg van een combinatie van factoren. Daarbij zijn gezondheid, zorg voor anderen en een verkeerde of te lage opleiding meest bepalend.
In deze notitie doen we voorstellen voor beleid die zich richten op deze drie groepen werkende armen. Daarbij gaat het bij zelfstandigen om het versterken van de ondernemersvaardigheden, ervaring en netwerken. Bij parttimers gaat het erom meer werk, beter werk en is het zaak om na uitstroom uit de uitkering ondersteuning te blijven krijgen om te voorkomen dat men terugvalt. Voor huishoudens met eenverdieners is het meestal een directe stap uit de armoede als ook de niet-werkende partner gaat werken. Daar zetten we het reguliere NUG-aanbod op in.
Een nader uitvoeringsplan volgt evenals een uitgewerkt voorstel voor de resterende middelen van in totaal € 2,5 miljoen voor de ondersteuning van werkende armen.

*) klik hier voor de notitie

index


Amsterdamse minima kunnen geld lenen voor opleidingen
De gemeente Amsterdam gaat kleine studieleningen verstrekken aan minima voor korte beroepsopleidingen in onder meer de zorg en horeca. Dit jaar is er geld voor 250 mensen, die tegen 5 procent bij de Gemeentelijke Kredietbank maximaal 1.600 euro kunnen lenen. Alleen mensen op of net boven het sociaal minimum komen voor de lening in aanmerking. Voor alleenstaanden is dat 1.000 euro bruto per maand, voor gezinnen 1.600 euro. De regeling gaat in april in.

'We gaan niet uitdelen, het gaat nadrukkelijk om een lening', zegt wethouder Freek Ossel (PvdA) van Armoedebeleid. Maar het geleende geld hoeft niet in alle gevallen helemaal te worden terugbetaald als de opleiding met succes is voltooid. 'Wie voor een gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt,
gaan we aan de hand van de praktijk bepalen.'

De Kredietbank beoordeelt of de aanvrager geschikt is. Het is iets nieuws. Volgens Ossel bestaat deze vorm van een sociaal leenstelsel niet in Nederland. Amsterdam gaat het uitproberen.

Als voorbeeld van mensen die in aanmerking kunnen komen voor een lening, noemt Ossel werknemers in de zorg, de horeca en de portiersdienstverlening die hogerop willen. Of iemand die in de schoonmaak werkt, voorman wil worden, maar de cursus niet kan betalen. Of een vrouw die in de kinderopvang heeft gewerkt, kinderen heeft gekregen, is gestopt met werken, gescheiden, en weer aan de slag wil. Voor de kinderopvang zijn tegenwoordig meer vaardigheden nodig.
De gemeente laat het de mensen zelf bepalen. Ossel: 'Zij moeten met hun plannen komen. We dringen niks op, we gaan er ook niet iets bureaucratisch van maken.'

index


Cursus 'Rondkomen met inkomen' en lessen gezonde en goedkope voeding
In Sittard krijgen mensen die in de schuldhulpverlening belanden verplicht les in gezonde voeding. Want voor hen zit de welvaartssamenleving vol gevaren. De les over gezonde en goedkope voeding is onderdeel van de cursus 'Rondkomen met inkomen' en wordt gegeven in het Participatiehuis. In ruil voor schuldsanering wil de Kredietbank Limburg dat ze de cursus volgen. 'We willen vooruitkijken. Straks zijn deze mensen hun schuld kwijt. Dan willen we graag dat ze iets weerbaarder zijn', aldus een woordvoerder van de Kredietbank.

Voor mensen met een laag inkomen zit een welvarende samenleving vol gevaren. De Wehkamp, een mooie mobiele telefoon voor een schijnbaar luttel bedrag per maand, colporteurs die een nóg lagere energierekening beloven. Maar ook de supermarkt met zijn overvloedige aanbod aan vet, zoet, zout, gemakkelijk en te duur voedsel.
Het verschil in gezondheid tussen lager en hoger opgeleiden neemt nog altijd toe, constateerde de Raad voor Volksgezondheid en Zorg onlangs. Zo krijgen lager opgeleide vrouwen gemiddeld rond hun 52ste gezondheidsklachten, hoger opgeleide vrouwen rond hun 72ste. Tien jaar geleden was het verschil nog zestien jaar. Het is de prijs van roken, ongezonde voeding en te weinig beweging.

