Nieuwsbrief Sociale Zekerheid
Nr 11/02 20 januari 2011 
Colofon
De Nieuwsbrief Sociale Zekerheid is een uitgave van de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA) en het Landelijk overleg cliëntenraden Sociale Zekerheid (LocSZ).
Deze nieuwsbrief werd in opdracht van LVA en LocSZ samengesteld door
Catrinus Egas, bureau AanZ www.aanz.org
Dit is de laatste gratis nieuwsbrief. Vanaf 1 februari zijn de nieuwsbrief en het intranet alleen nog beschikbaar op basis van een abonnement.
Abonnementsprijzen per jaar:
- Individuele cliënten: € 60,=
- Professionals: € 120,=
- Cliëntenraden € 360,=
- Wij kunnen ook abonnementen op maat aanbieden
Voor meer informatie: klik hier
In deze nieuwsbrief de volgende onderwerpen:
Oproepen en aankondigingen
WWB:
Ouderen en AOW:
Sociale zekerheid algemeen:
Sociale zekerheid in de keten:
Uit de praktijk:
Koopkracht en armoede:
Reïntegratie en arbeidsmarkt:
Participatie:
Wmo:
Zorg:
Diversen:
Voor de printversie van de nieuwsbrief klik hier
Om de nieuwsbrief te openen moet je wel beschikken over AcrobatReader van Adobe.
klik op het logo om dit programma gratis te downloaden

Conferentie Sociale zekerheid en arbeidsmarktontwikkelingen
4 februari te Nieuwegein
De sociale zekerheid in Nederland gaat naar verwachting weer grondig op de schop. De aanleiding daartoe wordt niet alleen gevonden in de huidige crisis en de noodzakelijke bezuinigingen, maar minstens zozeer in de veranderde arbeidsmarkt enerzijds en de noodzaak tot een meer samenhangende benadering van groepen die moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt.
De manier waarop mensen vorm geven aan hun werkzame leven verandert snel. Instituties en regelingen moeten daar beter op inspelen. Het vaste contract wordt steeds minder de norm. Het vaste contract zelf is ook veranderd: na gemiddeld vijf jaar verandert iemand van werk of werkgever en de inhoud van het werk verandert in die vijf jaar ook nog eens regelmatig. Een veelkleurig palet van arbeidsrelaties is ontstaan, variërend van deeltijders in alle soorten en maten, uitzendkrachten, gedetacheerde werknemers tot zelfstandigen zonder personeel.
De, naar schatting, een miljoen zelfstandigen verblijven in een soort niemandsland als het om sociale bescherming gaat. Het vaste arbeidscontract garandeert allerminst werkzekerheid. Wie op een vast contract vertrouwt en zich niet ontwikkelt, komt bedrogen uit. Dat zien we vooral bij oudere vaste werknemers die recent op straat zijn komen te staan en die zich al langere tijd niet verder ontwikkeld hebben. Deze ontwikkelingen vragen om een radicale vernieuwing van de arbeidsverhoudingen.
Deze ontwikkelingen vragen om een radicale vernieuwing van de arbeidsverhoudingen. We staan op een punt, waarop cruciale vragen elkaar raken:
- Kiezen we voor verdere verzelfstandiging van alle werkenden en is het de vraag of en hoe zij daarin moeten worden ondersteund, of handhaven we de schijnzekerheid en bevoogding van de huidige arbeidscontracten?
- Kiezen we voor een arbeidsmarkt die ook plaats inruimt voor mensen met beperkingen of kiezen we voor het handhaven van het uitsluiten van deze groepen?
Het gaat om ingrijpende veranderingen met zeer verstrekkende gevolgen, niet in de laatste plaats voor de cliënten in de sociale zekerheid zelf. Om die reden willen cliëntenorganisaties en cliëntenraden zich oriënteren op deze ontwikkelingen en zich daarover een mening vormen. Op basis daarvan kunnen zij zich vervolgens mengen in het politieke en maatschappelijke debat en kunnen zij landelijke en lokale overheden adviseren vanuit cliëntenperspectief.
Op 4 februari wordt in Nieuwegein over dit onderwerp een conferentie gehouden met medewerking van tal van experts.
Voor meer informatie:klik hier
Voor aanmelding: klik hier
index
Aanmelden kandidaten Cliënt in Beeld-Prijs kan nog tot 31 januari
Jaarlijks reikt de Landelijke Cliëntenraad tijdens haar congres over cliëntenparticipatie de Cliënt in Beeld-Prijs uit aan een persoon of personen, organisatie of orgaan die een bijzondere bijdrage heeft of hebben geleverd aan het bevorderen van, verder vormgeven van, verbeteren kwaliteit van cliëntenparticipatie op het terrein van de sociale zekerheid. Een vereiste is dat de inzending een voorbeeldfunctie heeft als het om cliëntenparticipatie gaat.
Het thema van de Cliënt in Beeld-Prijs 2011: doeltreffende cliëntenparticipatie
Cliënt in Beeld-Prijs 2011: wie is er doeltreffend geweest?
- Is het gelukt om het beleid op het werkplein aan te passen door de inbreng van de cliëntenraad?
- Heeft iemand het voortouw genomen om via de cliëntenraad informatiebrochures te verspreiden?
- Is dankzij de inbreng van cliënten wat veranderd in de dienstverlening?
- Welke toetsbare successen zijn er door de initiatieven behaald?
Meer informatie en aanmelding: www.landelijkeclientenraad.nl
index
Werkconferentie schuldhulpverlening
Het verschil maken we samen!
VONK Amsterdam nodigt u uit, als professional, klant, vrijwilliger of bedrijf.
Succesvolle schuldhulpverlening draagt bij aan de armoedebestrijding in Amsterdam. We willen allemaal dat meer klanten het traject van schuldhulpverlening succesvol doorlopen.
En dat doel kunnen we alleen gezamenlijk bereiken!
Diverse betrokkenen schetsen vanuit de praktijk hun perspectief. Samen formuleren we concrete aanbevelingen voor de toekomst.
Donderdag 3 februari 2011
14.00 - 17.00 uur
Hoofdkantoor Delta Lloyd, Amstelplein 15, Amsterdam
Sprekers
- Niek Hoek, CEO, Delta Lloyd
- Freek Ossel, wethouder werk, inkomen en diversiteit gemeente Amsterdam
- Tanja van Emmerik, projectcoordinator, VONK Amsterdam
Aanmelden: http://www.vonkamsterdam.nl/vonkform/fm_form.php
Er zijn geen kosten verbonden voor deelname aan deze conferentie.
In januari ontvangt u het volledige programma en een routebeschrijving.
Kijk voor meer informatie op www.vonkamsterdam.nl
Of bel: 020-4650370
Deze werkconferentie wordt mede mogelijk gemaakt door Delta Lloyd en DWI.
index
Symposium werkgevers en Wajongers
Stichting GWB nodigt u graag uit voor het GWB-symposium werkgevers en Wajongers.
Dit symposium wordt gehouden op donderdag 24 februari 2011 te Elst (GLD).
In de bijlage leest u wat deze middag u te bieden heeft: interessante onderzoeken en praktijkvoorbeelden van hoe werkgevers en talentvolle jongeren een klik maken.
Aanmelden:
Werkgevers, gemeenten, UWV en cliëntorganisaties hebben zich reeds aangemeld. Doet u ook mee?
U kunt zich aanmelden tot 10 februari 2011 via www.stichtinggwb.nl
Meer informatie vindt u op de flyer. klik hier
index
Vrouw@work
Carrière Event 11, 12 en 13 maart
Groots opgezette carrièrebeurs voor alle vrouwen, maar met speciale aandacht voor die vrouwen, die om allerlei redenen belemmeringen ervaren met het vinden van een baan.
Dus: naar een carrière voor arbeidsgehandicapte en allochtone vrouwen in Friesland
Klik hier voor meer informatie
index
Meldpunt Van vast naar flex
Vaste baan kwijt, als flexkracht terug?
Flexwerk: Dit fenomeen rukt op in Nederland en wereldwijd. De FNV ziet een verschuiving van vast werk naar allerlei vormen van flexwerk.
Er is niks mis met flexarbeid. Als je daar als werknemer zelf voor kiest omdat het je meer vrijheid biedt in werktijden. Als je gewoon goed betaald krijgt en voldoende perspectief hebt.
Maar de FNV krijgt signalen dat er op grote schaal mensen met een vaste baan
ontslagen worden, die niet lang daarna in hetzelfde bedrijf terugkeren, maar dan als flexkracht. Deze flexwerkers doen vaak hetzelfde werk als ze vroeger deden. Sterker nog, het komt ook voor dat jij moet vertrekken en andere flexwerkers jouw werk gaan doen.
De FNV wil die trend keren. Werknemers hebben recht op gewoon goed werk en op financiële zekerheid op langere termijn. Dat geeft rust, en stress is erg ongezond. De FNV vindt: bij structureel werk hoort een vaste baan.
Om deze ontwikkelingen tegen te gaan, wil de FNV eerst feiten verzamelen. Heb je
soortgelijke ervaringen of signaleer je dergelijke situaties in je bedrijf of
organisatie? Laat het ons weten. Je informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Naar het meldpunt: http://www.fnv.nl/publiek/themas/arbeidsvoorwaarden/Meldpunt-flex/
index
Inventarisatie gemeentelijke bezuinigingen 2011 die van invloed zijn op de minima
De komende jaren zullen gemeenten flink gaan bezuinigen op hun uitgaven. Daarbij worden keuzes gemaakt. De vraag is of de bezuinigingen ook ten koste gaan van het minimabeleid, minimaregelingen of zaken waar juist minima van profiteren. Kortom, hoe en in welke mate worden minima getroffen door de gemeentelijke bezuinigingen?
Met uw medewerking kunnen wij een overzicht samenstellen. Daarmee kunnen we een algemene trend aangeven, maar ook verschillen tussen gemeenten. Wellicht zijn er gemeenten die de duidelijke keuze maken om minima te ontzien of die daar juist meer op investeren. Mogelijk geeft het ook een kijkje op creatieve oplossingen van gemeenten.
Met deze informatie kunnen lokale organisaties en cliëntenraden aan de slag maar kan ook bij de landelijke politiek een lans worden gebroken voor de belangen van minima.
U kunt hier aan bijdragen door de vragen in te vullen en dit formulier naar ons toe te sturen.
Tot nu toe hebben we reacties uit 30 gemeenten ontvangen. Voor deze tussenstand klik hier
Wij zien aanvullingen vanuit uw gemeente tegemoet.
Klik hier voor de vragenlijst
index
Gemeenten versoepelen bijstand ggz-cliënten
Steeds meer gemeenten versoepelen de bijzondere bijstand voor cliënten van de ggz, die leven van of onder het bestaansminimum. In totaal zijn er nu 91 gemeenten die de bezuinigingen van het Rijk voor deze groep inwoners willen opvangen. Cliënten van de ggz hebben te maken met een verhoging van het eigen risico. Verder moeten zij een eigen bijdrage betalen voor begeleiding vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Collectieve ziektekostenverzekering
De gemeenten leveren op verschillende manieren een bijdrage aan het inkomen van de groep die het psychisch moeilijk heeft. Tien gemeenten compenseren de bezuinigingen met een collectieve ziektekostenverzekering voor minima, wat via verschillende verzekeraars is geregeld. Amsterdam en Den Haag hebben hun eigen fonds om het inkomen aan te vullen.
Utrecht en Groningen hebben een eigen aanbod voor dagbesteding; andere gemeenten betalen de eigen bijdrage voor minima rechtstreeks aan het Centraal Administratie Kantoor, dat de eigen bijdragen incasseert voor de AWBZ en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Volgens het Landelijk Platform GGz, die het lokale bestuur om de hulp heeft gevraagd, zal het aantal helpende gemeenten verder groeien. Na een brief van het platform zijn al 125 ontvangstbevestigingen op de mat gevallen.
Geen taak gemeenten
Tot nog toe reageerden negentien gemeenten afwijzend. Zij zien het niet als hun taak de compensatie te bieden of vinden dat de hulp al voldoende is geregeld. Daarnaast zijn ook de gemeentelijke bezuinigingen een reden om geen financiële bijdrage te leveren. Volgens het platform ontvangen in Nederland 66.700 mensen tussen de 18 en 65 jaar begeleiding vanuit de AWBZ.
index
Minister Kamp lanceert website voor eenvoudig inzicht in pensioen en AOW
Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vandaag de website www.mijnpensioenoverzicht.nl officieel in gebruik genomen. Deze website biedt voor het eerst een helder en eenvoudig totaaloverzicht van aanvullend pensioen dat via het werk is opgebouwd én van AOW. Ook kan men raadplegen hoeveel nabestaandenpensioen er is na overlijden.
Bezoekers van de website moeten inloggen met hun DigiD. De functie van de website is puur informatief: bezoekers weten met één druk op de knop hoe ze er voor staan. Mijnpensioenoverzicht.nl is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Stichting Pensioenregister, waarin pensioenfondsen, pensioenverzekeraars en de Sociale Verzekeringsbank zijn vertegenwoordigd. De informatie die de bezoekers voorgeschoteld krijgen, komt uit de systemen van de betreffende pensioenuitvoerders (pensioenfondsen en –verzekeraars). De pensioenuitvoerders zijn dus verantwoordelijk voor de inhoud van de aangeleverde informatie.
Minister Kamp noemde bij de lancering van de website het werk van de betrokken organisaties een prestatie van formaat. Hij sprak de verwachting uit dat hiermee een grote bijdrage wordt geleverd aan het pensioenbewustzijn van Nederlanders.
index
Kabinetsplannen één regeling WWB, WIJ, Wajong en WSW
Het kabinet wil de WWB, de WIJ, de Wajong en de WSW in één regeling onderbrengen. Deze regeling moet op 1 januari 2012 ingaan. Eind januari komt het kabinet met meer uitgewerkte plannen, maar de contouren daarvan zijn al bekend.
Wetsvoorstel Werken naar Vermogen
- Volgens die wet zijn gemeenten met ingang van 1 januari 2012 verantwoordelijk voor arbeidsgehandicapte jongeren met vermogen tot verrichten van arbeid
- Ook komt er een nieuw instrument loondispensatie, waarbij het loon wordt aangevuld tot maximaal 100% van het wettelijk minimumloon (WML).
- Verder worden de schotten tussen de budgetten van WWB/WIJ, Werken naar Vermogen (Wajong) en WSW weggehaald.
- De reïntegratiedienstverlening voor deze verschillende doelgroepen kan dan uit één budget worden betaald en komt volledig onder regie van de gemeente.
Eén regeling maar ook aparte regelingen blijven bestaan
- De Wajong blijft bestaan voor het zittend bestand en voor nieuwe gevallen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikten worden verklaard. Deze groepen blijven onder het UWV vallen met het daarbij behorende budget. Dat budgettaire schot wordt dus niet weggehaald.
- Er blijven aparte indicaties en instrumenten voor deelgroepen:
- Een indicatie voor mensen die niet bij reguliere werkgever aan de slag kunnen. Zij komen in aanmerking voor beschut werken.
- Een indicatie voor mensen met een arbeidshandicap (uitgezonderd een psycho-sociale beperking). Zij komen in aanmerking voor loondispensatie.
- Er blijven inkomensverschillen: voor beschut werken CAO loon, een loonaanvulling tot maximaal 100% WML, en het verplicht leveren van een tegenprestatie voor de uitkering.
Financiële gevolgen
- Gemeenten worden financieel verantwoordelijk
- De volgende bezuinigingen worden doorgevoerd:
- Op reïntegratie 690 mln. in 2015, en 500 mln. structureel
- Op de WSW 100 mln. in 2015, en 650 mln. structureel
- Op de Wajong 90 mln. in 2015, en 900 mln. structureel
- Er is nog veel onduidelijk op financieel gebied. Bijvoorbeeld hoe de gelden worden verdeeld over de gemeenten en ook of er middelen beschikbaar komen voor de reorganisatie.
Vragen met betrekking tot het uitvoeringsniveau
Met betrekking tot de uitvoering bestaan er ook nog veel vragen.
Gemeenten werken al samen op niveau van het Werkplein. Zij doen dat samen met het UWV. Maar het UWV heeft onlangs bekend gemaakt dat ze zich terugtrekt op de zogenaamde 30+ locaties. Dit als gevolg van de forse bezuinigingen die het kabinet in petto heeft voor het UWV. Het UWV zal dan op de meeste Werkpleinen niet meer actief zijn.
Het is ook niet duidelijk wie de indicaties gaat verzorgen. Gaan die plaatsvinden bij het UWV of ergens anders?
Tijdschema kabinet
Het kabinet heeft het volgende tijschema in gedachten.
31 januari hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer
Maart uitvoeringstoets – uitvoeringspanel
April wetsvoorstel in ministerraad
Juni wetsvoorstel naar Tweede Kamer
Oktober slot parlementaire behandeling
1-1-2012 invoering
index
Commentaar LocSZ en LVA op plannen één regeling
Mede naar aanleiding van de conferentie op 7 december over het voornemen om de WWB, de WIJ, de Wajong en de WSW in één regeling onder te brengen, hebben LocSZ en de LVA een brief geschreven aan staatsecretaris De Krom. In de brief worden kanttekeningen geplaatst bij de plannen en zorg geuit dat deze plannen vooral zullen leiden tot bureaucratische reorganisaties. In dat geval gaat dat ten koste van cliënten. LocSZ en LVA bepleiten dan ook dat er vooral wordt geïnvesteerd in de mensen zelf en in een persoonlijke relatie tussen de werkgever en de cliënt die aan het werk wordt geholpen.
Klik hier voor de gehele brief
index
VNG: 10 randvoorwaarden bij invoering één regeling
De VNG heeft tien randvoorwaarden gesteld bij de invoering van één regeling voor de WWB, de WIJ, de Wajong en de WSW.
- Werken moet lonen. Dus inkomenstoename voor uitkeringsgerechtigden die gaan werken naar vermogen, voordeel voor hun werkgevers en een financiële prikkel voor gemeenten. Die vormt immers ook de kern van het succes van de Wwb.
- De regeling is eenduidig, eenvoudig en niet bureaucratisch. Eén regeling betekent niet één regeling erbij!
- Verantwoordelijkheid voor gemeenten betekent ook beleids- en handelingsvrijheid. Gemeenten bepalen zelf wat - loondispensatie, loonkostensubsidie etc.- ze voor wie inzetten.
- De Wsw is onderdeel van de nieuwe regeling. Maximaal benutten van expertise uit SW-sector. Geen aparte wet voor beschut werken.
- Voldoende middelen voor reïntegratie, begeleiding, compensatie voor lagere productie en uitvoeringskosten.
- Gemeenten zijn partner in iedere stap op weg naar de nieuwe regeling. Geen dictaten van bovenaf.
- Ook andere dossiers in teken van werken naar vermogen staan (sociaal akkoord, onderwijsafspraken, schuldhulpverlening, kinderopvang en dagbesteding en begeleiding)
- Uitvoering: samenwerking tussen gemeenten is het uitgangspunt, via de Werkpleinen of nieuwe afspraken tussen gemeenten. Het kabinet beloont die samenwerking.
- Innovatieve administratie: VNG en kabinet richten samen een werkgroep in. Partners zijn in ieder geval de G4 en Divosa.
- Processturing: gefaseerde ontwikkeling van de regeling op basis van afspraken tussen ministerie en VNG garandeert draagvlak en uitvoerbaarheid
index
UWV moet veel vestigingen sluiten
Uitkeringsinstantie UWV moet de komende regeerperiode de helft tot twee derde van de 130 vestigingen sluiten. Dat zei UWV-voorzitter Joop Linthorst tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst. De forse ingreep is ingegeven door de bezuinigingen die het kabinet Rutte wil doorvoeren.
‘De plannen van het nieuwe kabinet hebben een enorme impact op het werk van het UWV.’ Volgens Linthorst is nog niet helemaal duidelijk op welke plekken er precies gesneden gaat worden. Hij voorziet dat het uitvoeringsbudget van het UWV in 2015 rond de 600 miljoen euro lager ligt dan nu. Dat betekent dat de instantie 30 tot 40 procent moet bezuinigen.
‘Neem het reïntegratiebudget voor werklozen’, zegt Linthorst, ‘dat gaat naar nul, echt naar nul.’
UWV probeert daar een mouw aan te passen met e-coaching en e-learning. Met andere woorden, werkzoekenden worden digitaal begeleid. Ook de inschrijving voor werkzoekenden moet 100 procent digitaal. Voor een-op-eengesprekken heeft UWV eigenlijk geen geld meer, aldus Linthorst. Volgens hem wordt dat vooral verschrikkelijk voor de 107 duizend werkzoekenden van 55 jaar en ouder. Die moeten ineens aan de slag met een digitale wereld. ‘Reken maar dat die langer in de uitkering zitten dan wanneer je ze individueel begeleidt. Zo’n besparing leidt dus tot hogere kosten.’