Er zijn diverse vooroordelen over gezonde voeding. Gezonde voeding zou niet lekker zijn, duur en ingewikkeld om klaar te maken. Om deze vooroordelen te ontkrachten krijgen de cursisten een gezond dagmenu gepresenteerd. Vijf tot zeven sneetjes bruin brood, dun belegd met kaas of vleeswaren, een maaltijd van aardappelen, sperziebonen en een braadworst, plus een appel en een peer. Totale kosten: 2,50 euro per persoon.
De meeste mensen weten globaal wel wat goed is. Ze hebben alleen heel weinig inzicht in hun voedingspatroon. Het is ook een kwestie van gewoonte. Wat heb je van huis uit meegekregen? Aan de onderkant van de samenleving wordt niet zo moeilijk gedaan over het gezinspak chips of de roomsoes. In de middenklasse wordt vet eten veel meer als een zonde gezien. En wie zichzelf de discipline oplegt om minder vet en ongezond te eten, gaat het op den duur ook minder lekker vinden. Tot op zekere hoogte: de obesitas onder hoger opgeleiden is de afgelopen jaren ook toegenomen. Bovendien drinken hoger opgeleiden meer.

index


Sittard-Geleen gaat door met voorkomen huisuitzettingen
De gemeente Sittard-Geleen gaat zo veel mogelijk samenwerken met ketenpartners om huisuitzettingen nog meer te voorkomen. "Om in de toekomst een succesvol en betaalbaar sociaal beleid te kunnen blijven voeren."

Hiervoor worden onder meer structurele afspraken gemaakt met woningcorporaties, Partners in Welzijn, de Kredietbank Limburg, het Veiligheidshuis en de gemeente Sittard-Geleen. “Om in de toekomst een succesvol en betaalbaar sociaal beleid te kunnen blijven voeren maken we nu met alle ketenpartners afspraken om te voorkomen dat mensen in uitzichtloze situaties belanden, aldus wethouder Berry van Rijswijk (o.a. sociaal beleid).

Huisuitzettingen zijn meestal een gevolg van hoog opgelopen huurschulden, woningvervuiling en overlast. Vroegtijdige probleemsignalering met daaraan gekoppeld een hulpverleningsaanbod kan in veel gevallen huisuitzettingen voorkomen. Woningstichtingen hebben hierin primair een eigen verantwoordelijkheid. Gezien de grote maatschappelijke impact van huisuitzettingen zijn er samenwerkingsafspraken tussen verschillende ketenpartners gemaakt.

Dit gebeurde sinds 2009 in het kader van de pilot Voorkoming Huisuitzetting al op kleinere schaal en wordt dus nu structureel vastgelegd in samenwerkingsafspraken tussen de partijen. Op deze manier wordt het proces beter ingericht waardoor aan het voorkomen van huisuitzettingen een structureel karakter wordt gegeven. Wethouder Berry van Rijswijk: “Deze integrale ketensamenwerking is ook hard nodig om de bijkomende gevolgen van de landelijke kabinetsmaatregelen ten aanzien van onder meer de WWB de komende tijd zo goed mogelijk op te vangen. Schrijnende gevallen worden op die manier snel gesignaleerd waardoor gedwongen huisuitzettingen zo veel mogelijk worden beperkt.”

In Sittard-Geleen vertoont het aantal huisuitzettingen de laatste jaren een dalende trend. In 2010 kwam het 52 keer voor dat een huurder gedwongen uit huis werd gezet. Een daling van 12% ten opzichte van 2009. Deze daling is mede te verklaren door de pilot voorkomen huisuitzettingen die vanaf nu dus een structureel karakter krijgt in Sittard-Geleen. Het project heeft geen betrekking op sluiting van panden in het kader van drugshandel (bevoegdheid burgemeester op grond van13b Opiumwet) en de uitvoering van de Wet tijdelijk Huisverbod, waarbij de overtreder tijdelijk de woning moet verlaten.

index


Maastricht start sportfonds voor kinderen
De gemeente Maastricht wil kinderen met een laag inkomen stimuleren te gaan sporten. Zij komen daarom in aanmerking voor een bijdrage van maximaal 225 euro per jaar.

Ook de Rabobank doet een bijdrage. Het budget kunnen de jongeren besteden aan de contributie voor een vereniging of de aanschaf van sportmateriaal. Aanvragen worden behandeld door de zogeheten Junior Kamer Maastricht. Het geld gaat naar kinderen uit gezinnen die leven met een inkomen van maximaal 110 procent van de bijstandsnorm.