Voor veel werkzoekenden is digitale begeleiding echter geen probleem, zo meent Linthorst. Er zijn in Europa geen voorbeelden van landen die dat al in praktijk brengen, maar experimenten met e-coaching bieden goede resultaten. Werkzoekenden blijken dan zelfredzamer, ze nemen vaker het heft in handen. Linthorst: ‘Klanten moeten telkens melden waar ze mee bezig zijn en op mails reageren. Je hebt snel genoeg door of iemand serieus aan het solliciteren is. Ik durf zelfs te zeggen dat we iemand dichter op de huid zitten dan wanneer hij één keer in de drie maanden drie kwartier langskomt op een Werkplein.’
index
VNG bezorgd over bezuinigingen op werkpleinen
De VNG wil een stevige structuur voor een goede uitvoering van de nieuwe regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Mensen moeten fysiek naar een loket kunnen. De VNG spreekt daarom op korte termijn met staatssecretaris De Krom van SZW over de bezuinigingen op het UWV. Dat stelt de VNG in reactie op de nieuwjaarsspeech van Joop Linthorst, voorzitter van het UWV.
De maatregelen van het UWV als gevolg van die bezuiniging zetten de geïntegreerde dienstverlening op de 100 werkpleinen onder druk, waardoor de loketfunctie in gevaar dreigt te komen.
Regiogeprekken
De VNG gaat in februari met de gemeenten in alle regio's in gesprek over de grote bezuinigingen, de nieuwe regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt en de toekomst van de werkpleinen.
De bezuinigingen bij het UWV roepen veel vragen op over de uitkeringsintake, de bemiddelingstaken en de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden. De VNG gaat in gesprek met het kabinet over de toekomst van de sociale zekerheid.
Bron: VNG, 12 januari 2011
index
GroenLinks en VNG willen werkpleinen open houden
De VNG en GroenLinks vinden dat werkzoekenden ook in de toekomst bij een UWV-loket terecht moeten kunnen. UWV-voorzitter Joop Linthorst vreest dat door bezuinigingen ruim de helft van de 130 vestigingen moet sluiten. Linthorst zei dat in zijn nieuwjaarsrede. Omdat het UWV ook op personeel moet bezuinigen, is er veel minder tijd om werklozen persoonlijk te begeleiden naar een nieuwe baan. De instantie wil dit opvangen met digitale begeleiding via internet en e-mail. Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GroenLinks noemde dit woensdag onverantwoord. Hij heeft met schriftelijke vragen om opheldering gevraagd bij staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken).
De VNG vindt dat voor alle mensen 'met afstand tot de arbeidsmarkt face-to-facecontact belangrijk is om een goede inschatting te kunnen maken welke stappen noodzakelijk zijn om aan het werk te komen'. Volgens Klaver zullen sommige werklozen zelf kiezen voor een digitale benadering, 'maar het gros van het klantenbestand heeft het persoonlijke een-op-eencontact nodig.'
Banen verdwijnen
Bij de behandeling van de begroting voor Sociale Zaken heeft minister Henk Kamp al aangegeven dat door bezuinigingen op het overheidsapparaat duizenden banen moeten verdwijnen bij het UWV. Er werken nu ongeveer 20.000 mensen. Op het ministerie en bij de Sociale Verzekeringsbank verdwijnen volgens Kamp honderden banen.
Sociale diensten
Regeringspartij CDA vindt dat moet worden afgewacht hoe de bezuinigingen straks worden doorgevoerd. Zo gaat CDA-Kamerlid Eddy van Hijum ervan uit dat een goede spreiding van loketten kan blijven. Ook denkt hij dat kan worden bespaard door meer samenwerking tussen UWV en de sociale diensten. 'Nu zien we nog dat mensen aan het eind van de WW bij het UWV vaak geen hulp krijgen, omdat ze naar de bijstand stromen en een verantwoordelijkheid van gemeenten worden.'
index
Digitaal Klantdossier kan veel beter
Het Digitaal Klantdossier (DKD) bestaat 5 jaar maar nog lang niet volwassen.
Wat worden mensen die een baan zoeken of een uitkering nodig hebben nu wijzer van DKD? Worden klanten beter geholpen en sneller, krijgen ze meer maatwerk in hun dienstverlening?
Het eerste winstpunt is dat de DKD de klant letterlijk in beeld brengt en het wordt door het overgrote deel van de medewerkers met klantcontacten gebruikt. Meer dan 25.000 medewerkers van ongeveer 10 overheidsorganisaties raadplegen DKD via Suwinet-Inkijk. Verschijnt de klant bij het loket of in de spreekkamer, dan staan binnen 10 seconden alle relevante gegevens op het scherm: woon- en leefsituatie, inkomenssituatie, arbeidsverleden, opleidingen etcetera.
DKD biedt echter meer mogelijkheden. Als een burger een digitale aanvraag doet voor een "WW-uitkering, Wwb, bijzondere bijstand en dergelijke, dan kunnen al bekende gegevens direct worden opgehaald en vooringevuld in het formulier of kunnen vragen worden weggelaten. Je doet een aanvraag voor een uitkering, maar we vragen niet meer naar je diploma's, je vroegere werkgevers, je auto et cetera, want dat weten we al.
Tweede winstpunt is derhalve dat formulieren hierdoor korter zijn en er minder hoeft te worden gevraagd aan de klant. Op basis van de Wet eenmalige gegevensuitvraag (WEU) mag een groot deel van de gegevens niet dubbel aan de klant worden gevraagd. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld:
- Overnemen van gegevens van het scherm van Suwinet-Inkijk;
- Inlezen van DKD-informatie in bedrijfsapplicaties;
- Voorinvullen van al bekende gegevens DKD in e-forrnulieren;
- Saneren van formulieren, gegevensuitvraag en bewijslast.
Voorinvullen gaat eigenlijk nog uit van het oude model: een burger die iets wil, gaat naar de overheid en vult een formulier in. Als je de burger al kent via DKD, kan dat ook anders. We zien dat bij de 'snelbalies' die in verschillende varianten bij gemeenten worden ingericht voor aanvragen voor uitkeringen of bijzondere bijstand. Deze gaan uit van het principe 'klaar terwijl u wacht', Kost een aanvraag bijzondere bijstand eerst een paar uur administratief werk en een afhandelingstermijn van soms meerdere weken, nu kan dat op basis van een bevraging van het DKD aan de balie of online direct een voorziening worden toegekend. Dat is het derde winstpunt.
Nog een stap verder is het 'ongevraagd verstrekken': 'op basis van wat wij van u weten, komt u in aanmerking voor .. ' Dan hebben we het echt over pro-actieve dienstverlening.
Vierde winst valt te halen als overheidsorganisaties informatie rond een burger met elkaar delen. Ze kunnen die burger gericht helpen en voorkomen dat hij tussen wal en schip valt, bijvoorbeeld bij schooluitval. De voorziening Mens Centraal die door CP-ICT is ontwikkeld, is hier een mooi voorbeeld van. Met Mens Centraal kunnen ketenpartners in enkele tientallen gemeenten beter dan voorheen proactief optreden. Elke geautoriseerde medewerker ziet in Mens Centraal welke belangrijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden in het leven van de klant, zoals ontslag, of een verzoek om hulp in het huishouden. Met een compleet overzicht en de geautomatiseerde beslisregels in Mens Centraal weten dienstverleners sneller of een gebeurtenis moet leiden tot (extra) dienstverlening.
Waar blijft de burger?
Wat heeft de burger hier te zeggen over het gebruik van zijn gegevens? Wie geeft de burger een stem in deze ontwikkelingen? Omdat het wettelijk verankerd is, kunnen overheidsinstanties gegevens uitwisselen zonder dat de betrokkene dat weet of er toestemming voor heeft gegeven. Het uitwisselen van al deze informatie lijkt zo vooral 'over de burger' te gaan. Om draagvlak te houden, zullen klanten nauw bij deze ontwikkelingen betrokken moeten worden en blijven.
Vertrouwen van burger moet je verdienen De informatie in DKD is privacygevoelig en dient daarom zorgvuldig te worden gebruikt. Steeds meer gegevens van steeds meer instanties over steeds meer burgers gaan naar steeds meer afnemers en steeds meer toepassingen. Geregeld blijkt uit onderzoeken van onder andere de Inspectie Werk en Inkomen dat de beveiligingsmaatregelen nog niet voldoende zijn. Een verdere uitbreiding van de gegevensuitwisseling kan alleen succesvol zijn als we burgers het vertrouwen kunnen geven dat hun gegevens zorgvuldig worden opgevraagd, opgeslagen en verwerkt.
Bovendien is het ene gegeven het andere niet. Gebruikers van DKD geven geregeld aan dat de gegevens niet actueel zijn of niet volledig. Dat betekent echter meestal niet dat de aanleverende organisatie slordig is. Het doel waarvoor leverende organisatie A de gegevens vastlegt, is vaak anders dan wat afnemende organisatie B er mee wil. Zo willen sociale diensten graag de bijstandsuitkering voor een maand berekenen aan de hand van het netto inkomen in de lopende maand. Met de maandelijkse loonaangifte door werkgevers is de situatie sterk verbeterd, maar zo actueel hebben UWV en de Belastingdienst deze informatie niet en ook niet netto. Hergebruik van gegevens vraagt niet alleen om elektronische uitwisseling, maar vooral om harmonisatie van begrippen, wetgeving en werkwijzen.
index
Toeslagenwet niet altijd tot het sociale minimum 1
Geachte redactie,
Met interesse las ik het artikel ‘Aanvulling Toeslagenwet niet altijd tot aan het sociale minimum’ in de nieuwsbrief 11/01.
Ik ben verschillende jaren volledig arbeidsongeschikt geweest en ontving hiervoor een WAO-uitkering met aanvulling op basis van de Toeslagenwet, ter hoogte van het sociaal minimum. Twee jaar geleden ben ik echter weer parttime aan de slag kunnen gaan. Ik kon met mijn inkomen het sociaal minimum verdienen, dus ik hoefde geen beroep meer te doen op een WAO-uitkering. Omdat mijn contract tijdelijk was, kon ik na een jaar nog wel aan het werk blijven, maar helaas waren er minder uren voor mij, waardoor ik met mijn eigen inkomen onder het sociaal minimum terecht kwam. Omdat ik al gewerkt had, was ik verplicht eerst een WW-uitkering aan te vragen. Daarnaast ontving ik nog een gedeeltelijke WAO-uitkering. Mijn eigen inkomen aangevuld met WW en WAO kwam onder het sociaal minimum uit, waardoor ik tevens genoodzaakt was een beroep te doen op de WWB. Mijn eigen inkomen was destijds wisselend en de hoogte van de drie uitkeringen waren daarvan afhankelijk. Daarnaast was de hoogte van de uitkeringen ook nog eens afhankelijk van elkaar. U kunt zich misschien wel voorstellen hoeveel herberekeningen er destijds plaatsgevonden hebben. Het was voor mijzelf vrijwel niet meer bij te houden of de instanties mijn inkomen goed berekenden. Gelukkig kan ik inmiddels weer in eigen onderhoud voorzien, maar het zou fijn zijn wanneer dergelijke scenario's voorkomen kunnen worden.
index
Toeslagenwet niet altijd tot het sociale minimum 2
De Toeslagenwet vult de uitkering aan tot het geldende sociale minimum. Als we naar de netto bedragen kijken is dat echter niet altijd het geval. Dat heeft te maken met het bedrag dat op de uitkering wordt ingehouden.
UWV is voor uitkeringsgerechtigden voor de loonheffing een pseudo-werkgever en houdt om die reden loonheffing op de uitkering in. UWV mag daarbij echter geen rekening houden met de alleenstaande-ouderkorting. Zie hiervoor de site van de belastingdienst.
http://www.belastingdienst.nl/particulier/aangifte2010/heffingskortingen/heffingskortingen.html#P4_0
De voorwaarden voor de toepassing van de alleenstaande-ouderkorting zijn ook weergegeven op de site van de belastingdienst.
http://www.belastingdienst.nl/particulier/aangifte2010/heffingskortingen/heffingskortingen-10.html
Eén van de voorwaarden voor het jaar 2010 is dat betrokkene in dat jaar gedurende ten minste 6 maanden geen fiscale partner had. De belastingdienst toetst dat achteraf bij de aangifte over 2010.
Op die manier wordt via de belastingaangifte de netto-uitkering nog wel weer rechtgetrokken, maar dan ben je al weer anderhalf jaar verder. Op een minimumuitkering kun je dat bedrag eigenlijk niet missen. Daar is iets aan te doen. Je kunt via de belastingdienst een voorlopige aanslag/teruggaaf vragen. In plaats van een bedrag ineens achteraf, krijg je dan het bedrag maandelijks vooraf uitbetaald door de Belastingdienst. Hou echter wel in de gaten of je wel het hele jaar recht blijft houden op de alleenstaande-ouderkorting! Anders gaat de Belastingdienst dat hele bedrag met een naheffing weer terugvorderen.
Voor aanvragen van een voorlopige aanslag: http://www.belastingdienst.nl/particulier/voorlopige_aanslag2010/
index
Overheid voornaamste oorzaak van armoede
De toename van armoede heeft volgens kenners weinig te maken met de crisis, maar met een te laag sociaal minimum en een moeras aan maatregelen.
Barend Rombout kan daarover meepraten. Hij is hoofd van Bureau Frontlijn, een projectorganisatie van ambtenaren, professionals en ongeveer 75 studenten die naast hun reguliere werkzaamheden de Rotterdamse achterstandswijken intrekken. Doel: eigenhandig problemen oplossen. 'In achterstandswijken heeft 85 procent van de bewoners problematische schulden', weet Rombout, 'en dat is nooit het enige probleem.' Van het beeld dat zij de schulden grotendeels aan zichzelf en hun grote televisies hebben te danken, klopt volgens hem niets. 'Het gaat vooral om huurachterstand, de energierekening, de zorgverzekeringspremie en primaire levensbehoeften, al ontstaan de grootste schulden bij uitkeringsgerechtigden, in een schuldhulpverleningstraject of als mensen een beroep doen op een of andere voorziening. 'Deze mensen zijn bureaucratisch niet vaardig. Ze kennen de regels niet en kunnen formulieren vaak niet goed lezen. Daardoor gaat er veel mis bij de intake, waardoor het allemaal extra lang duurt', zegt Rombout. 'Er zit een domheid in het systeem die problemen eerder groter dan kleiner maakt. Als ergens een kruisje niet goed is ingevuld, dan krijgt de cliënt het formulier terug en begint de aanvraagprocedure opnieuw. Ook andere aanvragen komen dan stil te liggen. Heeft die cliënt aanvankelijk een betalingsachterstand van een paar honderd euro, door de wacht tijd en boetes loopt dat al snel op tot een schuld van duizenden euro's. Dat een intake stil komt te liggen vanwege een verkeerd ingevuld kruisje moet je zo snel mogelijk wegnemen. Gelukkig is de Sociale Dienst in Rotterdam daar nu mee bezig.'
Moeras
Wat kan de overheid nog meer doen om de armoede terug te dringen? 'Het sociaal minimum verhogen en het oneindige moeras aan regelingen vereenvoudigen', zegt Hub Crijns. Hij is directeur van DISK - een oecumenische stichting gericht op geloof en economie en namens de rooms-katholieke kerken betrukken bij het kerkelijk armoedeonderzoek. De kerken telden maar liefst 72 regelingen om armoede te beperken.
Een formele reactie op het onderzoek hebben de kerken nog niet ontvangen, al horen zij van lokale overheden dat die de aangekondigde bezuinigingen vrezen. Mocht een reactie van de regering ook uitblijven in het gesprek dat de Sociale Alliantie, waaronder de Kerken, op 26 januari heeft met staatssecretaris Paul de Krom, dan komen er volgens Crijns zeker acties. 'Die zullen alsnog een reactie ontlokken.'
index
Armoede onder kinderen niet afgenomen
Het is niet gelukt om het aantal kinderen dat door armoede geen lid is van een sportclub of geen muziekles heeft, te halveren. Staatssecretaris Paul de Krom van Sociale Zaken zei dat donderdag in de Tweede Kamer. Volgens hem is dit doel van het vorige kabinet vooral niet gehaald wegens de economische crisis. Het vorige kabinet had geld vrijgemaakt om kinderen uit arme gezinnen te helpen.
Bureaukaart 2011 Belastingdienst Toeslagen
Belastingdienst Toeslagen geeft ieder jaar een bureaukaart uit. De kaart is een handig hulpmiddel om de toeslagen op het terrein van Huur, Zorg, Kindgebonden budget en Kinderopvang te raadplegen.
Klik hier voor de Bureaukaart
index
Onvoldoende succes Berekenuwrecht.nl
Berekenuwrechr.nl is sinds 2007 online. Via de website kunnen burgers nauwkeurig berekenen of zij recht hebben op landelijke inkomensondersteunende regelingen zoals zorgtoeslag. kinderbijslag, huurtoeslag, tegemoetkoming scholieren 18- en 18+, kinderopvangtoeslag, aanvullende bijstand en alle heffingskortingen. Als een gemeente zich aansluit bij Berekenuwrecht.nl, kunnen de inwoners van die gemeente ook het recht op gemeentelijke vergoedingen berekenen zoals op bijzondere bijstand, een kortingspas, kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en langdurigheidstoeslag.
Door het invullen van de benodigde gegevens berekent de website waar de bezoeker recht op 'kan' hebben. Met de nadruk op 'kan', want aan de berekeningen kunnen geen rechten worden ontleend. De uitslag wordt gepresenteerd in drie categorieën:
- Rood: mensen kunnen geen beroep doen op een bepaalde regeling.
- Blauw: mensen kunnen misschien een beroep doen op een bepaalde regeling.
- Groen: mensen kunnen een beroep doen op een bepaalde regeling.
Op basis van de uitslag kan de gebruiker een aanvraag indienen voor de betreffende regelingen.
144 Gemeenten
op dit moment zijn 144 gemeenten aangesloten op Berekenuwrecht.nl (stand op 6 september 2010). Van de Nederlanders woont 44 procent in een gemeente die is aangesloten bij Bereken Uw Recht en kan dus naast de landelijke regelingen ook uitrekenen wat zijn lokale rechten zijn. Behalve Berekenuwrecht.nl zijn er nog de nodige andere, soortgelijke instrumenten in de markt, zoals regelhulp.nl, rechtopbijstand.nl, de snelbalie, persoonlijkbudgeradvies.nl en geldkompas. Veel gemeenten die niet meedoen aan Berekenuwrecht.nl maken gebruik van een van deze instrumenten.
Evaluatie
Het instrument Berekenuwrecht.nl werd onlangs geëvalueerd in opdracht van het ministerie van SZW.
Uit het onderzoek blijkt dat Berekenuwrecht.nl niet voldoende bijdraagt aan het terugdringen van niet-gebruik van inkomensafhankelijke regelingen. De reden daarvan is dat het instrument te weinig gebruikt wordt door de doelgroep, intermediairs en gemeenten. Er is een grote groep gemeenten die niet is aangesloten (70%) en van de aangesloten gemeenten maken er weinig zelf gebruik van het instrument." Dat een grote groep gemeenten niet is aangesloten, heeft niets met de onbekendheid van het instrument te maken: 86 procent van de niet-deelnemende gemeenten geeft aan bekend te zijn met het instrument.
Te moeilijk voor veel cliënten
Zowel gemeenten als cliëntenraden geven aan dat het instrument eigenlijk niet geschikt is voor een groot deel van de doelgroep om zelf te gebruiken, omdat het te moeilijk is. Digitale vaardigheid en taalvaardigheid is immers vereist om met Berekenuwrecht.nl te kunnen werken. Termen als 'box 3' en het onderscheid tussen 'verzamelinkomen' en 'inkomsten uit arbeid' vormen vaak onoverkomelijke problemen.
De deelnemende gemeenten stellen dat het instrument met name geschikt is voor intermediairs en professionals. Van deze doelgroep geeft echter 33 procent aan de website bijna nooit te bezoeken. Bereikbaarheid, toegankelijkheid en gebruiksgemak van het instrument kunnen dus beter. Uit het onderzoek blijkt dat Berekenuwrecht.nl via de gemeentelijke website vaak erg moeilijk te vinden is. Cliëntenraden en gemeenten geven aan dat het instrument veel beter onder de aandacht moet worden gebracht. Van de respondenten vindt 71 procent het instrument vooral gebruiksvriendelijk voor intermediairs en minder voor de gebruikers van regelingen zelf. Berekenuwrecht.nl scoort zonder meer positief op betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de aangeleverde gegevens. Van de deelnemende gemeenten geeft 59 procent aan dat het instrument bruikbare gegevens aanlevert voor het afhandelen van aanvragen.
index
VNG wijst nieuwe wet op schuldhulp af
De vernieuwing van de schuldhulpverlening staat op losse schroeven. De VNG steunt een wetsvoorstel dat de praktijk van de schuldhulpverlening moet verbeteren, niet langer. Dat voorstel verplicht gemeenten onder meer de wachttijd voor cliënten terug te brengen naar maximaal vier weken. Nu duurt het soms maanden voor iemand na aanmelding geholpen wordt. Daarbij stelt het wetsvoorstel het bieden van schuldhulpverlening door gemeenten verplicht en moeten ze meer werk maken van nazorg.