Het budget gaat of rechtstreeks naar de sportvereniging van de kinderen en jongeren. Sportartikelen kunnen op rekening worden gekocht. De gemeente legt jaarlijks 15.000 euro in. De bank betaalt de rest van de in totaal 30.545 euro die beschikbaar is. De huidige declaratieregeling wordt overigens wel versoberd van 50 naar 35 euro.

index


Minister Kamp zoekt achterdeur voor aanpassing ontslagrecht
Ze zeggen dat het de schuld van de PVV is dat Henk Kamp iets merkwaardigs wil doen. Kamp wil het mogelijk maken dat werkgevers hun personeel jarenlang op tijdelijke contracten aan het lijntje kunnen houden. Nu ligt de grens nog op drie maal achtereen een jaarcontract. Als het aan Kamp ligt, mogen werkgevers straks iemand een contract aanbieden voor een periode van bijvoorbeeld vijf jaar, of zeven jaar.

Het is zijn antwoord op het ellendige feit dat het duur en lastig is vaste krachten te ontslaan. Haal dan de bezem door het ontslagrecht, zou je zeggen. Maar dat mag niet van de PVV. Dus moet Henk Kamp zijn toevlucht zoeken tot gefröbel in de marge. Hij probeerde te doen alsof het best een goed plan is, want hartstikke modern, helemaal van nu, en de baan voor het leven bestaat toch niet meer.

Allemaal onzin. Hier wint niemand bij. Werknemers niet. Het betekent meer en langdurigere onzekerheid. Ze kunnen een hypotheek op hun buik schrijven. En ze moeten enorm op hun qui-vive zijn of ze wel dezelfde extraatjes krijgen als collega's met een vast contract (tijdelijke werkers worden hierin geregeld genaaid, hoewel dat verboden is). Tussentijds opzeggen kan alleen als dat schriftelijk is vastgelegd, anders loop je het risico op een boete.

Ook werkgevers hebben er weinig aan. Zij willen snel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Daar helpt een vijfjaarscontract niks aan - zo'n contract tussentijds proberen te verbreken als de omstandigheden daarom vragen, is de hel.

De baan voor het leven bestaat natuurlijk gewoon nog, voor een bevoorrechte groep die zich prettig beschermd weet door het verouderde arbeidsrecht, dat geheel is toegesneden op deze groep: pensioentje, dertiende maand, vakantiegeld, spaarregelingetjes, belastingvrije fiets. Daarbuiten staat de rest, de outsiders, de mensen zonder vast werk, zonder pensioenopbouw, niet in staat geld te lenen voor een huis. Relatief vaak zijn ze niet-blank, niet-man en/of onder de 40.

Vorig jaar hoopte Henk Kamp nog dat de problemen op de arbeidsmarkt 'vanzelf' over zouden gaan. Want vergrijzing, bazen zullen vechten om die ene schaarse kracht. Dat gaat ongetwijfeld ooit gebeuren, maar de weg erheen ligt bezaaid met hobbels - zoals recessies waarin de starheid van de arbeidsmarkt genadeloos aan het licht komt.

index


Mag gemeente rekening houden met inkomen bij Wmo-voorzieningen?
Een gemeente mag op basis van art. 15-18 van de Wmo een eigen bijdrage vragen voor een voorziening. Maar mag een gemeente ook een voorziening weigeren op grond van het inkomen van de aanvrager?
Een recente uitspraak van de Centrale Raad leek duidelijkheid te scheppen, maar bij nadere beschouwing geeft de uitspraak nog onvoldoende uitsluitsel.

'Het college van burgemeester en wethouders houdt bij het bepalen van voorzieningen rekening (...) met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.' Aldus artikel 4, lid 2 van de Wmo. Sinds het ontstaan van de Wmo bestaat verschil van mening over de interpretatie.

Jurisprudentie
Het wachten is op  een uitspraak waarin de Centrale Raad expliciet ingaat op de situatie dat een gemeente een Wmo-voorziening weigert met de onderbouwing dat de aanvrager zelf in staat is de voorziening te organiseren en te betalen. Tot die tijd zullen gemeenten op basis van bestaande jurisprudentie een keuze moeten maken.

De VNG gaat binnenkort in een ledenbrief  uitgebreid in op de kwestie. Daarbij bespreken we uiteraard de relevante jurisprudentie.

Meer informatie
Hieronder de link naar de uitspraak van de Centrale Raad. De uitspraak gaat over het heffen van een besparingsbijdrage voor een scootmobiel door de gemeente Edam-Volendam.
Uitspraak Centrale Raad LJN: BU7263, 09/5990 WMO

index


 

Aanmelden
Alleen toegankelijk voor mensen met een abonnement, wilt u ook een abonnement meld u aan.

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Onthoud mij

Zoeken
Zoekopdracht
Zoek