De VNG is steeds voorstander van het wetsvoorstel geweest, maar heeft nu een draai gemaakt en wil dat het wordt ingetrokken. Aanleiding zijn de bezuinigingen die het kabinet heeft ingeboekt op de schuldhulpverlening: twintig miljoen euro per jaar. De VNG verwacht als gevolg daarvan een aanpassing van het wetsvoorstel. In het regeerakkoord staat dat gemeenten schuldhulp gerichter moeten inzetten. De VNG vreest dat gemeenten minder vrijheid krijgen te beslissen wie voor hulp in aanmerking komt en dat de kosten voor gemeenten zelf zullen oplopen. Mensen die de schuldhulpverlening niet in komen zullen zich melden bij bijvoorbeeld de daklozenopvang.
De VNG wijzigde haar standpunt, omdat gemeenten eerst zelf een beschikking moeten maken. Dat levert administratieve belasting op, waardoor er minder geld beschikbaar is voor de uitvoering.
De VNG had al voor de bezuinigingen zorgen over de financiering. Daarnaast komen andere verbeteringen door de VNG gewenste middelen tegen schuldenproblematiek, zoals een schuldenregister (het LIS) en een verplichte pauze voor crediteuren (het moratorium), er niet. Dat bij elkaar maakt dat de VNG geen heil meer ziet in de wet.
index
NVVK: ‘Schuldhulpverlening moet geborgd zijn in wet’
De VNG heeft besloten niet langer de nieuwe wet schuldhulpverlening te steunen. De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet begrijpt het standpunt van de VNG, maar blijft zelf wel voorstander van de wet. ‘Schuldhulpverlening moet goed geborgd zijn in de wet.’ De NVVK vindt het ook heel bevreemdend dat het kabinet 20 miljoen wil bezuinigen op schuldhulpverlening, terwijl er wachtlijsten zijn en het om kwetsbare mensen gaat.’
Moratorium
De NVVK is voorstander van een moratorium, een verplichte pauze van zes maanden voor schuldeisers. Maar de crediteuren en de wetgever willen geen verplichting aangaan. Daarmee frustreren zij het proces, zo stelt de NVVK, en dat vindt men jammer. Relatief kleine schuldeisers voor bijvoorbeeld 600 euro kunnen daardoor het proces frustreren.
Zorgplicht
De NVVK wijst op het risico dat gemeenten vanwege de bezuinigingen de schuldhulpverlening schrappen. Dat risico wordt te groot. De zorgplicht is het belangrijkst. Nu is er geen sanctie. Er was 130 miljoen euro beschikbaar voor 2009 tot 2012 die gemeenten vooral gebruikten voor het wegwerken van wachtlijsten en het verbeteren van de kwaliteit. Straks is dat geld op, zijn er nieuwe groepen bijgekomen en wordt 20 miljoen bezuinigd. Het zou een gemiste kans zijn als de wet niet doorgaat, aldus de NVVK.
Divosa
Divosa, de vereniging voor sociale diensten, verwacht niet dat gemeenten de schuldhulpverlening zullen schrappen. ‘Dat is niet in het belang van gemeenten. Het probleem komt toch terug. Wij hebben er niets aan als mensen op straat komen te staan’, aldus woordvoerder Jos Stuart. Over de politieke afweging heeft de ambtelijke organisatie geen mening. ‘Wet of geen wet, de toestroom wordt niet minder, dus we zullen toch ons werk moeten doen.’
‘Er komen steeds meer mensen met steeds ingewikkelder schuldenproblematiek. Het aantal schuldeisers loopt op en het schuldbedrag ook. Als gemeenten straks ook alleen maar armoedepolitiek mogen voeren tot 110 procent van het minimumloon zijn lage inkomensgroepen de dupe.’
index
Kamercommissie wil uitstel betaling in schuldhulpwet
Wordt het moratorium deel van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening? Niet als het ligt aan staatssecretaris Paul de Krom. Wel als het ligt aan de meerderheid van Kamerleden die het woord voeren over sociale zaken.
“Ik begrijp de gedachtegang, maar als ik alle argumenten afweeg, ben ik geen voorstander van dit moratorium”, zei de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens een commissievergadering over het wetsvoorstel. “De huidige mogelijkheden werken voldoende.”
Het ontbreken van een moratorium in de wet bleek voer voor discussie. De partijen waren verdeeld over de vraag of het uitstel van betaling voor schuldenaren wettelijk moet worden vastgelegd. De incasso door schuldeisers wordt dan tijdelijk opgeschort. Tijdens de vergadering bleek een meerderheid te bestaan voor dit moratorium.
De Krom liet weten dat hij zich op dit mogelijke onderdeel van de wet zal bezinnen als deze meerderheid zich ook tijdens de plenaire behandeling van de wet zal voordoen. “Ik ben dus geen voorstander van dit onderdeel in de wet, maar in dat geval zal ik me bezinnen of we het toch moeten opnemen.”
Autonomie gemeenten
En hoe zit het met de huidige kwaliteit van de hulpverlening? “Ik lees ook de rapporten”, zei De Krom. “Het kan hier en daar veel beter, maar gemeenten hoeven zich niet aan mij te verantwoorden. Het is aan de gemeenteraden om de uitvoering van deze hulpverlening te controleren.”
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) trok deze week haar steun aan het wetsvoorstel in. De VNG vreest dat de nieuwe wet te weinig beleidsruimte biedt. Het voorstel bevat trouwens weinig artikelen, wat ruimte voor gemeenten biedt, maar de inhoud van de wet staat natuurlijk nog ter discussie. Los van deze kritiek vraagt ook de vereniging om het moratorium, een landelijk informatiesysteem en een speciale bankrekening.
Deurwaarders
De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders pleit juist wel een snelle invoering van het wetsvoorstel. Komt dit voorstel niet door de Kamer, dan is de gemeentelijke zorgplicht in het gedrang. De door de VNG gewenste vrijheid is niet wenselijk. “Juist die gemeentelijke beleidsvrijheid baart ons grote zorgen”, meldt Karen Weisfelt, directeur van de organisatie van Gerechtsdeurwaarders.
“Op dit moment ontbreekt het daardoor aan een heldere, uniforme aanpak van schuldhulpverlening. Veel gemeenten hebben hun zaken goed op orde, maar er zijn ook gemeenten waarvoor dat niet geldt. Die hebben deze wet toch echt nodig.”
Met de nieuwe wet krijgt de lokale overheid de plicht om de schuldhulpverlening binnen strakkere kaders te organiseren. De wachtlijsten moeten dan worden beperkt tot een maximum van vier weken. De deurwaarders vinden het een goede zaak, juist omdat zij momenteel een “enorme toeloop” op de schuldhulpverlening zien.
Voorstel PVV
Kamerlid Léon de Jong van de Partij Voor de Vrijheid stelde voor dat mensen pas na tien jaar in Nederland te wonen recht op schuldhulpverlening mogen hebben. Commissievoorzitter Mirjam Sterk van het CDA liet weten het daar niet mee eens te zijn. “Stel dat je acht jaar lang hard werkt en dan in de problemen komt. Dan heb je geen recht op hulp”, verklaarde Sterk. “Wie hier is geboren en zijn hele leven schulden maakt, krijgt die hulp dus wel.” Voor dit plan werd geen meerderheid gevonden. De Krom zegde een onderzoek toe.
Hans Spekman van de PvdA vroeg de staatssecretaris wanneer de wet naar de Kamer komt. Het antwoord bleef uit.
index
BKR wil betere schuldenregistratie
Steeds meer Nederlanders hebben schulden. Om daar een einde aan te maken, is het nodig dat de problematiek bij de bron wordt aangepakt, vindt het Bureau Krediet Registratie (BKR). Het BKR hoopt dat er een aanvullende schuldenregistratie komt.
Mensen die maanden achterlopen met het betalen van de huur of de energierekening staan niet bij het BKR geregistreerd. Ook studieschulden, boetes of schulden bij telefoonbedrijven worden in de lijsten van het BKR niet meegenomen. En dus is het mogelijk dat mensen die bij verschillende instanties schulden hebben, een lening bij een bank krijgen. Met die extra lening, komen extra schulden en uiteindelijk belanden die mensen dan in de schuldhulpverlening.
Een kwart van alle huishoudens (1,9 miljoen Nederlanders) had in 2010 een betalingsachterstand. Bij 711.000 van hen gaat het om problematische schulden. De omvang van de schuldenproblematiek is daarmee veel groter dan het aantal mensen dat geregistreerd staat bij het BKR.
Om de schulden beter te registreren, wil het BKR het Landelijk Informatiesysteem Schulden (LIS) wettelijk vastleggen. In het LIS, dat al een paar jaar bestaat, kunnen huur-, energie- en sociale dienstschulden worden geregistreerd. Volgens het BKR zouden ook telefoonschulden hierin opgenomen moeten worden. Maar het College Bescherming Persoonsgegevens stak een stokje voor de invoering van het LIS.
De vorige kabinetsperiode is er 500 miljoen euro extra in schuldhulpverlening gestoken. Desondanks zijn de problemen niet opgelost. In de huidige begroting wordt er gekort op de schuldhulpverlening. Er moet dus wel wat gebeuren op het gebied van preventie, zo vindt het BKR, anders is het dweilen met de kraan open.
index
Rotterdamse reinigingsdienst wil 500 werklozen aan het werk helpen
Rotterdamse reinigingsdienst Roteb hoopt dit jaar zeker vijfhonderd werklozen door intensieve begeleiding aan het werk te krijgen. Maar wethouder Dominic Schrijer en Rotebdirecteur Marlin Huygens erkennen dat de banen voor herintreders niet voor het oprapen liggen. Ze zien desondanks voor hen voldoende kansen.
Schrijer (PvdA) toonde vorig jaar torenhoge ambities op het gebied van bestrijding van de werkloosheid. Mensen die niet willen werken, raken op termijn hun uitkering kwijt. In Rotterdam zitten circa 30.000 mensen in de bijstand. Onder meer de Roteb ontvangt subsidie om mensen in een traject te krijgen opdat zij op termijn weer aan het werk of naar school kunnen gaan. Dit jaar moeten bij Roteb drie- tot vierduizend van dergelijke trajecten beginnen.
Maar Schrijer en Huygens zien ook dat door de bezuinigingen bij gemeente en rijk daarvoor steeds minder subsidie is. 'Het zou kunnen zijn dat je een risico loopt dat mensen buiten de boot gaan vallen en dat er meer wordt geïnvesteerd in mensen die kansrijker zijn op de arbeidsmarkt. Je kan iedere euro maar een keer uitgeven’, aldus Huygens.
Toch is ze ervan overtuigd dat het Rotterdamse bedrijfsleven banen voor herintreders moet herbergen. 'Het is daarom belangrijk dat we als Roteb goed weten wat er speelt op de markt en welke vraag er naar wat voor mensen is.' Huygens ziet voor de herintreders de komende jaren veel kansen in de detailhandel, maar ook in de zorg. Schrijer: 'Er zijn voldoende banen in bijvoorbeeld de catering en de horeca. Maar bedrijven willen goed opgeleide mensen. Daar zorgt Roteb voor.'
Mede om nieuwe kansen op de arbeidsmarkt beter te benutten, presenteerde Roteb een aantal nieuwe bedrijfsnamen. 'Roteb wordt vaak geassocieerd met het ophalen van vuil en het schoonmaken. Maar wij doen veel meer dan dat. Met deze nieuwe benaming vergroten we onze herkenbaarheid.’ Het gaat daarbij om bedrijfsonderdelen die bijvoorbeeld banen bieden als metaalbewerker, beveiliger of cateringmedewerker.
index
Arbeidspotentieel krachtwijken groter dan gedacht
Veel niet-uitkeringsgerechtigden in de zogenaamde krachtwijken hebben een redelijk grote kans op werk. Dat blijkt uit de analyse ‘Kansen bekeken’ die de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) vandaag uitbrengt. Uit die analyse komt naar voren dat vooral jongeren en recentelijk werklozen de meeste kans hebben op het vinden van een baan. Juist deze groepen zijn in de krachtwijken relatief groot.
In de analyse ‘Kansen bekeken’ wordt de groep niet-uitkeringsgerechtigden (de ‘nuggers’) ingedeeld in acht typen, zoals ‘de jonge kanshebber’, ‘de oudere huisvrouw’, de ‘recentelijk inactieve’ en ‘de jonge moeder’. Deze indeling in typen maakt duidelijk wie kans hebben op werk en wie gemotiveerd zijn om werk te vinden. In de krachtwijken blijken relatief veel niet-uitkeringsgerechtigden te wonen (zo’n 15 tot 20 procent) met een goede kans om werk te vinden en die ook de motivatie hiervoor hebben. Het gaat dan om de categorieën ‘jonge kanshebbers’ (15-27 jaar, veelal thuiswonend) en ‘recentelijk inactieven’ (27-57,5 jaar). Mensen in deze categorieën zijn minder dan zes maanden inactief en willen over het algemeen werken.
Het aan het werk helpen van deze niet-uitkeringsgerechtigden zou kunnen bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid en de sociale cohesie van de wijken. Zeker voor jongeren is het van belang dat zij niet te lang thuis zitten zonder werk of zonder een opleiding te volgen. Een lange periode van inactiviteit maakt het op termijn immers steeds moeilijker om werk te vinden. Uiteraard zal per persoon bekeken moeten worden of hij/zij hulp nodig heeft bij het vinden van een baan.
Daarnaast zijn er ook veel ‘jonge moeders’ in de krachtwijken te vinden. Dit zou een belangrijke groep kunnen zijn om aan het werk te helpen. Vanuit het oogpunt van financiële zelfredzaamheid en emancipatie, maar ook om te zorgen dat zij aansluiting op de arbeidsmarkt blijven houden. Hoe succesvol dit kan zijn, hangt af van de motivatie en de omstandigheden van de ‘jonge moeder’ in kwestie.
De RWI analyseert in ‘Kansen bekeken’ de onderzoeksresultaten van het CBS-onderzoek ‘Geen kans of geen keuze’. Hierbij is samengewerkt met de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Dordrecht. Deze gemeenten zijn blij met het onderzoek en zullen deze informatie benutten. De analyse is een vervolg op de analyse ‘Geen baan, geen school, geen uitkering’ die de RWI in 2009 uitbracht. Hierin werden de omvang en achtergrondkenmerken van niet-uitkeringsgerechtigden op landelijk, stedelijk en wijkniveau gepresenteerd.
Bron: RWI, 2 december 2010
index
Reïntegratiebedrijf Gek Op Werk
Stichting Gek Op Werk is een reïntegratiebureau voor mensen met een psychiatrische aandoening of psychische klachten. De organisatie is sinds eind 2009 bezig met reïntegratie via de chat, als pilot ondersteund door de Startfoundation. De chatbox bevindt zich op de homepage van de website van Gek Op Werk. Daardoor kan iedereen drempelloos met een jobcoach in gesprek gaan gedurende vijf dagen per week. De drempel om in contact re treden, is daarmee erg laag. Tot eind 2010 werden 15 mensen naar werk begeleid op deze manier. De animo voor deze manier van dienstverlening is enorm. Op goede dagen melden zich tot tien nieuwe werkzoekenden die zich willen oriënteren of in reïntegratie willen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er veel geïnteresseerde passanten zijn, die korte vragen hebben of 'slechts' voor een voorschakeltraject in aanmerking komen.
Chatten
Voor de werkzoekende met een psychisch of psychiatrisch probleem betekent de e-coaching van Gek Op Werk dat men direct aan de slag kan met het verkennen van de mogelijkheden, zonder al teveel sociale druk, en veilig vanuit de eigen huiskamer. Het verschil met een telefoongesprek of een-op-een-gesprek is dat een chatgesprek geen directe, sociale confrontatie is. Tijdens een chatgesprek is er meer tijd om terug te lezen, een antwoord te overwegen of even iets op te zoeken. Letterlijk betekent het Engelse werkwoord to chat babbelen, kletsen. Chatten is bij uitstek geschikt om een gelijkwaardige relatie gestalte te geven. Bij Gek Op Werk, waar men werkt met ervaringsdeskundige jobcoaches, is dat voor de werkwijze zeer belangrijk. Psychische problematiek is namelijk van zichzelf al met genoeg schaamte omgeven. Daarbij is werkloosheid ook iets waar de meeste mensen niet zo gemakkelijk vrijuit over praten.
Financieringsprobleem
Een nadeel van een dergelijke laagdrempeligheid is dat een klant zich minder verplicht hoeft te voelen om zich loyaal te tonen aan het reïntegratiebedrijf En waarom zou deze ook. Als hij gevonden heeft wat hij zoekt en het verder wel zelf kan, of voor het vervolg andere begeleiding wil. Voor de klant is dat, ook met betrekking tot de maatschappelijke doelstellingen van reïntegratie, alleen maar toe te juichen. De werkzoekende wordt een consument die op flexibele wijze neemt wat hij nodig heeft om zijn doelen te bereiken. Voor stichting Gek Op Werk betekent dit helaas een financieringsprobleem.
Digitaal contact heeft een aantal voordelen. Vaak komt men eerder to the point. Er is minder ruis waardoor de inhoud van de gesprekken op de voorgrond blijft. Overigens gelden voor het chatgesprek dezelfde randvoorwaarden als 'gewone' coachingsgesprekken, zoals sfeer, warmte en begrip. Uiteraard heeft de chat ook beperkingen, en wordt videocontact regelmatig als aanvulling gebruikt.
Tenslotte kun je zeggen over de chat dat het bepaalde mensen uitsluit, namelijk mensen die zich schriftelijk slecht kunnen uitdrukken, geen computer hebben of zich gewoon niet prettig voelen bij deze manier van contact. Deze mensen wordt een andere oplossing geboden.
Meer informatie: www.gekopwerk.nl
index
Van herder uit het Rifgebergte tot zelfstandig ondernemer
Ontwikkeling en emancipatie in slechts enkele generaties
Terwijl in Nederland de verwijten rondgaan dat niet-Westerse immigranten nauwelijks integreren, voltrekt zich juist onder deze groep een wonder. Na de emancipatie van de katholiek en de arbeider begin vorige eeuw, van de Molukker en de Surinamer in de jaren tachtig en negentig, zijn wij nu getuige van de ontwikkeling en emancipatie van de kinderen en kleinkinderen van de herder uit het Rifgebergte en de boer uit Anatolië.
Daarin speelt zelfstandig ondernemerschap een sleutelrol. Met name het aantal Turkse ondernemers is sinds de jaren negentig stormachtig gegroeid. 12,4 procent van de werkzame Turken is zelfstandig ondernemer. Dat is meer dan bij autochtonen. De andere etnische minderheden blijven daar wel bij achter, maar vertonen een soortgelijk groeitempo.
Belangrijker zijn de kwalitatieve verbeteringen. Wat de sectorale spreiding betreft lijkt het etnisch ondernemerschap steeds meer op het ondernemerschap van autochtonen. Ondanks een getalsmatige oververtegenwoordiging in horeca en middenstand vertoont het etnisch ondernemerschap namelijk een bovengemiddelde groei in de zakelijke dienstverlening. Dit wordt nog duidelijker als je de eerste en de tweede generatie met elkaar vergelijkt. Was de eerste generatie oververtegenwoordigd in de horeca, de tweede kiest net als autochtone ondernemers in meerderheid voor de zakelijke dienstverlening.
index
De VNG-vrijwilligersverzekering: wat verandert er?
Per 1 januari 2011 wordt de dekking van de VNG Vrijwilligersverzekering nog uitgebreider én wordt de premie verlaagd. Wat verandert er precies?
- We schrappen het eigen risico van € 100,- voor organisaties bij aansprakelijkheid,
- ook schrappen we het eigen risico van € 500,- voor organisaties bij verkeersaansprakelijkheid,
- de maatschappelijke stagiaires worden voortaan volledig meegenomen in de dekking,
- en we verlagen de premie met 20% tot € 0,20 per ingezetene, inclusief assurantiebelasting.
Dankzij deze verbeteringen en de premieverlaging behoudt de VNG Vrijwilligersverzekering zijn voorsprong op andere verzekeringen.
De inzet van vrijwilligers is van groot belang voor onze samenleving. Toch zijn ze vaak niet of niet voldoende verzekerd. Daarom hebben we in 2008 samen met Centraal Beheer Achmea de VNG Vrijwilligersverzekering aangeboden aan alle Nederlandse gemeenten. In deze verzekering zijn de risico’s die gepaard gaan met vrijwilligerswerk, zoals ongevallen en aansprakelijkheid, zo goed mogelijk afgedekt. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en kunnen we nog beter inspelen op de verwachtingen van verzekeringsnemers. Vandaar deze verbeteringen.
Bron: VNG
index
Nederland mag trots zijn op vele vrijwilligers
‘Vrijwilligerswerk verdient een hoger aanzien’, aldus staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij zei dit vandaag tijdens de openingsbijeenkomst in Den Haag van het Europees jaar van het vrijwilligerswerk.
‘In Nederland hoeven we niet zozeer méér vrijwilligers te werven, maar we moeten ervoor zorgen dat het vrijwilligerswerk een hoger aanzien krijgt. Dat we veel vaker zeggen hoeveel waardering wij voor dit werk hebben en hoe belangrijk vrijwilligers zijn. Daar zetten wij vooral op in dit jaar en natuurlijk ook daarna.’
In Nederland zijn ruim 5,5 miljoen vrijwilligers actief, zo’n 44 procent van alle volwassen Nederlanders. Daarmee staat Nederland internationaal aan de top. Veel gemeenten, vrijwilligersorganisaties en vrijwilligerscentrales organiseren het komende jaar extra activiteiten. Uitgebreide informatie hierover staat op www.vrijwilligerswerk.nl
Bron: Min. van VWS, 13 januari 2011
index
CIZ splitst Wmo-activiteiten af
Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) heeft per 1 januari 2011 de Wmo-activiteiten afgesplitst. De divisie Maatschappelijke Ondersteuning van het CIZ gaat als zelfstandige stichting verder onder de naam ‘de MO-zaak’.
Aanleiding voor de afsplitsing was de wens van de overheid om de publieke en private taken van het CIZ te scheiden. Manja te Velde, woordvoerder MO-zaak, legt uit dat het Ministerie van VWS de wens had om de geldstromen te splitsen.
“Het is ook vooral een juridische splitsing. Binnen het CIZ waren we al langer een zelfstandige divisie”, stelt Te Velde. “We blijven ook gewoon samenwerken met het CIZ. Hierdoor blijft het mogelijk om indicatie-aanvragen van mensen die zowel op de Wmo als op de AWBZ een beroep doen, efficiënt af te handelen.” De MO-zaak denkt met de verzelfstandiging sneller te kunnen inspelen op veranderingen in de markt voor zorg en welzijn.
index
Gemeenten gebruiken Wmo niet als sluitpost
Anders dan bij de overheveling van rijk naar gemeenten werd gevreesd, gebruiken de stadsbesturen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) niet als sluitpost op hun begroting. Er wordt wel bezuinigd, maar het geld voor de zorg wordt niet overgeheveld naar andere potjes. Verder snijden zal de toegang tot hulp voor de meest kwetsbaren in de samenleving wel in gevaar brengen.
Dat stelt gemeenteadviseur Antoinette Tanja van het kennisinstituut Movisie uit Utrecht. Zij bracht als projectleider het voorgenomen Wmo beleid voor 2011 van de gemeenten in ons land in kaart. Deze plannen werden opgesteld nadat de Wmo voor een groot deel van het Rijk naar de gemeenten was overgeheveld. Omdat het bijbehorende geld niet was geoormerkt, vreesden zorgaanbieders en belangenorganisaties dat de gemeente de Wmo als melkkoe zou gaan gebruiken.
De angst was toch wel een beetje dat bestuurders liever nieuwe lantaarnpalen zouden aanschaffen dan het in goede en toegankelijke zorg te investeren’, aldus Tanja. ‘Maar dat blijkt dus erg mee te vallen. De zorg is in veel plaatsen wel versoberd, maar van schrijnende wantoestanden is voor zover wij kunnen nagaan geen sprake.’
Gemeenten hebben de sociale handschoen volgens haar goed opgepakt. ‘Er is minder geld, maar de bezuinigen zijn over het algemeen zo doorgevoerd dat de mensen die de Wmo het hardst nodig hebben de minste pijn lijden. Er zijn slimme oplossingen gezocht in het verminderen van de bureaucratie of het nog efficiënter werken. Bestuurders laten zoveel mogelijk hun sociale gezicht zien, ze hevelen volgens ons geen geld over naar andere potjes’.
Tegelijkertijd wil Tanja waarschuwen dat de ‘rek er nu wel uit is’. Nog meer bezuinigingen zal de toegankelijkheid van de Wmo voor veel kwetsbare burgers wel degelijk in gevaar brengen, zo vreest ze.’Mocht de overheid nog meer willen bezuinigen dan moet eerst grondig worden nagegaan of de doelstelling van de wet dan wel overeind kan blijven’.
index
Leeuwarden: geen toiletpot voor drie keer modaal
Het is onnodig en onredelijk dat de gemeente Leeuwarden geen eigen bijdrage vraagt voor Wmo-voorzieningen. De gemeenteraad van Leeuwarden wil dat veranderen, maar niet volgens de wettelijke regels. Die zijn niet scherp genoeg, vindt de raad.
Zij steunt een voorstel van de PvdA om mensen met hogere inkomens wat meer te laten betalen, zodat de minima wat minder kwijt zijn. Momenteel kent Leeuwarden geen vergoeding naar draagkracht voor Wmo-voorzieningen. ‘Iemand die drie keer modaal verdient krijgt een verhoogde toiletpot volledig vergoed. Dat is van de zotte’, vindt PvdA-fractielid Jan van Olffen.
Gemeenten mogen zelf beslissen hoe zij de Wet maatschappelijke ondersteuning inrichten en of zij van hun burgers een eigen bijdrage vragen of niet. De meeste gemeenten vragen die wel volgens het CAK, dat de eigen bijdragen van de Wmo namens gemeenten berekent en int.
Inkomensafhankelijk
Die eigen bijdrage is inkomensafhankelijk en aan een maximum gebonden, dat is wettelijk geregeld. Wel kunnen gemeenten zelf bepalen over welk deel van een voorziening een eigen bijdrage wordt gevraagd. En ze kunnen de minima ontzien, dus daarin zit wat speelruimte.
Het is echter niet de bedoeling dat gemeenten aanvullend inkomenspolitiek gaan bedrijven via de Wmo. De gemeente moet beslissen: Of iedereen betaalt een eigen bijdrage – en dan volgens de vastgestelde regeling – of niemand betaalt.
Klein pensioentje
'Inkomenspolitiek?' Reageert Van Olffen. ‘Ik noem het liever het toegankelijk houden van voorzieningen voor de lagere inkomens. In het verleden hadden wij een eigen bijdrage voor de vervoersvoorziening. Die had tot gevolg dat ouderen met een klein pensioentje net een paar tientjes teveel verdienden en een fikse eigen bijdrage moesten betalen. Dat hebben we weer afgeschaft'.
Van Olffen heeft voorgesteld om met inkomensschijven te gaan werken, zoals bij de inkomstenbelasting. Voor mensen aan de bovengrens en de ondergrens van een schijf gelden dan verschillende tarieven. ‘Want tussen een inkomen van 20.000 en 30.000 zit een behoorlijk verschil. Het is niet terecht om die mensen dezelfde bijdrage te laten betalen.’
De gemeenteraad heeft de wethouder verzocht uit te zoeken of Leeuwarden kan afwijken van de wettelijke regeling. Van Olffen: ‘Een gemeentebestuur is verantwoordelijk voor zijn eigen regels. Desnoods moeten wij de discussie openen om de wettelijke regels aan te passen.’
index
Amsterdam stopt met aanbesteden Wmo
Amsterdam stapt helemaal af van de Europese aanbesteding en gaat ook niet nationaal aanbesteden in de Wmo. In plaats daarvan volgt de hoofdstad het voorbeeld van de gemeente Boskoop. In het Boskoop-model maakt de gemeente bestuurlijke afspraken met thuiszorgaanbieders die vervolgens kunnen intekenen op een convenant. De gemeente Amsterdam verwacht dat dankzij deze aanpak veel nieuwe aanbieders de Amsterdamse markt kunnen betreden. Bestaande aanbieders, zoals marktleider Cordaan, zullen onder dit systeem waarschijnlijk aandeel verliezen.
Gemeenteraadslid Peggy Burke van de PvdA in Amsterdam heeft de kar getrokken om van de Europese aanbesteding af te komen. “We wisten al langer dat Europees aanbesteden niet persé verplicht is vanuit Brussel. Dus hebben we de voormalige welzijnswethouder gevraagd alternatieven te onderzoeken. Hij kwam echter met het verhaal dat aanbesteden de enige manier is om thuiszorg te contracteren in een gemeente met vijftig aanbieders en tienduizenden cliënten. Inmiddels wil een meerderheid van VVD, GroenLinks, SP en de PvdA af van het aanbesteden.
Boskoopmodel
De nieuwe wethouder Eric van der Burg (VVD) heeft vorige week daarom een positief pre-advies gegeven voor het Boskoop-model. Aanbieders moeten om mee te kunnen doen aan de gesprekken voldoen aan een aantal minimumeisen. Zo moeten ze een signaleringsfunctie kunnen bieden en minimaal 25.000 uur hulp per jaar kunnen leveren. Bovendien mogen ze geen zorg onderaannemen. “Cordaan heeft nu een aandeel van zeventig procent, maar besteedt een deel van die zorg uit aan derden”, zegt Burke. “Hierbij blijft natuurlijk geld bij Cordaan hangen, dus dat willen we niet meer. Een ander voordeel van het Boskoop-model is dat aanbieders die zich richten op specifieke doelgroepen, zoals de Turkse gemeenschap, nu ook de markt kunnen betreden.”
Over de prijs die de gemeente zal hanteren, moet nog onderhandeld worden. Het is de bedoeling dat in januari de eerste gesprekken gevoerd worden. Volgende week donderdag moet eerst nog een officieel akkoord vanuit de gemeenteraad komen. “Het mooie van dit besluit is dat je kunt stellen dat het voorgoed gedaan is met de Europese aanbesteding in de Wmo nu de hoofdstad er niet meer aan meedoet”, aldus het raadslid.
index
Lokale website voor hulp mantelzorgers online
Nadat eerder dit jaar www.helpjemee.nl online is gegaan staat nu ook een eerste, lokale pagina van Helpjemee online. Deze pagina is gericht op inwoners van de Rotterdamse deelgemeente IJsselmonde. Helpjemee maakt het regelen van allerlei taken voor de mantelzorger makkelijker door middel van een online agenda.
De website laat zien dat er veel hulp te vinden is in de wijk. In samenwerking met Zorggroep Rijnmond, Stichting IJsselwijs, Agathos Thuiszorg en Curadomi zijn voor de inwoners van IJsselmonde initiatieven verzameld, zodat iedereen die daar een ander helpt gemakkelijk bij de juiste informatie komt. In 2011 zullen nieuwe lokale initiatieven worden ontwikkeld.
index
EPD garandeert geen betere zorg
Bij ziekenhuizen die gebruikmaken van een EPD is de zorg niet per se beter. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.
Dat meldt CBC News. De onderzoekers keken naar data uit de periode tussen 2003 en 2007 over drie veelvoorkomende ziekten: hartfalen, hartaanvalen en longontsteking. Voor hartfalen zagen zij een vooruitgang als er gebruik werd gemaakt van een EPD, maar bij de andere twee aandoeningen was deze vooruitgang niet te zien.
De onderzoekers geven verschillende redenen voor de resultaten. Zo zouden artsen die leren omgaan met een EPD, minder tijd hebben om de zorg te verbeteren. Of zou de kwaliteit van zorg al op zijn best zijn en valt er dus niks meer te verbeteren. De onderzoekers zijn nu aan het werk om nieuwe manieren te vinden om te meten hoe een EPD de kwaliteit van zorg beïnvloed.
index
Nederlandse Patiëntenkoepel wil snellere invoering landelijk EPD
De Nederlandse Patiënten- en Consumentenfederatie (NPCF) wil dat het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) sneller wordt ingevoerd. Dat is een van de vijf wensen die de NPCF en CG-raad gezamenlijk hebben opgesteld en aan minister Schippers van VWS hebben gestuurd om de kwaliteit van zorg van apotheken te verbeteren.
De NPCF schrijft: "De informatie-uitwisseling tussen ziekenhuis, huisarts, apotheek en patiënt moet beter. Mede door een elektronisch patiëntendossier waarin uiteraard privacy is geborgd. Het tempo waarin deze vernieuwing gestalte krijgt, ligt te laag in Nederland." De NPCF en CG-raad vinden het zorgelijk dat initiatieven om de dienstverlening van apotheken te verbeteren niet van de grond komen. Zij vinden het hoog tijd dat er nu vaart mee wordt gemaakt.
index
Minister Schippers geeft patiënt meer regie over EPD
Vanaf het tweede kwartaal 2011 kunnen patiënten zelf bepalen welke individuele zorgverlener of zorginstelling toegang krijgt tot hun EPD. Dit meldt minister Edith Schippers (VWS) in een voortgangsrapportage over het EPD en in antwoorden op schriftelijke vragen, die beide naar de Tweede Kamer zijn verzonden.
Voor minister Schippers staat de patiëntveiligheid en het voorkomen van vermijdbare medische fouten voorop. Het EPD kan daaraan in belangrijke mate bijdragen. Maar de minister heeft ook oog voor gevoeligheden met betrekking tot privacy. Zij hecht eveneens zeer aan adequate informatiebeveiliging.
Vanaf het tweede kwartaal 2011 maakt Schippers het mogelijk dat burgers zelf de toegang van zorgverleners tot hun gegevens kunnen beperken. Zij kunnen dan op voorhand aangeven dat bijvoorbeeld alleen de eigen huisarts, specialist en apotheek de gegevens mogen inzien en andere niet.
Verder gaat de minister de toegang van patiënten tot het EPD wijzigen. In plaats dat dit via een door de overheid opgezette, landelijke portaal gebeurt, wil zij dat patiënten via de website van de zorgverlener in het EPD kunnen komen. Reden hiervoor is dat via websites van zorgverleners aanvullende informatie en service geboden kan worden, zoals notitie- en afspraakmogelijkheden en het inzien van röntgenbeelden, labwaarden en ontslagbrieven. Ook gaat Schippers ervoor zorgen dat burgers desgewenst automatisch een melding per e-mail of sms krijgen wanneer hun medische gegevens via het EPD worden geraadpleegd.
Tot nu toe zijn op de onderdelen van het EPD verschillende indringerstesten uitgevoerd. Naast verschillende experts op het gebied van elektronisch gegevensverkeer worden hiervoor ook ‘ethical hackers’ ingeschakeld. Deze testen hebben geleid tot aanpassingen en verbeteringen, maar niet tot kritieke bevindingen. Voorafgaand aan de verplichte aansluiting op het EPD organiseert Schippers binnenkort een grootschalige, ketenbrede indringerstest.
Uit de voortgangsrapportage blijkt dat inmiddels bijna 40 procent van de zorgaanbieders een aansluiting heeft op het zogeheten Landelijk Schakelpunt (LSP). Via dit LSP wordt de feitelijke uitwisseling van brongegevens mogelijk. Het EPD is namelijk niet een echt dossier, maar het gaat om de uitwisseling van beperkte, relevante gegevens, onder strikte voorwaarden en alleen als de patiënt daarvoor toestemming geeft.
Op basis van lopende aanvragen, is de verwachting dat in de loop van dit voorjaar ongeveer 75% van de EPD-doelgroep is aangesloten.
Op dit moment kunnen van ruim 5,8 miljoen burgers gegevens via het EPD worden geraadpleegd. Het percentage burgers dat sinds de landelijke campagne van 2008 bezwaar heeft gemaakt tegen het EPD ligt op 2,6%. Slechts 0,29% van de burgers heeft bezwaar aangetekend naar aanleiding van de persoonlijke brief die ze over het EPD hebben gekregen.
Bron: Min. van VWS, 13 januari 2011
index
Aandacht voor de maatschappelijke gevolgen van chronisch ziek zijn
De gezondheidszorg in ons land is sterk gericht op het behandelen van gezondheidsklachten. Er is vanuit huisartsen en medisch specialisten weinig aandacht voor de gevolgen van ziekte. Bijvoorbeeld moeite om een studie af te ronden, het werk vol te houden of een zinvolle daginvulling te vinden wanneer betaald werken niet mogelijk is. Het project Sterk naar Werk bood 15 regio’s de ruimte om op verschillende manieren in de eerstelijn meer aandacht te geven aan arbeid en gezondheid.
In de grondige evaluatie van het project wordt geconcludeerd: Een belangrijke meerwaarde van project Sterk naar Werk was dat mensen met een gezondheidsklacht voor een adequaat advies in gesprek konden met een arbeidsdeskundige of bedrijfsarts, die samenwerkte met de eigen huisarts. Waardevol was bovendien dat deze gesprekken zo verliepen dat mensen de kracht vonden om hun problemen zelf aan te pakken. De maatschappelijke gevolgen van hun ziekte of beperking worden zo minder groot.
In het recent verschenen artikel van coördinerend onderzoeker dr. J.W.J. van der Gulden, hoofd Arbeid en Gezondheid binnen het UMC St. Radboud, beschrijft Van der Gulden de resultaten van Sterk naar Werk. Het artikel vindt u hier en is vrijelijk te gebruiken.
Klik hier voor het artikel
index
Intensieve samenwerking 19 gemeenten in Regio West Brabant
De samenwerking tussen de 18 West-Brabantse gemeenten en het Zeeuwse Tholen wordt versterkt. Op 3 januari 2011 vond de openbare oprichtingsvergadering van de Regio West-Brabant plaats.
De gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant wordt ondertekend door het Algemeen Bestuur en is dan een feit.
De gemeenteraden van de 18 West-Brabantse gemeenten en het Zeeuwse Tholen hebben besloten hun colleges toestemming te verlenen om met ingang van 1 januari 2011 een gemeenschappelijke regeling met elkaar aan te gaan. Met deze Regio West-Brabant bevestigen de 19 gemeenten aan dat het noodzakelijk is om op een aantal terreinen de handen ineen te slaan. Het gaat om beleids-vraagstukken op de terreinen van economie en arbeidsmarkt, mobiliteit, duurzaamheid, welzijn, zorg en onderwijs en ruimtelijke ontwikkelingen en volkshuisvesting. In de nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt ook de bedrijfsmatige samenwerking geïntensiveerd op het gebied van het personeelsbeleid met een regionaal mobiliteitscentrum.
Na jaren voorbereiding is op 1 januari 2011 de Regio West-Brabant een feit. Vanaf die datum werken de 19 gemeenten intensiever dan ooit samen. Samenwerking om de regionale belangen naar Provincies, Rijk en Brussel beter over het voetlicht te kunnen brengen, maar ook om efficiënter en effectiever eigen gemeentelijke taken uit te kunnen voeren. Voorzitter van de regeling is de burgemeester van Breda, Peter van der Velden.
In de Regio West-Brabant wordt ook de ambtelijke capaciteit van de bestaande samenwerkings-verbanden gebundeld zoals SES West-Brabant, Regiobureau, Kleinschalig Collectief Vervoer, MARB en het bestuursconvenant West-Brabant. Deze organisaties worden met ingang van 1 januari 2011 opgeheven. De medewerkers van de Regio West-Brabant betrekken naar verwachting in maart 2011 een kantoor in het Trivium in Etten-Leur.
De deelnemende gemeente zijn: Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Werkendam, Woudrichem, Woensdrecht, Zundert
index
Nieuw onderzoek naar sociale stijging en daling in Nederland
- Sociale daling onder mannen neemt sterk toe. Voor de mannen tussen de 26 en 40 jaar geldt dat 19% een lager opleidingsniveau heeft dan hun ouders.
- De sociale ongelijkheid in de woonsituatie stijgt. Eigen woningbezit wordt een voorrecht voor kinderen die ouders hebben met een eigen huis.
- Extreem overgewicht komt steeds exclusiever voor bij lager opgeleiden. Lager opgeleiden zijn op jonge leeftijd al te zwaar, hoger opgeleiden worden dat op latere leeftijd.
Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek:
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) heeft het onderzoek uitgezet met het oog op zijn advies over Sociale stijgers en dalers dat in 2011 verschijnt. Het onderzoek geeft recente gegevens over sociale stijging en daling in Nederland aan de hand van patronen in het onderwijs, de arbeidsmarkt, de woonsituatie, culturele participatie en gezondheid. Tevens legt het onderzoek een relatie tussen deze patronen en de gevolgen daarvan voor de sociale samenhang.
Nederland leek lange tijd op weg naar een open samenleving waar sociale herkomst minder belangrijk werd en de ongelijkheid tussen hoger en lager opgeleiden afnam. Dit onderzoek laat zien dat dit zeker niet voor alle sociale terreinen het geval is.
Het onderzoek is te bestellen en te downloaden via www.adviesorgaan-rmo.nl
index